Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

12 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `olie`

  1. alleen een piepend wiel krijgt olie (=door zich opvallend te gedragen bekomt men aandacht)
  2. die olie meet wordt er vet van (=in slecht gezelschap wordt men slecht)
  3. een goede naam is beter dan olie (=een goede naam (reputatie) is beter dan veel geld (olie) bezitten)
  4. geen olie meer in de lamp hebben (=platzak zijn - levensmoe (of ernstig ziek))
  5. goede naam is beter dan goede olie (=een goede reputatie is beter dan veel geld)
  6. het is olie op het vuur (=een reeds zeer gespannen situatie wordt door 1 extra gebeurtenis of opmerking tot een uitbarsting gebracht)
  7. het werkt als haarlemmerolie (=iets dat overal voor te gebruiken is)
  8. in de olie zijn (=dronken zijn)
  9. is de paus katholiek? (=een antwoord op een vraag waarvan het antwoord overduidelijk `Ja` is)
  10. olie drijft boven (=de waarheid komt aan het licht)
  11. olie in/op het vuur gooien (=iets doen waardoor de ruzie opnieuw begint of oplaait)
  12. olie op de golven gieten/gooien (=de gemoederen kalmeren)

2 betekenissen bevatten `olie`

  1. een goede naam is beter dan olie (=een goede naam (reputatie) is beter dan veel geld (olie) bezitten)
  2. de kronkel in de darm hebben (=hevige buikpijn (koliek) hebben)

Het dialectenwoordenboek kent 17 spreekwoorden met `olie`

  1. Nuths: Zo douom es ,n gaws (=oliedom)
  2. Antwerps: agge dieje ze verstaand in e vogeltje stekt, vlieget achteroat ! (=Hij is oliedom)
  3. Lichtervelds: jis zoî dom of tachterste van e pêird (=hij is oliedom)
  4. Genneps: Zö stôm zien als 't pèèrd van Christus (=oliedom)
  5. Oudenbosch: ijis nog te loomp om lege zakke recht te zette (=dommer dan oliedom)
  6. Westerkwartiers: hij is zo dom as 't achterenne van 'n koe (=hij is oliedom)
  7. Munsterbilzen - Minsters: hae zoet te zwaur èn den oele (=de gasfitter werkte niet als ge-olied)
  8. Westerkwartiers: 'n drupke eulie dut wonder'n (=een druppel olie doet heel veel)
  9. Munsterbilzen - Minsters: doeter nog mèr e sjupke boëvenop (=gooi nog maar wat olie op het vuur)
  10. brabants: ullie de gullie d'n ullien ok (=olie jij die van jullie ook (auto))
  11. Rotterdams: Hij was zo blauw as een aap,\r\nHij zat flink in de olie,\r\nHij had een snee in zijn neus,\r\nHij was kachel (=Hij was dronken)
  12. Waregems: d' eilig' olie krij'n (=de ziekenzalving ontvangen)
  13. Zeeuws: ie is deur n olie (=hij is dronken)
  14. Flakkees: Stik in d'n olie (=onder invloed zijn)
  15. Oudenbosch: das aandere olie dan zeik (=dat is nog eens wat anders)
  16. Oudenbosch: d r mot olie zijn (=je moet je kunnen bedruipen)
  17. Bilzers: aste zen eege kons verkope, legge d'aander dich vanzelf én de boëveste loj (=alleen een piepend wiel krijgt olie)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen