Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

8 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `borst`

  1. een adder aan zijn borst/boezem koesteren (=iets doen voor een ondankbaar iemand)
  2. een hoge borst opzetten (=eigenwijs en hoogmoedig zijn)
  3. iemand uit de loog borstelen (=hem nieuwe kleren geven)
  4. maak je borst maar nat (=bereid je voor op een zware klus (of op veel tegenstand))
  5. rusten aan abrahams borst (=een rustig, aangenaam leven leiden)
  6. tegen de borst stuiten (=ergens zwaar moeite mee hebben / met tegenzin ondervinden)
  7. zich met de borst op iets toeleggen (=iets erg vlijtig beoefenen)
  8. zichzelf op de borst slaan (=duidelijk aan de omgeving laten weten dat men ergens bijzonder trots op is)

2 betekenissen bevatten `borst`

  1. een krop opzetten (=een hoge borst opzetten - een fiere houding aannemen)
  2. ze is zo plat als een botje (scholletje) (=ze heeft bijna geen borsten)

Het dialectenwoordenboek kent 45 spreekwoorden met `borst`

  1. Giethoorns: De laatste drop,is de boterknop (=Bij borstvoeding.de borst flink leeg laten drinken)
  2. Zeels: ne vrieë vaveuren (=een mooie borstenpartij)
  3. Munsterbilzen - Minsters: de molp ès al goed ont staute (=ze krijgt al mooie borstjes)
  4. westlands: Tot in Jericho kennuh kaikuh (=Inkijk hebben bij een vrouw met borstvorming)
  5. Mols: Ferm tette (=Mooie borsten)
  6. Antwerps: ferm tette (=mooie borsten)
  7. Antwerps: e farem schap (=stevige borsten)
  8. Antwerps: ne schoêne kommisveur (=stevige borsten)
  9. Antwerps: ne schone komisveur (=stevige borsten)
  10. Ninoofs: de klein'n angnog on de mem (=het kind krijgt nog borstvoeding)
  11. Flakkees: Lae su borste! (=Doe je eigen zin, laat ze barsten.)
  12. Giethoorns: hi-j ef 't op de borstrok (=hij is verkouden)
  13. Antwerps: veul volk in de winkel (=dikke borsten)
  14. Rotterdams: een goede voorgevel siert het huis (=mooie borsten)
  15. Antwerps: ting ton tet (=Een vrouw met zware borsten)
  16. Antwerps: Ien me veurwielaondraaiving (=Een vrouw met zware borsten)
  17. Veurns: 't Is vele voak in de stoasje (=Ze heeft zware borsten)
  18. Munsterbilzen - Minsters: stroes doen (=een hoge borst zetten)
  19. Antwerps: der is veul volk in de stoasse (=dikke borsten)
  20. West-Vlaams: vele volk in de stoasje (=grote borsten hebben)
  21. Bilzers: daai hèt ne goeie vieërgèvel (=vrouw met ferme borsten)
  22. Aspers: ze is goe veurzien van oren en poten (=vrouw met grote borsten)
  23. Zottegems: ze es goe veurzien van ueren en pueten (=vrouw met grote borsten)
  24. Antwerps: z' ei veil hout veur eur deur ligge (=ze heeft grote borsten)
  25. Antwerps: z'ei veul volk in de stoase (=een vrouw met grote borsten)
  26. Ostêns: dikke tete(en) loezen, t'zien ferme teten, tis wel balkon (=grote borsten)
  27. Gents: der es veel volk in de stoase (=vrouw met grote borsten)
  28. Hansbeeks: zes vuerzien van puetn en uern (=Ze heeft grote borsten)
  29. Westfries: 't is vol in 't bloesie (=zij heeft flinke borsten)
  30. Munsterbilzen - Minsters: de breidsjes ligge vër de vinster (=haar borsten hangen half bloot)
  31. Clings: Die e schuune kommekus op de kas (=Die heeft mooie borsten)
  32. Alblasserdams: borst (=Bekijk het maar!)
  33. Wolvertem: daa es veul vollek in de stase (=iemand met dikke borsten)
  34. Meppels: hef a dikke borst (=hij is dronken)
  35. Sint-Niklaas: veel volk in de stoassie / e ferm schap / ne fermen toog / dor kunde blompotten op zetten (=dikke borsten)
  36. Lichtervelds: de duuvejoengn zittn up dn boîrd van tnest (=haar borsten steken uit haar beha)
  37. Ransts: Die heur voeten steun ok in de loemer(schaduw) (=die heeft ook grote borsten)
  38. Roeselaars: de duvejongen zitten op den boord van t'nest (=een meisje met haar borsten ver bloot)
  39. Steins: hiël get op de plank höbbe (=flinke borsten hebben)
  40. Diesters: zet e groeët balkon; ne groeëte kommesveur; goe verzien van poeëte en oeëre; groeëte koplampe (=vrouw met grote borsten)
  41. Lokers: Hij peist dan 't zwiest en 't zwast nog nie (=Iemand die graag een hoge borst opzet)
  42. Westerkwartiers: de bom is borst'n (=de bom is gebarsten)
  43. Lebbeeks: konouijne: De konouijne springen tegen d'n draud (=De borsten zien bewegen in de (lichtere) kledij)
  44. Sint-Niklaas: eur tetten angen op euren rug; zee twee punijzen (=een vrouw met zeer kleine of bijna geen borsten)
  45. Munsterbilzen - Minsters: de viëgel gon autvliege, ze zitte toch al opte boëd vant nès (=die halsuitsnijding is zo diep dat je haar borsten ziet)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen