49 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `Get`
- als door een repel Getrokken (=zeer mager)
- bot geGeten hebben (=dom geboren zijn en zo blijven)
- daar geboren en Getogen (=daar geboren en opgegroeid)
- de koe is verGeten dat hij kalf geweest is. (=zeurende ouderen vergeten dat ze vroeger ook wild waren)
- de meeste aardappelen al geGeten hebben (=veel meegemaakt hebben, al lang leven)
- de soep wordt nooit zo heet geGeten, als zij wordt opgediend (=er worden meestal minder zware maatregelen toegepast dan was aangekondigd)
- een krinGetje drinken. (=een borreltje drinken.)
- een vogel die te vroeg zingt, wordt `s avonds van de kat geGeten. (=wie al te jong naar genot streeft, gaat te gronde.)
- een zak zout met iemand geGeten hebben (=iemand al lang kennen)
- er geen kaas van hebben geGeten (=er geen verstand van hebben)
- er geen pap van geGeten hebben (=er weinig over weten)
- er geen tekeninGetje bij moeten maken (=het is overduidelijk)
- er niet mee Getrouwd zijn (=er niet aan vastzitten, er niet toe verplicht zijn)
- eruit zien om door een rinGetje te halen (=er keurig uitzien)
- gauw op de teentjes Getrapt zijn (=erg gauw boos en beledigd zijn)
- gegeven brokken zijn gauw geGeten. (=weldadigheid gaat meestal niet ver.)
- Getelde schapen lopen het hok uit. (=exact alles van tevoren weten)
- Getroffen zijn door (=wat je bijzondere gevoelens geeft, geraakt zijn door)
- Getrouwd zijn over de puthaak (=onwettig samenwonen)
- hazenvlees geGeten hebben (=een bangerik zijn)
- heb je het ooit zo zout geGeten (=heb je het ooit zo straf meegemaakt)
- heeft de duivel `t paard geGeten, dan neemt hij de toom ook nog. (=ben je eenmaal in handen van slechte mensen gevallen, dan verlies je alles.)
- heeft de duivel het paard geGeten, dan neemt hij de toom ook nog. (=ben je eenmaal in de macht van slechte mensen, dan wordt het alleen maar erger)
- het beste paard van stal verGeten. (=een belangrijk persoon over het hoofd zien)
- het gaat zo zijn ganGetje (=het verloopt rustig, zonder ups en downs)
- het rinGetje van de deur kussen (=onderdanig / beleefd zijn voorbij geloofwaardigheid)
- het zo zout nog niet geGeten hebben (=het zo slecht nog nooit meegemaakt hebben)
- ieder vist op zijn Getij (=iedereen maakt gebruik van het geschikte ogenblik)
- iets in het Getouw zetten (=iets voorbereiden)
- in het Getouw (=aan het werk)
- je lot Getroost zijn (=zijn lot aanvaarden)
- je op je pik Getrapt voelen (=je zwaar vernederd voelen)
- met een rode letter aanGetekend staan (=duidelijk vermeld , zodanig dat het zeker niet vergeten wordt)
- met een zwarte kool aanGetekend staan (=ongunstig bekend staan)
- om door een rinGetje te halen (=keurig netjes)
- onder de bezem Getrouwd zijn (=ongetrouwd samenwonen)
- ongegund brood wordt veel geGeten. (=vaak kan men het niet verdragen dat het een ander beter gaat.)
- op het glazen brugGetje geweest zijn (=in doodsgevaar zijn geweest, op het nippertje ontsnappen)
- op je tenen Getrapt zijn (=beledigd zijn)
- over de puthaak Getrouwd (=onwettig samenwonend)
- over het paard Getild zijn (=te veel eigendunk hebben of een naar karakter hebben, doordat je zoveel geprezen of verwend bent)
- paardenvlees geGeten hebben (=van nature onrustig zijn)
- platGetreden paden/wegen (=dingen die anderen al eerder gedaan hebben)
- uit de klei Getrokken (=boers)
- uitgesteld is niet verGeten. (=uitstel is nog geen afstel)
- uitGeteld zijn (=vermoeid zijn, niet meer verder kunnen)
- van lotje Getikt zijn (=niet goed bij het verstand zijn)
- wie gaat slapen zonder te hebben geGeten, staat op zonder te hebben geslapen. (=voor de gezondheid zijn eten en slapen van belang.)
- zo zijn we niet Getrouwd (=op die manier iets niet afgesproken hebben)
51 betekenissen bevatten `Get`
- haarscherp (=(van een afbeelding) Getrouw tot in fijne details)
- je kan niet alle meisjes haten om één (=als je bent Getrouwd wilt dat niet zeggen dat vrouwen je niet meer interesseren)
- dat is schering en inslag (=dat komt bijzonder vaak voor [onderdelen van een weefGetouw])
- de natuur is sterker dan de leer (=datgene wat aangeleerd is wordt gauw verGeten)
- de rotte appels uit de mand halen (=de minder Getalenteerde personen wegsturen, de minder goede dingen sorteren van de goede dingen)
- eind goed, al goed (=de tegenslagen zijn gauw verGeten als het goed afloopt)
- dat zaakje zal wel doodbloeden (=die kwestie zal geleidelijk aan wel worden verGeten)
- met een rode letter aangetekend staan (=duidelijk vermeld , zodanig dat het zeker niet verGeten wordt)
- je mag wel ergens anders honger krijgen, als je thuis maar komt eten. (=een Getrouwde man mag wel met knappe meisjes flirten, daar moet het bij blijven.)
- het tij keren (=een ontwikkeling stoppen. Bijvoorbeeld ten aanzien van het toenemen van zinloos geweld. Zie Getij)
- het ei met de kip krijgen (=een vrouw Getrouwd met een kind trouwen)
- doorgestoken kaart (=er is heel duidelijk iets mis! Hier is Getracht om iemand te laten geloven dat er bij toeval iets gebeurt, terwijl het in feite van tevoren gearrangeerd is)
- er niet over uit kunnen (=er niet over kunnen zwijgen, er zwaar door Getroffen zijn)
- zo mooi als poes (=erg mooi (opGetut))
- de Benjamin zijn (=het lievelinGetje zijn)
- het ene oor in, het andere weer uit (=het wel horen en meteen weer verGeten)
- wel thuis kunnen blijven (=het wel kunnen verGeten)
- het wel kunnen schudden (=het wel kunnen verGeten)
- naar de maan lopen (=het wel mogen verGeten / weg moeten gaan)
- de maat is vol (=het wordt niet langer Getolereerd)
- dat schaap zal een zachte dood nemen. (=het wordt verGeten)
- een stille in den lande zijn (=iemand die erg stil en inGetogen is of iemand die zich bijna nooit ergens mee bemoeit)
- iemand of iets over het hoofd zien (=iemand niet opmerken, verGeten met iemand of iets rekening te houden, iets niet zien)
- iets over het hoofd zien (=iets verGeten of ontbreken)
- iets op je buik kunnen schrijven (=iets wel kunnen verGeten, dat wat je wilde gaat niet door)
- job krijgt op zijn kop (=kaartspel: als klaveren heer wordt afGetroefd)
- ten voeten uit (=letterlijk: de volledige gestalte is afgebeeld; figuurlijk: een Getrouwe persoonsbeschrijving)
- het oog is groter dan de maag (=meer op het bord scheppen dan er opgeGeten kan worden)
- wolven dromen van bossen. (=men kan zijn aangeboren aard niet verGeten)
- een stadspraatje duurt maar drie dagen. (=mensen verGeten snel)
- het grootste mirakel duurt maar drie dagen. (=mensen verGeten snel)
- je eieren goed naar de markt brengen (=met een rijke vrouw Getrouwd zijn)
- buiten schot blijven (=niet worden aanGetast)
- onder de bezem getrouwd zijn (=onGetrouwd samenwonen)
- achter de kiezen hebben (=opgeGeten hebben)
- achter de knopen hebben (=opgeGeten hebben)
- een muurbloempje zijn (=stil en terugGetrokken zijn)
- flink wat achter de knopen hebben (=veel geGeten en gedronken hebben)
- een potje bij hen kunnen breken (=veel Getolereerd worden)
- over het hoofd zien (=verGeten, niet opmerken)
- aan de scharrel zijn (=verkeren zonder verloofd of Getrouwd te zijn)
- in de fuik zijn (=verloofd of Getrouwd)
- uit het zicht, uit het hart (=wanneer iets niet meer zichtbaar is, wordt het vaak verGeten.)
- wel onder zijn zolen kunnen schrijven (=wel mogen verGeten)
- iedere stuiver brengt zijn gierigheid mee. (=zelfs om kleine dinGetjes kunnen mensen hebzuchtig zijn)
- ieder oortje brengt zijn gierigheid. (=zelfs om kleine dinGetjes kunnen mensen hebzuchtig zijn (een oortje is een oude munteenheid))
- de koe is vergeten dat hij kalf geweest is. (=zeurende ouderen verGeten dat ze vroeger ook wild waren)
- quod attestor (=zo Getuig ik)
- zoals het raait en draait (=zoals het zijn ganGetje gaat)
- zoals het reilt en zeilt (=zoals het zijn ganGetje gaat)
50 dialectgezegden bevatten `Get`
- ` Dat waor nog 'ns Get veur in de Zònjèse brook` (=wordt gezegd over een langvormig voorwerp) (Steins)
- 'n kart sjanse Get (=eventjes geluk gehad) (Wevelgems)
- 't Laeve waas veur veul minse neet zoeë gezellig es de bure Get mieë gelök haje! (=Het leven was voor veel mensen niet zo gezellig moesten de buren wat meer geluk hebben!) (Kinroois)
- ' t wird tied det t' r ins Get aan dae sjnor krieg (=het wordt tijd dat hij een vriendin krijgt) (Roermonds)
- aanes maok ich tich Get aanester wijs (=je moet niet alles van me aannemen) (Munsterbilzen - Minsters)
- aater Get zitte te roeëchële (=al pratend iets proberen te achterhalen) (Munsterbilzen - Minsters)
- aet dat-ste Get weurs!! (=eet goed, zo dat je groot en sterk wordt.!!) (Steins)
- Ajei Get zitte (=Hij is de dupe, hij heeft het zitten) (Mechels (BE))
- As Get mau wét (=Wees daar maar zeker van) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
- as lëlek zin paajn doeg, dan wont haaj Get aofgesnotterd (=lelijk zijn doet geen pijn) (Bilzers)
- asset nie geleefs maok ichtich Get aanester wijs (=geloof het of geloof het niet) (Bilzers)
- aste da nie geleefs, maok ich tich Get aanester wijs (=geloof me vrij!) (Munsterbilzen - Minsters)
- aste daud bès, wiët iedereen Get van dich (=een vriend is iemand die tijdens je leven je vertelt, wat anderen na je dood van je weten te vertellen) (Munsterbilzen - Minsters)
- aste dinks vür daste Get zèks, konste dich viël leed bespaore (=zwijgend denken, zal niemand krenken) (Munsterbilzen - Minsters)
- aste Get adder bès, doert het ook Get langer vër dich aut te rèste as vër dich miech te maoke (=als je oud bent ben je rapper moe dan uitgerust) (Munsterbilzen - Minsters)
- aste Get kwijt bès, wieëste pas woste nimei hëbs (=scheiden doet lijden) (Munsterbilzen - Minsters)
- aste kons triëver kalle, èssët ook al Get ! (=oude mensen doen niet meer aan seks, maar er over kunnen praten lucht ook al op) (Munsterbilzen - Minsters)
- Aste mich nie geleefs, dan maok ich tich Get aanester wijs. (=Je moet niet alles geloven wat ik zeg!) (Munsterbilzen - Minsters)
- aste nie gëleefs wat ich tich zèk, dan maok ich tich Get aanëstërs wijs (=je gelooft het of je gelooft het niet) (Munsterbilzen - Minsters)
- aste nog nauts Get hübs gezien, mér nau kiekste mér és goed (=nog nooit vertoond spektakel!) (Bilzers)
- asten haon Get vrig begint te kraeë, moete ze ze bekske mér taunaeë (=als de haan 's morgens altijd te vroeg kraait, wordt hem wel snel de bek toegenaaid) (Munsterbilzen - Minsters)
- astes nie geleûfs maok ichtich Get aanes wijs (=echt waar of niet?) (Bilzers)
- atter Get èn zene kop hèt, hèttert nie èn zen K. (=gekrulde haren, gekrulde zinnen) (Munsterbilzen - Minsters)
- baeter Get verlieze dan ët nauts gehad hëbbe (=iets verliezen is niet zo erg als het nooit bezeten te hebben) (Munsterbilzen - Minsters)
- bedoot dich Get (=stel je niet aan) (Heitsers)
- blijf nog Get, dan geeste seffes mèr Get vrigger voert! (=je hebt nog wel wat tijd) (Munsterbilzen - Minsters)
- brierke daud hêbbe on Get (=met tegenzin doen) (Munsterbilzen - Minsters)
- bring ès Get laeve èn de brauweraaj (=zet eens wat muziek op) (Munsterbilzen - Minsters)
- d’r vèltj Get voeligheid oet de lócht (=t (mot)regent een beetje) (Heitsers)
- Da h'et gèt had ètj (=Je hebt het al gekregen) (Bambrugs)
- daaj bémmelt gét aof (=doe loopt af) (Bilzers)
- daaj ès Get aestevieër (=die wringt wat tegen) (Munsterbilzen - Minsters)
- daaj ès Get kot aofgezaeg (=zij heeft korte beentjes) (Munsterbilzen - Minsters)
- daaj hèt bang datse Get verlies (=ze loopt met haar knieën tegen mekaar) (Munsterbilzen - Minsters)
- daaj hèt Get aon hërren tram (=zij krijgt weer veel te verwerken) (Munsterbilzen - Minsters)
- daaj hèt hër eksternès haug hange, mér hër wolke hange Get leig (=ze heeft lange benen maar slaphangende borsten) (Munsterbilzen - Minsters)
- daaj meint ook nog datse Get hèt (=ze moet er zo niet mee te koop lopen) (Munsterbilzen - Minsters)
- daaj meint zich Get (=zij beeldt zich wat in) (Munsterbilzen - Minsters)
- daaj meint zich Get (=dat is een ingebeelde trut) (Munsterbilzen - Minsters)
- daaj moet Get on sinterkloës vroëge (=dat is een platte vijg) (Bilzers)
- dae haet ‘m Get lang inne baek laote hange (=hij moet (gedwongen) trouwen) (Heitsers)
- dae haet Get aan ziene fiets (=hij heeft heel wat problemen) (Heitsers)
- dae haet Get lang inne aove gezaete (=hij heeft een rode kop) (Heitsers)
- Dae haet mich Get inein gesjoesterd (=Prutswerk leveren) (Gelaens (Geleens))
- dae huit zich Get oet de nak (=hij kletst onzin) (Susters)
- dae huit zich Get oet ziene nek (=Die kun je niet alles geloven) (Steins)
- Dae meint zich Get (=Die denkt dat hij wat voorstelt) (Roermonds)
- dae slig mër Get autzen kloete (autzene nak) (=die zevert er maar wat op los) (Munsterbilzen - Minsters)
- dae slig mich Get traut (=wat die toch maar vertelt !) (Munsterbilzen - Minsters)
- dae steet doë mér Get te koekëloerë (=hij staat zomaar wat rond te kijken ipv te werken) (Munsterbilzen - Minsters)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen