Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

5 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `denken`

  1. aanzien doet gedenken (=wat men met eigen ogen gezien heeft, is gemakkelijker te onthouden)
  2. denken met kousen en schoenen in de hemel te komen (=denken dat men zich niet moet inspannen)
  3. denken moet je aan een paard overlaten, dat heeft een groter hoofd. (=niet te veel denken maar doen.)
  4. iemand van kwade trouw verdenken (=verdenken dat iemand bedriegt)
  5. niet meer kunnen wegdenken (=niet meer kunnen missen)

30 betekenissen bevatten `denken`

  1. naar zijn hielen omzien (=aan vluchten denken)
  2. de ratten verlaten het zinkende schip. (=als de omstandigheden verslechteren denken sommigen alleen aan zichzelf en vertrekken)
  3. je doet de boter in de pan, maar bakt er niks van. (=denken dat je iets begrijpt, terwijl je dat niet doet.)
  4. denken met kousen en schoenen in de hemel te komen (=denken dat men zich niet moet inspannen)
  5. zich achter de oren krabben (=door een onverwachte, zorgelijke ontwikkeling tot nadenken gestemd zijn.)
  6. het paard van Troje binnenhalen. (=door onnadenkendheid of onnozelheid de vijand toelaten)
  7. zijn woorden kauwen (=eerst nadenken en dan pas spreken)
  8. niet over een nacht ijs gaan (=eerst nadenken voor men iets doet - geen risico's nemen)
  9. ergens een nachtje over willen slapen (=er eerst over na willen denken)
  10. uit het oog verliezen (=er niet meer aan denken)
  11. te binnen schieten (=er plots aan denken)
  12. voor ogen (=er steeds weer aan denken)
  13. daar zitten nogal wat haken en ogen aan. (=er zijn meer problemen dan je op het eerste gezicht zou denken.)
  14. iets wikken en wegen (=erg lang over iets nadenken en alle voors- en tegens afwegen)
  15. zo wijs als Salomo's kat zijn (=erg wijs denken te zijn, maar eigenlijk totaal niet zijn)
  16. er geen gat meer in zien (=geen oplossing meer kunnen bedenken)
  17. geld over de balk gooien (of smijten). (=geld verspillen, zonder nadenken uitgeven.)
  18. gedachten zijn tolvrij. (=iedereen mag vrij denken wat diegene wil)
  19. iemand op het verkeerde been zetten. (=iemand ergens een verkeerde indruk van geven, waardoor hij of zij iets gaat denken wat helemaal niet klopt.)
  20. 't Mag vloeien, 't mag ebben. Die niet waagt zal 't niet hebben. (=Je moet niet denken als je niets onderneemt dat ze het dan bij je thuis komen bezorgen.)
  21. laten we elkaar geen mietje noemen (=laten we precies zeggen hoe we denken over de ander)
  22. die staat ziet toe dat hij niet valle. (=mensen die alles denken te weten of kunnen, moeten zelf maar oppassen voor fouten en problemen)
  23. ergens geen brood in zien (=niet denken dat iets kan werken)
  24. buiten de waard rekenen (=niet gerekend hebben op hoe anderen er werkelijk over denken)
  25. niet verder zien/kijken dan je neus lang is (=niet goed nadenken wat de gevolgen van iets zijn)
  26. denken moet je aan een paard overlaten, dat heeft een groter hoofd. (=niet te veel denken maar doen.)
  27. iemand van kwade trouw verdenken (=verdenken dat iemand bedriegt)
  28. lijnrecht tegenover iets staan (=volledig het omgekeerde zijn of denken)
  29. twee handen op een buik (=ze werken samen, ze denken er hetzelfde over)
  30. twee hoofden onder een kaproen (=ze werken samen, ze denken er hetzelfde over)

Het dialectenwoordenboek kent 37 spreekwoorden met `denken`

  1. Westfries: Je zoue meist miene..... (=Je zou toch denken....)
  2. Geels: Kzot deenke/kzaat deenke (=Ik mag het denken)
  3. Zottegems: oe ette gij 't leven op de? (=denken dat je gelijk hebt)
  4. Fries: om immen tinke (=om iemands gevoel denken/ empathie tonen)
  5. Munsterbilzen - Minsters: iës gedaach hèt nog niemes èn mesiëre gebraach (=in stilte denken, zal niemand krenken)
  6. Sint-Niklaas: er iets uitlappen (=onverwachts iets zeggen zonder na te denken)
  7. Walshoutems: Ich hêb mich onnuzel gespékkuleid. (=Zich onnozel denken om tot een oplossing te komen)
  8. Steins: Dènke mòste aan e paerd euverlaote (dat haet eine groeatere kop) (=Jij hoeft niet mee te denken!!)
  9. Westerkwartiers: bezinn'n veur da'j begunn'n (=eerst denken, daarna doen)
  10. Eizels (Herzeels): twas te peizen (=het was te denken)
  11. Mestreechs: zoonder verzeij (=zonder na te denken)
  12. Twents: Zwiegen en denken kan gin mense krenken (=Met zwijgen en denken krenk je niemand)
  13. Volendams: dees is er ientje van de buregemaister (=Veel van zichzelf denken)
  14. Zottegems: geddent gij goed op (=denken dat je gelijk hebt)
  15. Oudenbosch: oe komde daor nou op ? (=hoe kun je dat denken ?)
  16. Sint-Niklaas: 'k docht bè (in) min eigen (=ik was aan het denken...)
  17. Sint-Niklaas: wa peizen die waal, nie mè tundezen zulle (=wat denken die wel!)
  18. Mestreechs: zoonder verzeij (=zonder er bij na te denken)
  19. Munsterbilzen - Minsters: lot daaj würmpkes mër ès wërke (=denken is het begin van alle kennis)
  20. Tilburgs: ge meut ur nie òn dènke (=je mag er niet aan denken)
  21. Westerkwartiers: leev'm en leev'm loat'n (=men moet ook om de medemens denken)
  22. Munsterbilzen - Minsters: mèt stilte zèkste somtijds mei as mèt wieëd (=zwijgend denken zal niemand krenken)
  23. Sint-Niklaas: er grust in zin (=denken dat alles in orde is)
  24. Sint-Niklaas: wa stodde doar nô weer in ô broek te kraan? zidde ô overuren ont uitrekenen? (=aan wat ben je nu weer aan het denken?)
  25. Kinrooi: Langksaam kalle en snel dinke, heet al veul vrintjsjap doon blinke! (=Langzaam praten en snel denken, heeft reeds veel vriendschappen bezegeld.)
  26. Brussels: as den oeil stoet zakt 't verstand in de kluute (=als een man opgewonden is kan hij niet helder meer denken)
  27. Munsterbilzen - Minsters: wae goed zen aete knabbelt, zal zich nie rap verslikke (=denk alvoor je doende bent, opdat je aldoende niet meer denken moet)
  28. Brakels: kzoot nie giejrn gedrumd èn (=ik mag er niet aan denken)
  29. Gelaens (Geleens): Get zègke zónger bezej. (=Iets zeggen zonder na te denken.)
  30. Opglabbeeks: zut dich det uut de kop (=niet meer aan denken)
  31. Westerkwartiers: ze benn'n met 't zölde sop overgoot'n (=ze denken en doen het zelfde)
  32. Gents: ij es mee zijn gat in de boter gevalle, moar mee zijne kinne op den rand (=denken dat iemand geluk had, maar toch niet.)
  33. Bilzers: dinke moeste iëverlotte on ze piëd, dae hètter de kop vër (=denken moet je aan anderen overlaten die dat kunnen)
  34. Munsterbilzen - Minsters: dinke moeste iëverlotte on ze piëd, dae hètter de kop vër (=denken moet je overlaten aan mensen die dat kunnen)
  35. Antwerps: Ge kund'is on mennen tap gaon hange joeng (=Je moet niet denken dat ik dat ga doen, man)
  36. Twents: Der bint leu dee nich van gedachtn veraandert; mer dee deankt nooit noa (=Er zijn mensen die nooit van gedachte veranderen, maar deze mensen denken dan ook nooit na)
  37. Kinrooi: Es m'n aan sommige minse e vaerke geuftj dinke ze det ze vleugels höbbe! (=Wanneer men aan sommige mensen een veertje geeft denken zij dat ze vleugels hebben!)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen