413 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `Ema`
- aan dovEmans deur kloppen (=vragen terwijl men geen gunstig antwoord hoeft te verwachten)
- aan iEmands leiband (=door iemand geleid)
- aan iEmands lippen hangen (=aandachtig luisteren)
- aan iEmands voeten liggen (=iemand vereren, een absolute fan van iemand zijn)
- achter iEmand zoeken (=iemand kwaad proberen te doen)
- allEmans neus is geen kapstok. (=je moet niet alles aan iedereen vertellen.)
- allEmans raad is allEmans zot. (=volg niet blindelings het advies van iedereen)
- allEmans vriend is allEmans gek. (=als je iedereen te vriend wil houden, zal men misbruik van je maken.)
- allEmans vriend is iedermans nar (=je kan niet voor iedereen goed doen)
- allEmans werk is niEmands werk. (=als iedereen verantwoordelijk is, doet niemand het daadwerkelijk.)
- als bliksEmafleider fungeren (=iemand die of iets dat de boze bui van iemand kan afleiden)
- als een luis in iEmands pels zijn (=iemand voortdurend in de weg lopen. Iemand tegenwerken)
- als niet komt tot iet dan is het allEmans verdriet (=een `parvenu` heeft dikwijls kapsones)
- armoe met eren kan niEmand deren. (=arm zijn is niet erg als je maar eerlijk bent)
- bij iEmand aankloppen (=hulp vragen)
- bij iEmand in het krijt staan (=aan iemand iets schuldig zijn)
- bij iEmand nog wel kunnen schoolgaan (=aan iemand nog een voorbeeld kunnen nemen)
- dat is BeulEmans Frans (=dat is slecht Frans spreken. In België zeggen de Vlamingen dat over Waals. Walloniërs op hun beurt vinden Vlaams weer slecht Nederlands)
- dat is iEmand met een gebruiksaanwijzing (=dat is iemand waarvan je weet hoe je met diegene om moet gaan)
- de gek met iEmand steken (=spotten met iemand)
- de handen van iEmand aftrekken (=iemand niet langer steunen)
- de kastanjes voor iEmand uit het vuur halen (=voor iemand anders het gevaarlijke werk of een lastig klusje doen)
- de mier aan iets/iEmand hebben (=een erge hekel hebben)
- de pik op iEmand hebben (=iemand voortdurend plagen of aanvallen)
- de poten onder iEmands stoel wegzagen (=iemands positie verzwakken)
- de vlag voor iEmand strijken (=voor iemand onderdoen, zijn meerdere erkennen)
- de vloer aanvegen met iEmand (=iemand gemakkelijk kloppen/verslaan)
- dood gaan we allEmaal. (=gezegd als je iets ongezonds doet)
- driEmaal is scheepsrecht (=de derde keer zal je wel gaan lukken)
- eb en vloed wachten op niEmand (=de tijd gaat gewoon door)
- een appeltje met iEmand te schillen hebben (=nog een vervelend onderwerp met iemand te bepraten hebben)
- een dronkEmansgebed doen (=het geld natellen (als het zo goed als op is))
- een eitje met iEmand te pellen hebben (=hetzelfde als: een appeltje met iemand te schillen hebben. Nog iets met iemand moeten oplossen.)
- een ezel stoot zich geen tweEmaal aan dezelfde steen (=men maakt geen twee keer dezelfde fout)
- een goed woord voor iEmand doen (=iemand bij een ander aanbevelen)
- een goed zeEman wordt ook wel eens nat (=ieder kent zijn tegenslagen)
- een lans breken voor iEmand (=het voor iemand opnemen, voor iemand de best doen diegene ergens mee te helpen iets te verkrijgen)
- een lelijke noot met iEmand te kraken hebben (=met iemand nog iets af te rekenen hebben)
- een lichtje opgaan bij iEmand (=iets wordt duidelijk en helder)
- een loopje met iEmand nemen (=zich weinig van iemand aantrekken (die de leiding heeft))
- een nagel aan iEmands doodkist (=een groot verdriet of iemand die een groot verdriet veroorzaakt)
- een oogje op iEmand hebben (=tedere, mogelijk verliefde, gevoelens voor iemand koesteren)
- een rib(be) uit iEmands lijf (=een grote uitgave)
- een zak zout met iEmand gegeten hebben (=iemand al lang kennen)
- een zwak voor iets of iEmand hebben (=iets/iemand leuk of aardig vinden)
- fiolen van toorn over iEmand uitstorten (=aan iemand duidelijk laten blijken dat je kwaad op diegene bent)
- gebraden duiven vliegen niEmand in de mond (=je krijgt niets zomaar (zonder er enige moeite voor te doen))
- geen beter gEmak dan eigen dak. (=thuis voel je je het meest op je gemak)
- geloof nooit iEmand die in de ene hand water en de andere hand vuur draagt (=wees niet lichtgelovig, niet iedereen is het vertrouwen waard)
- gepokt en gEmazeld zijn (=al veel ervaring hebben)
688 betekenissen bevatten `Ema`
- naar iemands pijpen dansen (=(onderdanig) alles doen wat iEmand vraagt)
- op de vingers kijken (=(Op een vervelende manier) scherp toezien hoe iEmand iets doet, zodat elke fout direct opgemerkt wordt)
- voor de ganzen preken (=aan dovEmans oren zeggen)
- aan de veren kent men de vogel (=aan het uiterlijk (verzorging/kleding) kun je zien met wat voor iEmand je te maken hebt)
- niet in iemands schaduw kunnen staan (=aan iEmand absoluut niet kunnen tippen)
- je hart uitstorten (=aan iEmand alles (in vertrouwen) vertellen)
- fiolen van toorn over iemand uitstorten (=aan iEmand duidelijk laten blijken dat je kwaad op diegene bent)
- bij iemand in het krijt staan (=aan iEmand iets schuldig zijn)
- iemands maat niet kunnen halen (=aan iEmand niet kunnen tippen)
- bij iemand nog wel kunnen schoolgaan (=aan iEmand nog een voorbeeld kunnen nemen)
- plat op de buik gaan (=aan iEmand toegeven, zich overleveren)
- in zijn eigen vet gaar koken (=aan zijn lot overlaten (iEmand die iets misdaan heeft))
- iemand het hof maken (=aardig tegen iEmand doen in de hoop aardig gevonden te worden)
- met de vork schrijven (=afzetten, meer kosten rekenen dan werkelijk gEmaakt)
- het tafellaken doorsnijden (=alle bindingen met iEmand verbreken)
- iemand over de hekel halen (=allerlei slechte dingen vertellen over iEmand)
- de wereld op zijn duim kunnen draaien (=alles doen wat iEmand wil)
- de kust is veilig (=alles is in orde - er is niEmand in de buurt)
- zo vrij als een vogeltje in de lucht (=alles kunnen doen en laten wat iEmand wil)
- iemand tot op zijn hemd uitkleden (=alles van iEmand afnemen, een te hoge prijs laten betalen)
- iemand om zijn vinger (kunnen) winden (=alles van iEmand gedaan (kunnen) krijgen of alles mogen)
- je hebben en houwen verliezen (=alles wat iEmand bezit kwijtraken)
- vele handen maken licht werk (=als een karwei samen wordt opgepakt is het snel en gEmakkelijk gedaan)
- allemans werk is niemands werk. (=als iedereen verantwoordelijk is, doet niEmand het daadwerkelijk.)
- als de maan vol is schijnt ze overal (=als iEmand gelukkig is, kan iedereen dat zien)
- eens gezegd, blijft gezegd (=als iEmand iets belooft moet die dat ook uitvoeren)
- dan moet de wal het schip maar keren (=als iEmand niet vooraf rekening houdt met een naderend probleem, dan moet het probleem maar daadwerkelijk in volle omvang ontstaan, en dan alsnog worden opgelost)
- opgestaan is plaats vergaan (=als je even wegloopt kan iEmand anders op je stoel gaan zitten)
- wie appelen vaart, die appelen eet (=als je handelt in bepaalde goederen, dan zul je deze zelf waarschijnlijk ook gebruiken. / IEmand die bepaalde werkzaamheden voor een ander moet verrichten, geniet daar doorgaans zelf ook van)
- als je hem een vinger geeft, neemt hij de hele hand (=als je iEmand een beetje helpt, wil diegene altijd je hulp)
- wie een hond wil slaan, vindt altijd wel een stok (=als je kritiek wil hebben op iEmand, vind je altijd wel een reden)
- geen bericht is goed bericht (=als je niet weet hoe het met iets of iEmand gaat, kun je ervan uitgaan dat het goed gaat, zolang je geen slecht bericht ontvangt)
- gedeelde smart is halve smart (=als je over problemen praat, dan kan je het makkelijker verwerken / door de problemen/ellende van een ander is het gEmakkelijker de eigen problemen/ellende te dragen)
- wie zijn klomp breekt, schiet gemakkelijk uit zijn slof (=als je wordt teleurgesteld, kun je gEmakkelijk boos worden)
- wie geeft wat hij heeft, is waard dat hij leeft (=als je zoveel geeft zoveel je kunt, dan kan niEmand je iets verwijten)
- of je worst lust! (=antwoord als iEmand `Wat?!` zegt)
- begaan zijn met (=bedroefd zijn omdat het met iEmand niet goed gaat, meeleven met)
- van de ratten besnuffeld/gebeten zijn (=ben je nu helEmaal gek!)
- geen mens is zijn eigen maker. (=beoordeel iEmand niet om hun uiterlijk.)
- beter blooie Piet dan dooie Piet (=beter een aarzelend iEmand dan iEmand die ondoordacht handelt)
- beter een half ei dan een lege dop (=beter iets dan helEmaal niets)
- iemand iets heten liegen (=beweren dat iEmand gelogen heeft)
- iemand in het zeer tasten (=bij iEmand de gevoelige plek raken)
- iemand de oren van het hoofd eten (=bij iEmand erg veel eten)
- met opgestoken/opgestreken/opgezet zeil naar iemand toe gaan (=boos naar iEmand toe gaan of boos bij iEmand binnen komen)
- mijn verstand staat er bij stil (=dat begrijp ik helEmaal niet)
- dat gaat erin als klokspijs (=dat gaat er gEmakkelijk in)
- dat is lariekoek (=dat heeft iEmand verzonnen)
- dat is geen punt. / Daar maken we geen punt van (=dat is geen probleem. / Dat is helEmaal geen argument)
- dat is iemand met een gebruiksaanwijzing (=dat is iEmand waarvan je weet hoe je met diegene om moet gaan)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen