Spreekwoorden met `Zei`

Zoek

29 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten ` Zei`

  1. achteruit Zeilen (=slechter worden)
  2. alle baat helpt Zei de schipper, en hij blies in het Zeil (=alle beetjes helpen)
  3. alle Zeilen bijzetten (=de uiterste best doen om iets toch te bereiken)
  4. de wind in de Zeilen hebben (=voorspoed hebben)
  5. de Zeilen hijsen (=opstaan, vertrekken)
  6. een oog in het Zeil houden (=in de gaten houden)
  7. een oogje in het Zeil houden (=alert zijn)
  8. een reef in het Zeil doen (=besnoeien in de uitgaven, bezuinigen)
  9. elk zijn meug, Zei de boer en hij at paardenkeutels in plaats van vijgen. (=boeren zijn koppige mensen die hun eigen zin doen)
  10. het is kruis of munt, Zei de non en ze trouwde de bankier (=een keuze voor het materiële kan ten koste gaan van het spirituele)
  11. het Zeil (hoog) in de top halen (=een grootse vertoning weggeven)
  12. het Zeil in top zetten (=een zo goed mogelijke vertoning weggeven)
  13. het Zeil strijken (=het opgeven / flauw vallen / van iemand verliezen)
  14. hij Zeit wat (=honend gezegd van iemand die iets stoms zegt)
  15. iemand de wind uit de Zeilen nemen (=iemand dwars zitten)
  16. iemand in zijn kielwater Zeilen (=iemand op de hielen volgen)
  17. ik wil hogerop, Zei de jongen en hij kwam aan de galg. (=bereik je doel op een eerlijke manier)
  18. met een nat Zeil thuiskomen (=dronken thuiskomen)
  19. met een opgestoken Zeil (=driftig, boos)
  20. met een staand Zeil (=driftig, boos)
  21. met onbevaren volk is het slecht Zeilen (=met onervaren mensen is het moeilijk werken)
  22. met opgestoken/opgestreken/opgezet Zeil naar iemand toe gaan (=boos naar iemand toe gaan of boos bij iemand binnen komen)
  23. onder een staand Zeiltje is het goed roeien (=met een klein vast inkomen, verdient men al gauw genoeg voor de kost)
  24. onder Zeil gaan (=gaan rusten of slapen, vertrekken of weggaan)
  25. voor de wind is het goed Zeilen (=onder gunstige omstandigheden is het gemakkelijker succes te hebben)
  26. vroeger, toen kraaiden de hanen nog. Tegenwoordig gapen ze alleen nog maar, Zei de dove (=veranderingen in een situatie zijn vaak niet feitelijk, maar een subjectieve beleving)
  27. zijn schip voert te grote Zeilen (=te veel geld uit geven)
  28. zijn Zeis in een anders koren slaan (=stelen, zich in het werk van iemand anders bemoeien)
  29. zoals het reilt en Zeilt (=zoals het zijn gangetje gaat)

2 betekenissen bevatten ` Zei`

  1. een rak in de wind (=met veel werk langzaam vooruit komen (een lang recht stuk tegenwind Zeilen))
  2. voor top en takel drijven (=scheepvaart : zonder een Zeil te voeren)

10 dialectgezegden bevatten ` Zei`

  1. `wè ziek??`, zik.......` ' k zèè zeeziek `, zeej.....!! (=`een beetje ziek??`, sprak ik, ......` ik ben zeeziek `, Zei hij......!!) (Tilburgs)
  2. "Kwa"zei bure en ze bleef nog un ure (=Ik ga, Zei de buurvrouw en ze bleef uur) (Zeeuws)
  3. alle boatn (h) elpm, Zei 't muuzetje, en 't piste in de zeeë (traditionele Zei-spreuk, die gezegd wordt als iemand met goede bedoelingen iets doet waarvan men van tevoren weet dat het bitter weinig zal uithalen) (=alle baten helpen, Zei 't muisje, en 't piste in de zee) (Klemskerks)
  4. Doar goatie, de meulu, zeedun muldur (=Daar gaat hij, de molen, Zei de molenaar) (Brakels (gld))
  5. feteurlik, Zei tn, en je reeë' med een oendekarre (traditionele Zei-spreuk, gebruikt als humoristische woordspeling op 'natuurlijk!' in de zin van 'uiteraard, vanzelfsprekend') (=voituurlijk, Zei hij, en hij reed met een hondenkar) (Klemskerks)
  6. hier zèèk, zik.......dè ziek, zeej......wè ziek, zik............' k zèè ziek, zeej (=hier ben ik, Zei ik.......dat zie ik, Zei hij...........een beetje ziek, Zei ik..........ja ik ben ziek, Zei hij...........) (Tilburgs)
  7. Ketr' is viere, Zei Koksje, en je stak ze wuuf bie drie oed' enn (traditionele Zei-spreuk) (=Quatre is vier, Zei Kokje, en hij stak zijn wijf bij drie oude hennen) (Klemskerks)
  8. Rienk Zei kooker en je bolde me se deeësm (tradtionele Zei-spreuk, onder meer gebruikt met betekenis ' Raak!' ) (=Ring!, Zei Koker, en hij bolde met zijn desem) (Klemskerks)
  9. vë zulle wol zien, zaag te blinne (=wacht maar af, Zei de blinde) (Munsterbilzen - Minsters)
  10. ze heeft gezeit / hij heeft gezeit / het kind heeft gezeit (=ze / hij / het kind / Zei) (Utrechts)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen