435 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `len`
- van zijn voetstuk vallen (=ontmaskerd worden - de macht ontnomen worden)
- veel pijlen op zijn boog hebben (=veel middelen, talenten hebben)
- verrijzen als paddenstoelen na een regenachtige dag (=plots tevoorschijn komen)
- volente deo (=zo god het wil) (Latijn)
- voor de poorten van de hel weghalen (=uit het grootste gevaar redden)
- voor de wind is het goed zeilen (=onder gunstige omstandigheden is het gemakkelijker succes te hebben)
- voor een dubbeltje op de eerste rang willen zitten (=tegen minimale kosten maximaal voordeel verlangen)
- voor Sinterklaas spelen (=alle wensen vervullen, alles voor iedereen betalen)
- voor stoelen en banken praten (=maar weinigen die naar iemands verhaal luisteren)
- vurige kolen op iemands hoofd stapelen (=iemand een groot schuldgevoel geven door hem onverdiende lof of vriendelijkheid te geven.)
- vurige kool op iemands hoofd stapelen (=iets goeds doen voor een vijandig persoon)
- waar de boom gevallen is, blijft hij liggen (=gedane zaken nemen geen keer)
- waar er twee ruilen moet er een huilen (=bij het ruilen is de een altijd beter af dan de ander)
- waar geen aardappelen gepoot worden, zullen er ook geen groeien (=als je niet een goed begin voor iets legt, zal er ook niets van worden)
- waar gehakt wordt, vallen spaanders (=waar werk verricht wordt, worden ook wel wat fouten gemaakt)
- we kunnen niet allen paus van Rome zijn (=niet iedereen kan de baas zijn)
- we zullen ze eens een poepie laten ruiken (=we zullen iets doen dat hen zal verbluffen (vooral toegepast in situaties waar sprake is van competitie))
- wel onder zijn zolen kunnen schrijven (=wel mogen vergeten)
- werken als een molenpaard (=hard werken)
- wie appelen vaart, die appelen eet (=als je handelt in bepaalde goederen, dan zul je deze zelf waarschijnlijk ook gebruiken. / Iemand die bepaalde werkzaamheden voor een ander moet verrichten, geniet daar doorgaans zelf ook van)
- wie een paard uit de wei wil halen, moet het beest niet eerst met het halster tegen de kop slaan. (=je bereikt meer met vriendelijkheid, dan met strengheid)
- wie hoog klimt kan laag vallen (=belangrijke zaken snel kwijt raken door kleine dingen)
- wie niet horen wil, moet voelen (=wie niet luistert naar wijze raad, of wie ongehoorzaam is, zal de gevolgen wel aan den lijve ondervinden)
- wie zijn billen brandt, moet op de blaren zitten (=als je iets doms doet, moet je de gevolgen dragen (liefst zonder klagen))
- willen vliegen eer men vleugels heeft (=iets willen doen nog voor men het geleerd heeft)
- willen weten welk vlees men in de kuip heeft (=eerst willen weten hoe iemand is)
- willens en wetens iets doen (=met opzet)
- wortelen doet `t gat bortelen. (=het eten van wortelen bevordert de stoelgang.)
- zelfs de beste breister laat wel eens een steekje vallen (=ook al kan iemand iets heel goed, hij of zij zal ook wel eens een fout maken; dat is vergeeflijk)
- zijn schip voert te grote zeilen (=te veel geld uit geven)
- zo fijn als gemalen poppenstront (=zeer streng rechtzinnig)
- zo stil dat je een speld kunt horen vallen (=bijzonder stil)
- zo ziet men weer hoe een dubbeltje rollen kan (=zo zie je maar hoe het kan gaan)
- zuinigheid met vlijt, bouwt huizen als kastelen (=door zuinig en ijverig te zijn, kan men veel bereiken)
- zwijgen in alle talen (=helemaal niets zeggen, niets van zich laten horen)
476 betekenissen bevatten `len`
- een haastige hond werpt blinde jongen. (=te snel of impulsief handelen heeft slechte gevolgen)
- een losse tong hebben (=te veel babbelen)
- veel koks bederven/verzouten de brij (=te veel verschillende raad volgen kan schadelijk zijn)
- een oogje op iemand hebben (=tedere, mogelijk verliefde, gevoelens voor iemand koesteren)
- in de contramine zijn (=tegen alles in gaan of altijd iets anders willen dan anderen)
- van twaalf ambachten en dertien ongelukken zijn (=telkens ander werk doen maar er bij geen van allen iets terecht brengen)
- boven water komen / boven water halen (=tevoorschijn komen / tevoorschijn halen, verschijnen, opduiken)
- onder de pantoffel zitten (=thuis niets te vertellen hebben)
- kruisjes achter de rug hebben (=tientallen jaren oud zijn)
- uit z`n rol vallen (=tijdens het spelen iets zeggen of doen wat niet bij de rol hoort)
- op de baan lopen (=tippelen)
- bakzeil halen (=toegeven dat je ongelijk hebt / aanzienlijk minder hoge eisen stellen dan je eerder deed)
- ad calendas graecas (=tot in het oneindige uitstellen)
- je voelhorens uitsteken (=trachten te achterhalen)
- appels met peren vergelijken (=twee totaal verschillende dingen vergelijken)
- twee ruggen uit een varken willen snijden (=uit één ding dubbel het voordeel willen halen)
- onder de voet raken (=vallen)
- op je plaat gaan (=vallen)
- trillen als een juffershondje (=van angst trillen)
- hollen of stilstaan (=van het ene uiterste in het andere vallen)
- iemand de beurs lichten (=van iemand geld stelen/afhandig maken)
- van twee walletjes eten (=van verschillende kanten voordeel behalen (negatief))
- er warmpjes bijzitten (=veel geld hebben, over ruime financiële middelen beschikken)
- over de brug komen (=veel geld moeten betalen)
- veel pijlen op zijn boog hebben (=veel middelen, talenten hebben)
- de mossel doet de vis afslaan. (=veel slechte waar op de markt doet de prijzen van de goede waar dalen)
- de spiering doet de kabeljauw afslaan (=veel slechte waar op de markt doet de prijzen van de goede waar dalen)
- lange vingers hebben (=veelvuldig stelen)
- mensen vertellen veel op een zomerse dag. (=verhalen kloppen niet altijd)
- koud en heet uit één mond blazen. (=verschillende standpunten innemen om zijn eigen belangen te dienen)
- de dienst uitmaken (=vertellen wat er gebeuren moet)
- wie in een boomgaard werkt mag er uit eten / van de druiven eten. (=voordeel halen uit je werk.)
- munt uit iets slaan (=voordelen halen uit)
- iets ter tafel brengen (=voorstellen om iets te bespreken)
- niets dan lege briefjes hebben in te brengen (=voorstellen waarvan je vooraf al weet dat deze toch niet bekeken worden)
- naar de bekende weg vragen (=vragen naar hetgeen men al weet / Overbodig handelen)
- in nood leert men zijn vrienden kennen (=wanneer men in de problemen zit wordt duidelijk welke vrienden daadwerkelijk iets voor je willen betekenen)
- getroffen zijn door (=wat je bijzondere gevoelens geeft, geraakt zijn door)
- mij een zorg (=wat kan mij het schelen!)
- het is beter een andermans hemd dan geen (=wat men niet heeft kan men desnoods nog altijd lenen)
- we zullen ze eens een poepie laten ruiken (=we zullen iets doen dat hen zal verbluffen (vooral toegepast in situaties waar sprake is van competitie))
- geen hoogvlieger zijn (=weinig talent hebben)
- spreeuwen willen wel kersen eten, maar geen bomen planten. (=wel van alles willen profiteren, maar er niets voor willen doen.)
- prijs stellen op (=weten te waarderen, graag willen)
- wie niet sterk is moet slim zijn (=wie geen macht of invloed heeft moet zijn slimheid gebruiken om je doel te behalen)
- de heler is net zo goed als de steler (=wie gestolen goed koopt is even slecht als de dief)
- wie de schoen past trekke hem aan (=wie schuldig is mag zich aangesproken voelen)
- het fijne ervan willen weten (=willen weten wat er precies aan de hand is)
- scheepjes met zuren appelen (=wolkjes die regen of storm voorspellen)
- een paard met een zachte mond moet men met zachte toom besturen. (=zachtaardige mensen moet men niet streng behandelen)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen