Spreekwoorden met `he`

Zoek


1672 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `he`

  1. die heeft een graat in z`n keel (=hij is (spreekt) bekakt)
  2. die het geluk vindt, die mag het oprapen. (=geluk komt onverwachts)
  3. die in het voorjaar niet zaait, in het najaar niet maait. (=als je jong bent moet je sparen voor je eigen oude dag)
  4. doekje voor het bloeden (=een schrale troost, of een ontoereikende, slechts symbolische maatregel)
  5. door de bomen het bos niet meer zien (=door alle details het overzicht verliezen)
  6. door de mazen van het net glippen/kruipen (=op het nippertje ontsnappen)
  7. door de zure appel (heen)bijten (=het onaangename doen of over zich heen laten gaan)
  8. door het behang gaan (=voor schut gezet worden)
  9. door het hennepen venster kijken (=opgehangen worden)
  10. door het ijs zakken (=niet aan de verwachtingen voldoen.)
  11. door het kluisgat aan boord komen (=de lagere rangen doorlopen alvorens bevelhebber te worden)
  12. door het lint gaan (=door woede je emoties niet (meer) onder controle kunnen houden)
  13. door het oog van de naald kruipen (=op het nippertje ontsnappen)
  14. door het verleden achtervolgd worden (=problemen of fouten van vroeger blijven invloed hebben.)
  15. doorgaan tot het gaatje (=doorzetten tot het einde is bereikt)
  16. driemaal is scheepsrecht (=de derde keer zal je wel gaan lukken)
  17. dun snijden is het behoud van de worst. (=goed kunnen rondkomen door zuinig te zijn)
  18. dwazen en gekken schrijven hun namen op deuren en hekken (=dwazen doen gekke dingen)
  19. een (goede) neus voor iets hebben (=precies aanvoelen hoe iets moet of gaat)
  20. een aal bij de staart hebben (=een lastige taak ondernemen)
  21. een aap op de schouder hebben (=een probleem hebben waar je niet vanaf komt.)
  22. een antenne hebben voor iets (=iets goed aanvoelen)
  23. een appeltje met iemand te schillen hebben (=nog een vervelend onderwerp met iemand te bepraten hebben)
  24. een Babylonische spraakverwarring (=door elkaar spreken zonder naar elkaar te luisteren en elkaar niet verstaan)
  25. een bek als een hooischuur hebben (=een grote mond hebben)
  26. een blauwe scheen lopen (=afgewezen worden)
  27. een blinde passagier hebben. (=in verwachting zijn)
  28. een blok aan het been (=een last zijn voor iemand anders.)
  29. een bom inhebben. (=dronken zijn.)
  30. een bord voor de kop hebben (=niet voor andere zienswijzen openstaan)
  31. een boterham met tevredenheid (=een (droge) boterham (zonder beleg))
  32. een brave hendrik zijn (=erg braaf zijn of zich zo voordoen)
  33. een brede rug hebben (=veel kunnen verdragen)
  34. een brutaal mens heeft de halve wereld (=iemand die wat durft te zeggen krijgt het meestal wel voor elkaar)
  35. een dak boven zijn hoofd hebben (=woonruimte hebben, onderdak hebben)
  36. een deksel op de kop hebben (=de verantwoordelijkheid voor iets nemen)
  37. een dikke huid hebben (=veel kunnen verdragen)
  38. een doodshemd heeft geen zakken. (=je hebt niets aan je geld als je dood bent)
  39. een doorn in het oog zijn (=ergens aan ergeren)
  40. een draai aan het verhaal geven (=een hele eigen versie van wat er gebeurd is vertellen)
  41. een duit in het zakje doen (=een kleine bijdrage leveren. (Historisch: de kleinst mogelijke gave in het collectezakje van de kerk).)
  42. een Egyptische duisternis (=een inktzwarte duisternis)
  43. een ei in het nest laten (=iets op voorraad hebben)
  44. een ei op hebben (=niets durven te zeggen)
  45. een eitje met iemand te pellen hebben (=hetzelfde als: een appeltje met iemand te schillen hebben. Nog iets met iemand moeten oplossen.)
  46. een fijne neus hebben (=gemakkelijk iets ontdekken, snel iets aanvoelen)
  47. een fluwelen tong hebben (=met gladde woorden mensen kunnen overtuigen)
  48. een garnaal heeft ook een hoofd (=schertsend gezegd van een kind dat koppig aan zijn mening vasthoudt)
  49. een gat in het dak krijgen (=niet erg slim zijn)
  50. een gat in zijn hand hebben (=geld te gemakkelijk uitgeven)

1930 betekenissen bevatten `he`

  1. een proefballonnetje oplaten (=door het doen van een uitspraak de mening van anderen peilen)
  2. ipso facto (=door het feit zelf)
  3. door vragen wordt men wijs (=door het stellen van vragen kun je veel te weten komen en veel kennis opdoen)
  4. buurmans leed troost (=door het verdriet of de pijn van een ander kun je je eigen verdriet en pijn beter verdragen)
  5. tijd slijt (=door het verloop van tijd worden herinneringen zwakker en de erge dingen minder erg)
  6. tijd heelt alle wonden (=door het verloop van tijd worden herinneringen zwakker en de erge dingen minder erg)
  7. alle hoop de bodem in (laten) slaan (=door iets geen enkele hoop meer (laten) hebben)
  8. al doende leert men (=door iets vaak te doen, leert men hoe het moet.)
  9. de nekslag geven (=door iets wordt de situatie een te groot probleem waardoor men het niet meer aan kan)
  10. ondervinding is de beste leermeester (=door iets zelf mee te maken of te oefenen leert men het snelst)
  11. met gesloten beurs betalen (=door middel van een wederzijdse schuld het bedrag verrekenen)
  12. het paard van Troje binnenhalen (=door onnadenkendheid of onnozelheid de vijand toelaten)
  13. eigen roem/lof stinkt (=door over jezelf op te scheppen maak je een nare indruk)
  14. liefde is blind (=door verliefdheid de gebreken van een ander niet zien)
  15. alle vrijers zijn rijk. (=door verliefdheid de negatieve dingen van je partner niet zien)
  16. de gestage drup holt de steen (uit) (=door vol te houden wordt uiteindelijk wel het doel bereikt)
  17. doorgaan tot het gaatje (=doorzetten tot het einde is bereikt)
  18. een dronken vrouw is een engel in bed (=drank draagt bij aan het beëindigen van de tegenstand)
  19. de derde man brengt de spraak aan (=drie hebben gemakkelijker een gesprek dan twee)
  20. de oren wassen (=duchtig ervan langs geven, de waarheid zeggen)
  21. met een rode letter aangetekend staan (=duidelijk vermeld , zodanig dat het zeker niet vergeten wordt)
  22. iemand de les lezen (=duidelijk zeggen dat iemand iets verkeerds gedaan heeft)
  23. de gekken krijgen de kaart (=dwaze en onverstandige mensen krijgen hun gelijk of ze dat hebben of niet)
  24. redenering van Jan Kalebas (=dwaze onlogische redenering)
  25. als niet komt tot iet dan is het allemans verdriet (=een `parvenu` heeft dikwijls kapsones)
  26. als niet komt tot iet kent iet zichzelf niet (=een `parvenu` heeft dikwijls kapsones)
  27. leven als een god in Frankrijk (=een aangenaam en zorgeloos leven hebben)
  28. de pot verwijt de ketel dat die zwart ziet (=een ander aanwijzen als schuldige, terwijl die zelf hetzelfde gedaan heeft)
  29. het is altijd vet op een andermans schotel (=een ander heeft het schijnbaar altijd beter)
  30. is de paus katholiek? (=een antwoord op een vraag waarvan het antwoord overduidelijk `Ja` is)
  31. ambt geeft verstand. (=een baan gekregen hebben zonder er iets van af te weten)
  32. iets aan het handje hebben (=een beetje verkering hebben)
  33. een (modder)figuur slaan (=een belachelijke of domme indruk maken)
  34. het beste paard van stal vergeten. (=een belangrijk persoon over het hoofd zien)
  35. de knoop doorhakken (=een beslissing forceren. (Afgeleid van het verhaal van de Gordiaanse knoop))
  36. paradepaard (=een bezit, eigenschap, kunst of vaardigheid waar iets of iemand trots op is)
  37. iets in één adem uitlezen (=een boek waaraan je begonnen bent heel snel uitlezen, omdat je het zo spannend vindt)
  38. boeren en varkens worden knorrend vet (=een boer die klaagt heeft daar wellicht geen reden toe)
  39. een schollekop (vissenkop) hebben (=een boeventronie hebben)
  40. een slaapmutsje nemen (=een borreltje nemen voor het slapen gaan)
  41. een Frans compliment. (=een compliment wat niet zo oprecht of positief is als het aanvankelijk leek)
  42. een verborgen agenda hebben (=een doel hebben dat voor de anderen verborgen gehouden wordt, bijvoorbeeld in een samenwerkingsverband)
  43. een te grote broek aantrekken (=een doel stellen waarvoor je niet de benodigde middelen hebt)
  44. de ene pijl de andere nazenden (=een dwaze of nutteloze daad herhalen)
  45. een keel als schuurpapier hebben (=een erg droge keel (keelpijn) hebben)
  46. een hoofd als een boei krijgen (=een erg rode kleur krijgen in het gezicht, erg blozen)
  47. de mier aan iets/iemand hebben (=een erge hekel hebben)
  48. onder het mes zitten (=een examen hebben, in angstige omstandigheden zitten)
  49. een beerput opentrekken (=een geheim onthullen of schandalen blootleggen.)
  50. een klein lek doet een groot schip zinken (=een geringe onachtzaamheid kan tot grote schade leiden)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen