Spreekwoorden met `EE`

Zoek


1961 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `EE`

  1. de lamp hangt schEEf (=het geld is op)
  2. de lange weg maakt EEn moede man (=een langdurige ziekte leidt tot uitputting)
  3. de lEEr veroordelen maar de leraar sparen (=de wortel van het probleem niet aanpakken)
  4. de liefde kan niet van één kant komen (=als je samen iets doet zal ieder moeten bijdragen)
  5. de liefde van EEn man gaat door de maag. (=je kan een man veroveren met goede kookkunst en lekker eten.)
  6. de mEEste aardappelen al gegeten hebben (=veel meegemaakt hebben, al lang leven)
  7. de meitak op EEn werk zetten (=het werk afmaken)
  8. de mens zal bij brood allEEn niet leven. (=een mens heeft niet alleen lichamelijke maar ook geestelijke behoeftes.)
  9. de mijn is verkEErd gesprongen (=ongeveer als: wie een put graaft voor een ander, valt er zelf in)
  10. de mug uitzuigen en de kamEEl doorzwelgen (=de onschuldige straffen en zelf schaamteloos zondigen)
  11. de muts stond hem schEEf. (=een slecht humeur hebben)
  12. de muts zich verkEErd staan (=een slecht humeur hebben)
  13. de nacht is EEn goede raadsman. (=een nachtje slapen is goed bij het nemen van beslissingen)
  14. de natuur gaat boven de lEEr (=men volgt eerder zijn karakter dan hetgeen men leert)
  15. de natuur is sterker dan de lEEr (=datgene wat aangeleerd is wordt gauw vergeten)
  16. de ochtendstond/morgenstond hEEft goud in de mond (=door vroeg te beginnen kan men meer werk verrichten)
  17. de omgekEErde wereld (=het tegenovergestelde van wat normaal en logisch is)
  18. de pastoor gaat voor en de dominEE loopt met hem mEE (=altijd eerst de machtige mensen, dan de mindere mens)
  19. de pEE in hebben (=erg gehumeurd zijn)
  20. de pEEntjes opscheppen (=de boel opruimen)
  21. de pEEr is nog niet rijp (=de zaak is nog niet in orde)
  22. de pret allEEn hebben (=iemands plezier bederven)
  23. de rode draad (in EEn verhaal of betoog) (=het centrale thema, hetgeen waar steeds weer op wordt teruggegrepen)
  24. de soep wordt nooit zo hEEt gegeten, als zij wordt opgediend (=er worden meestal minder zware maatregelen toegepast dan was aangekondigd)
  25. de spEElman zit op het dak (=ze zijn pas gehuwd, hebben nog geen zorgen)
  26. de stEEn des aanstoots (=iets dat anderen hindert, in conflict brengt of verdeeldheid zaait)
  27. de tafel de nodige EEr bewijzen. (=smakelijk gaan eten.)
  28. de tafel EEr aandoen (=goed en veel eten)
  29. de tEErling is geworpen (=de beslissing is genomen)
  30. de tijd hEElt alle wonden (=na lange tijd zal de pijn vanzelf over gaan)
  31. de tijd kent gEEn genade (=de tijd gaat sneller voorbij dan je denkt)
  32. de vis aardt naar de zEE (=je kunt wel zien waar hij vandaan komt)
  33. de vis is de boet niet wEErd (=het sop is de kool niet waard)
  34. de vlEEspotten van Egypte (=een vroegere tijd van grote welvaart)
  35. de wal kEErt het schip (=door beperkingen enigerlei niet verder kunnen)
  36. de weg van alle vlEEs gaan (=sterven)
  37. de wereld in EEn doosje hebben (=tevreden en gelukkig zijn met wat iemand heeft)
  38. de wereld is EEn pijp kanEEl ieder likt eraan maar krijgt niet vEEl (=ieder krijgt een klein deeltje van wat de wereld te bieden heeft)
  39. de wereld is EEn schouwtonEEl elk spEElt zijn rol en krijgt zijn dEEl (=ieder krijgt een klein deeltje van wat de wereld te bieden heeft)
  40. de wind waait uit EEn andere hoek (=de meningen/omstandigheden zijn veranderd)
  41. de zaak nog EEns aankijken (=nog even afwachten)
  42. de zEE is altijd zonder water. (=hebberige mensen willen altijd meer)
  43. de zEE ploegen (=de zee bevaren)
  44. de zwEEp erop leggen (=afdrijven, opjagen)
  45. denken moet je aan EEn paard overlaten, dat hEEft EEn groter hoofd (=niet te veel denken maar doen)
  46. denken moet je aan EEn paard overlaten, die hebben EEn groter hoofd. (=je moet niet te veel denken)
  47. denkt alEEr gij doende zijt en doende denkt dan nog. (Guido Gezelle) (=maak een plan alvorens ergens aan te beginnen, en stel tijdens de activiteit het plan bij indien nodig)
  48. die de minste tanden hebben, kauwen het mEEst (=de domste mensen voeren gewoonlijk het hoogste woord)
  49. die hEEft EEn graat in z`n kEEl (=hij is (spreekt) bekakt)
  50. die niets ontbrEEkt is rijk. (=wie tevreden is heeft geen geld nodig)

2307 betekenissen bevatten `EE`

  1. volgens Bartjens (=de allerEEnvoudigste rekenstof (als referentie aan onderwijzer Willem Bartjens die EEn bekend rekenboekje schrEEf))
  2. de broek aan hebben (=de baas spelen (van EEn vrouw over haar man), het voor het zeggen hebben)
  3. tussen mal en dwaas zijn (=de bakvislEEftijd hebben)
  4. de kurk waarop de zaak drijft (=de basis (steun) van het gehEEl)
  5. pap in de benen hebben (=de benen willen niet mEEr vooruit)
  6. ketters wonen het dichtst bij de paus (=de beste vrienden van EEn machtig man zijn vaak zijn grootste vijanden)
  7. de touwtjes in handen hebben (=de controle hebben over EEn situatie.)
  8. driemaal is scheepsrecht (=de derde kEEr zal je wel gaan lukken)
  9. tussen de regels door lezen (=de diepere betekenis van EEn tekst begrijpen)
  10. de dingen op hun kop zetten (=de dingen verkEErd of omgekEErd bekijken)
  11. het waren allebeiden vuilaards. (=de EEn verwijt de ander iets waaraan hij zich)
  12. de eerste stoot opvangen (=de EErste problemen opvangen)
  13. de admiraal heeft geschoten. (=de gasthEEr hEEft het sein gegeven te gaan eten.)
  14. goede papieren hebben (=de goede eigenschappen hebben (voor EEn baan))
  15. paal en perk stellen (=de grens leggen / EEn einde stellen aan)
  16. eén onderrok trekt meer dan twee paarden. (=de invloed van EEn vrouw is hEEl sterk)
  17. een vrouwenhaar trekt sterker dan tien paarden. (=de invloed van EEn vrouw is zEEr sterk)
  18. aan een zijden draadje hangen (=de kansen zijn nog niet verkeken, maar het schEElt erg weinig)
  19. zo heer zo knecht (=de knechten volgen het voorbEEld van de bazen)
  20. de draad kwijt zijn (=de loop van het verhaal niet mEEr kunnen volgen)
  21. de krenten uit de pap halen (=de mEEst aantrekkelijke gedEElten voor zichzelf bestemmen, bijvoorbEEld de mEEst interessante taken uit EEn omvangrijk werk)
  22. eerste viool willen spelen (=de mEEst prominente taak willen vervullen, bijvoorbEEld als leider of woordvoerder van de groep)
  23. door de bril van een ander zien (=de mening van EEn ander blind vertrouwen)
  24. homo homini lupus (=de mens benadert zijn medemens als EEn wolf)
  25. de rotte appels uit de mand halen (=de minder getalentEErde personen wegsturen, de minder goede dingen sorteren van de goede dingen)
  26. fris gewaagd is half gewonnen (=de moedigste hEEft de mEEste kansen om iets te winnen)
  27. de haringvijver (=de NoordzEE)
  28. vreemde ogen dwingen (=de ogen van EEn vrEEmde hEEft mEEr invloed op je dan van EEn bekende)
  29. het middel is erger dan de kwaal (=de oplossing veroorzaakt nog mEEr schade)
  30. roet in het eten gooien (=de pret bederven of EEn plan laten mislukken)
  31. ook tussen de mooie bloemen groeien brandnetels (=de schoonheid van de omgeving biedt gEEn garantie voor onaangename zaken)
  32. een streep door de rekening halen (=de schuld van iemand kwijtschelden en het er niet mEEr over hebben)
  33. de tand des tijds (=de slEEt door de ouderdom)
  34. andermans boeken zijn duister te lezen (=de toestand of bedoelingen van EEn ander zijn moeilijk in te schatten)
  35. het moeras insturen (=de verkEErde richting op sturen)
  36. de leer veroordelen maar de leraar sparen (=de wortel van het problEEm niet aanpakken)
  37. de ossen achter de ploeg spannen (=de zaak verkEErd aanpakken)
  38. je schaapjes op het droge hebben (=de zaken op orde hebben of voldoende hebben om niet mEEr te hoeven werken)
  39. oude wijn in nieuwe zakken (=de zaken zijn anders gepresentEErd, maar niet wezenlijk veranderd)
  40. het zilte nat (=de zEE)
  41. de zee ploegen (=de zEE bevaren)
  42. een zondagse steek houdt geen week (=de zondag is gEEn werkdag maar de dag des HEEren)
  43. het katje van de baan (=degene die baas spEElt)
  44. de drager kan het beste zeggen waar de schoen wringt (=degene die EEn problEEm hEEft, kan de kern van dit problEEm vaak het scherpste benoemen)
  45. als men van de duivel spreekt trapt men hem op zijn staart (=degene waarover men sprEEkt, laat zich dikwijls op dat moment zien)
  46. bezint eer ge begint (=denk goed na over de gevolgen voordat je actie ondernEEmt)
  47. het klopt als een bus (=deze uitdrukking is EEn contaminatie van het sluit als EEn bus met: het klopt als EEn zwerende vinger)
  48. het heen en weer krijgen (=diarrEE krijgen - vooral gezegd van iets dat helemaal niet bevalt)
  49. tussen die twee was er geen chemie (=die twEE mensen hadden te vEEl karakterverschillen om goed te kunnen samenwerken)
  50. uit wiens hand men eet wiens woord men spreekt (=diegene bij wie we ons geld verdienen geven we mEEstal gelijk)

50 dialectgezegden bevatten `EE`

  1. ij EE zijn affesEErschoenn an (=hij stapt snel) (Kaprijks)
  2. ij EE zijn boonk haad (=hij is ontslagen) (Brakels)
  3. ij EE zijn kerre gekierd (=hij is veranderd van gedacht) (Gents)
  4. ij EE zijn kerre gekirt (=hij is van gedacht veranderd) (Zottegems)
  5. ij EE zijne konzjEE gekregen (=hij hEEft zijn opzeg gekregen; zij hEEft het uitgemaakt) (Lokers)
  6. ij EE zijne kop gelèjt (=hij is gestorven) (Brakels)
  7. ij EE zijne lepel wiggesmEEte (=hij is dood) (Gents)
  8. ij EEt EEn lirre vandoen om iejn EE verke zij gat te kijk'n (=hEEl kleine persoon) (Brakels)
  9. ij es mEE zijn gat in de boter gevallen, ij EE oersjanse gat (=hij hEEft geluk gehad) (Gents)
  10. ij és poepeloere zat / stiepelzat / ij EE en stuk in zaane zielEE (=hij is stomdronken) (Gents)
  11. ik ' n EE geên roste kloyte mEEr (=ik ben platzak) (Waregems)
  12. ik EE moe'n de loatste man de zak ipgEEv'n (=ik ben gebleven tot de laatste) (Waregems)
  13. ik zen da EE zu meuj as kaa pap (=ik ben het beu) (Hals)
  14. ik zie, ik zooëge, 'k, EE gezien (=Ik zie, ik zag, ik heb gezien) (Waregems)
  15. inge kop wie inge riehthamer, EE gezich wie ing tuut en ing vot wie ing merrie (=lelijk zijn) (Heerlens)
  16. j EE moa t geld te scheppn (=hij is zEEr rijk) (Lichtervelds)
  17. j EE moa tlEEvn van ne roîboard ne mièè (=hij zal niet lang mEEr leven) (Lichtervelds)
  18. j' EE ' tr bek ip (=hij is er belust op) (Harelbeeks)
  19. J' EE gienen noagel om aan z' n gat te scharten (=Zo arm als Job) (Hansbeeks)
  20. J' EE mie doa ne lèk gezèt (=hij hEEft me grote schade berokkend) (Harelbeeks)
  21. J' EE nogool ne drwugge lEEvre (=Hij drinkt graag alcohol) (Harelbeeks)
  22. j' EE vil wiend in de broek (=hij hEEft vEEl op zijn neus te zetten) (Brugs)
  23. J' EE zyn brook vul bill' n (=Hij is wel doorvoed) (Harelbeeks)
  24. kalf blijfste maer EE joor, ieëzel de lèève lank (=kalf blijf je maar één jaar, ezel, je leven lang) (Genker)
  25. Kaokëler kan iederEEn, mér ën EE lègge ès aandre koek (=uitleggen is één, het doen is twEE) (Munsterbilzen - Minsters)
  26. Kieke wie EE kömpke (=Onnozel kijken) (Sjeeter plat)
  27. kpeins dateije van ierbove EEn gat in zen kroan ée (=ik denk dat het dadelijk wEEr gaat regenen) (Antwerps)
  28. leve en laote leve EE (=je moet EEn ander ook wat gunnen) (Oudenbosch)
  29. moplag lègge, niemed zègge, koekle koekle hand èn hand, ich hüb mèr ée paor....enz (=zakdoek leggen) (Munsterbilzen - Minsters)
  30. ne goeie verstonder éé mor éé wort nodig (=ik wist direct waarover het ging) (Sint-Niklaas)
  31. ne goeie verstonjer EE mur 'n alf woord nuëdig (=EEn goed verstaander hEEft maar EEn half woord nodig) (Meers)
  32. ne molp mok mei as éé koet (=er mEErdere vrouwen op nahouden) (Munsterbilzen - Minsters)
  33. ne puid EE mijn kEEle (woardeure da 'k moe (h) oest'n) (=prikkeling in de kEEl (met hoest) ) (Waregems)
  34. oe EE aai je ai (=hoe EEt jij je ei) (Volendams)
  35. on EE zEEl trèkke (=broederlijk samenwerken) (Munsterbilzen - Minsters)
  36. Ons ma EE sùkker. (=Mijn moeder hEEft diabetes.) (Roosendaals)
  37. onzenlievenEEr EE eigenaorigge kostgangers (=daar kijk je van op) (Oudenbosch)
  38. oonze lieve 'EEr EE vremde kostgangers (=er lopen vrEEmde mensen rond) (Oudenbosch)
  39. op éé bEEn konste nie stoën (=drink nog maar EEntje) (Munsterbilzen - Minsters)
  40. ot ol te skijte komt, tEEgn da 't spel 'n end' EE (=als puntje bij paaltje komt) (Waregems)
  41. Pak dich ging ganse koo, es-te an EE glaas milk genóg has. (WT) (=NEEm niet alles, als je aan EEn stuk genoeg hebt) (Mechels (NL))
  42. Sjut ós 'ns EE i. (WT) (=Doe het glas EEns vol) (Mechels (NL))
  43. Skj' iEEt doar e kj' EE mEE eut! (=Stop daar EEns mEE!) (Zwevegems)
  44. stront wie EE moa geschète (=zij / hij is hovaardig) (Leuvens)
  45. ten EE gieën angezichte niemre (=niet mEEr om aan te zien) (Waregems)
  46. tes ' n beskEEtn komissie, ' t EE veur niets ediend (=het is EEn maat voor niets gewEEst) (Waregems)
  47. tes nie waer EE (=is dat zo) (Wesdurps)
  48. tes tit dat ut es EE (=het word tijd dat het gedaan is) (Izegems)
  49. tès wir koek en EE (='t is wEEr bijgelegd) (Munsterbilzen - Minsters)
  50. verpatsje vür nen appel en EE (=quasi gratis van de hand doen) (Munsterbilzen - Minsters)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen