1961 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `EE`
- de lamp hangt schEEf (=het geld is op)
- de lange weg maakt EEn moede man (=een langdurige ziekte leidt tot uitputting)
- de lEEr veroordelen maar de leraar sparen (=de wortel van het probleem niet aanpakken)
- de liefde kan niet van één kant komen (=als je samen iets doet zal ieder moeten bijdragen)
- de liefde van EEn man gaat door de maag. (=je kan een man veroveren met goede kookkunst en lekker eten.)
- de mEEste aardappelen al gegeten hebben (=veel meegemaakt hebben, al lang leven)
- de meitak op EEn werk zetten (=het werk afmaken)
- de mens zal bij brood allEEn niet leven. (=een mens heeft niet alleen lichamelijke maar ook geestelijke behoeftes.)
- de mijn is verkEErd gesprongen (=ongeveer als: wie een put graaft voor een ander, valt er zelf in)
- de mug uitzuigen en de kamEEl doorzwelgen (=de onschuldige straffen en zelf schaamteloos zondigen)
- de muts stond hem schEEf. (=een slecht humeur hebben)
- de muts zich verkEErd staan (=een slecht humeur hebben)
- de nacht is EEn goede raadsman. (=een nachtje slapen is goed bij het nemen van beslissingen)
- de natuur gaat boven de lEEr (=men volgt eerder zijn karakter dan hetgeen men leert)
- de natuur is sterker dan de lEEr (=datgene wat aangeleerd is wordt gauw vergeten)
- de ochtendstond/morgenstond hEEft goud in de mond (=door vroeg te beginnen kan men meer werk verrichten)
- de omgekEErde wereld (=het tegenovergestelde van wat normaal en logisch is)
- de pastoor gaat voor en de dominEE loopt met hem mEE (=altijd eerst de machtige mensen, dan de mindere mens)
- de pEE in hebben (=erg gehumeurd zijn)
- de pEEntjes opscheppen (=de boel opruimen)
- de pEEr is nog niet rijp (=de zaak is nog niet in orde)
- de pret allEEn hebben (=iemands plezier bederven)
- de rode draad (in EEn verhaal of betoog) (=het centrale thema, hetgeen waar steeds weer op wordt teruggegrepen)
- de soep wordt nooit zo hEEt gegeten, als zij wordt opgediend (=er worden meestal minder zware maatregelen toegepast dan was aangekondigd)
- de spEElman zit op het dak (=ze zijn pas gehuwd, hebben nog geen zorgen)
- de stEEn des aanstoots (=iets dat anderen hindert, in conflict brengt of verdeeldheid zaait)
- de tafel de nodige EEr bewijzen. (=smakelijk gaan eten.)
- de tafel EEr aandoen (=goed en veel eten)
- de tEErling is geworpen (=de beslissing is genomen)
- de tijd hEElt alle wonden (=na lange tijd zal de pijn vanzelf over gaan)
- de tijd kent gEEn genade (=de tijd gaat sneller voorbij dan je denkt)
- de vis aardt naar de zEE (=je kunt wel zien waar hij vandaan komt)
- de vis is de boet niet wEErd (=het sop is de kool niet waard)
- de vlEEspotten van Egypte (=een vroegere tijd van grote welvaart)
- de wal kEErt het schip (=door beperkingen enigerlei niet verder kunnen)
- de weg van alle vlEEs gaan (=sterven)
- de wereld in EEn doosje hebben (=tevreden en gelukkig zijn met wat iemand heeft)
- de wereld is EEn pijp kanEEl ieder likt eraan maar krijgt niet vEEl (=ieder krijgt een klein deeltje van wat de wereld te bieden heeft)
- de wereld is EEn schouwtonEEl elk spEElt zijn rol en krijgt zijn dEEl (=ieder krijgt een klein deeltje van wat de wereld te bieden heeft)
- de wind waait uit EEn andere hoek (=de meningen/omstandigheden zijn veranderd)
- de zaak nog EEns aankijken (=nog even afwachten)
- de zEE is altijd zonder water. (=hebberige mensen willen altijd meer)
- de zEE ploegen (=de zee bevaren)
- de zwEEp erop leggen (=afdrijven, opjagen)
- denken moet je aan EEn paard overlaten, dat hEEft EEn groter hoofd (=niet te veel denken maar doen)
- denken moet je aan EEn paard overlaten, die hebben EEn groter hoofd. (=je moet niet te veel denken)
- denkt alEEr gij doende zijt en doende denkt dan nog. (Guido Gezelle) (=maak een plan alvorens ergens aan te beginnen, en stel tijdens de activiteit het plan bij indien nodig)
- die de minste tanden hebben, kauwen het mEEst (=de domste mensen voeren gewoonlijk het hoogste woord)
- die hEEft EEn graat in z`n kEEl (=hij is (spreekt) bekakt)
- die niets ontbrEEkt is rijk. (=wie tevreden is heeft geen geld nodig)
2307 betekenissen bevatten `EE`
- volgens Bartjens (=de allerEEnvoudigste rekenstof (als referentie aan onderwijzer Willem Bartjens die EEn bekend rekenboekje schrEEf))
- de broek aan hebben (=de baas spelen (van EEn vrouw over haar man), het voor het zeggen hebben)
- tussen mal en dwaas zijn (=de bakvislEEftijd hebben)
- de kurk waarop de zaak drijft (=de basis (steun) van het gehEEl)
- pap in de benen hebben (=de benen willen niet mEEr vooruit)
- ketters wonen het dichtst bij de paus (=de beste vrienden van EEn machtig man zijn vaak zijn grootste vijanden)
- de touwtjes in handen hebben (=de controle hebben over EEn situatie.)
- driemaal is scheepsrecht (=de derde kEEr zal je wel gaan lukken)
- tussen de regels door lezen (=de diepere betekenis van EEn tekst begrijpen)
- de dingen op hun kop zetten (=de dingen verkEErd of omgekEErd bekijken)
- het waren allebeiden vuilaards. (=de EEn verwijt de ander iets waaraan hij zich)
- de eerste stoot opvangen (=de EErste problemen opvangen)
- de admiraal heeft geschoten. (=de gasthEEr hEEft het sein gegeven te gaan eten.)
- goede papieren hebben (=de goede eigenschappen hebben (voor EEn baan))
- paal en perk stellen (=de grens leggen / EEn einde stellen aan)
- eén onderrok trekt meer dan twee paarden. (=de invloed van EEn vrouw is hEEl sterk)
- een vrouwenhaar trekt sterker dan tien paarden. (=de invloed van EEn vrouw is zEEr sterk)
- aan een zijden draadje hangen (=de kansen zijn nog niet verkeken, maar het schEElt erg weinig)
- zo heer zo knecht (=de knechten volgen het voorbEEld van de bazen)
- de draad kwijt zijn (=de loop van het verhaal niet mEEr kunnen volgen)
- de krenten uit de pap halen (=de mEEst aantrekkelijke gedEElten voor zichzelf bestemmen, bijvoorbEEld de mEEst interessante taken uit EEn omvangrijk werk)
- eerste viool willen spelen (=de mEEst prominente taak willen vervullen, bijvoorbEEld als leider of woordvoerder van de groep)
- door de bril van een ander zien (=de mening van EEn ander blind vertrouwen)
- homo homini lupus (=de mens benadert zijn medemens als EEn wolf)
- de rotte appels uit de mand halen (=de minder getalentEErde personen wegsturen, de minder goede dingen sorteren van de goede dingen)
- fris gewaagd is half gewonnen (=de moedigste hEEft de mEEste kansen om iets te winnen)
- de haringvijver (=de NoordzEE)
- vreemde ogen dwingen (=de ogen van EEn vrEEmde hEEft mEEr invloed op je dan van EEn bekende)
- het middel is erger dan de kwaal (=de oplossing veroorzaakt nog mEEr schade)
- roet in het eten gooien (=de pret bederven of EEn plan laten mislukken)
- ook tussen de mooie bloemen groeien brandnetels (=de schoonheid van de omgeving biedt gEEn garantie voor onaangename zaken)
- een streep door de rekening halen (=de schuld van iemand kwijtschelden en het er niet mEEr over hebben)
- de tand des tijds (=de slEEt door de ouderdom)
- andermans boeken zijn duister te lezen (=de toestand of bedoelingen van EEn ander zijn moeilijk in te schatten)
- het moeras insturen (=de verkEErde richting op sturen)
- de leer veroordelen maar de leraar sparen (=de wortel van het problEEm niet aanpakken)
- de ossen achter de ploeg spannen (=de zaak verkEErd aanpakken)
- je schaapjes op het droge hebben (=de zaken op orde hebben of voldoende hebben om niet mEEr te hoeven werken)
- oude wijn in nieuwe zakken (=de zaken zijn anders gepresentEErd, maar niet wezenlijk veranderd)
- het zilte nat (=de zEE)
- de zee ploegen (=de zEE bevaren)
- een zondagse steek houdt geen week (=de zondag is gEEn werkdag maar de dag des HEEren)
- het katje van de baan (=degene die baas spEElt)
- de drager kan het beste zeggen waar de schoen wringt (=degene die EEn problEEm hEEft, kan de kern van dit problEEm vaak het scherpste benoemen)
- als men van de duivel spreekt trapt men hem op zijn staart (=degene waarover men sprEEkt, laat zich dikwijls op dat moment zien)
- bezint eer ge begint (=denk goed na over de gevolgen voordat je actie ondernEEmt)
- het klopt als een bus (=deze uitdrukking is EEn contaminatie van het sluit als EEn bus met: het klopt als EEn zwerende vinger)
- het heen en weer krijgen (=diarrEE krijgen - vooral gezegd van iets dat helemaal niet bevalt)
- tussen die twee was er geen chemie (=die twEE mensen hadden te vEEl karakterverschillen om goed te kunnen samenwerken)
- uit wiens hand men eet wiens woord men spreekt (=diegene bij wie we ons geld verdienen geven we mEEstal gelijk)
50 dialectgezegden bevatten `EE`
- ij EE zijn affesEErschoenn an (=hij stapt snel) (Kaprijks)
- ij EE zijn boonk haad (=hij is ontslagen) (Brakels)
- ij EE zijn kerre gekierd (=hij is veranderd van gedacht) (Gents)
- ij EE zijn kerre gekirt (=hij is van gedacht veranderd) (Zottegems)
- ij EE zijne konzjEE gekregen (=hij hEEft zijn opzeg gekregen; zij hEEft het uitgemaakt) (Lokers)
- ij EE zijne kop gelèjt (=hij is gestorven) (Brakels)
- ij EE zijne lepel wiggesmEEte (=hij is dood) (Gents)
- ij EEt EEn lirre vandoen om iejn EE verke zij gat te kijk'n (=hEEl kleine persoon) (Brakels)
- ij es mEE zijn gat in de boter gevallen, ij EE oersjanse gat (=hij hEEft geluk gehad) (Gents)
- ij és poepeloere zat / stiepelzat / ij EE en stuk in zaane zielEE (=hij is stomdronken) (Gents)
- ik ' n EE geên roste kloyte mEEr (=ik ben platzak) (Waregems)
- ik EE moe'n de loatste man de zak ipgEEv'n (=ik ben gebleven tot de laatste) (Waregems)
- ik zen da EE zu meuj as kaa pap (=ik ben het beu) (Hals)
- ik zie, ik zooëge, 'k, EE gezien (=Ik zie, ik zag, ik heb gezien) (Waregems)
- inge kop wie inge riehthamer, EE gezich wie ing tuut en ing vot wie ing merrie (=lelijk zijn) (Heerlens)
- j EE moa t geld te scheppn (=hij is zEEr rijk) (Lichtervelds)
- j EE moa tlEEvn van ne roîboard ne mièè (=hij zal niet lang mEEr leven) (Lichtervelds)
- j' EE ' tr bek ip (=hij is er belust op) (Harelbeeks)
- J' EE gienen noagel om aan z' n gat te scharten (=Zo arm als Job) (Hansbeeks)
- J' EE mie doa ne lèk gezèt (=hij hEEft me grote schade berokkend) (Harelbeeks)
- J' EE nogool ne drwugge lEEvre (=Hij drinkt graag alcohol) (Harelbeeks)
- j' EE vil wiend in de broek (=hij hEEft vEEl op zijn neus te zetten) (Brugs)
- J' EE zyn brook vul bill' n (=Hij is wel doorvoed) (Harelbeeks)
- kalf blijfste maer EE joor, ieëzel de lèève lank (=kalf blijf je maar één jaar, ezel, je leven lang) (Genker)
- Kaokëler kan iederEEn, mér ën EE lègge ès aandre koek (=uitleggen is één, het doen is twEE) (Munsterbilzen - Minsters)
- Kieke wie EE kömpke (=Onnozel kijken) (Sjeeter plat)
- kpeins dateije van ierbove EEn gat in zen kroan ée (=ik denk dat het dadelijk wEEr gaat regenen) (Antwerps)
- leve en laote leve EE (=je moet EEn ander ook wat gunnen) (Oudenbosch)
- moplag lègge, niemed zègge, koekle koekle hand èn hand, ich hüb mèr ée paor....enz (=zakdoek leggen) (Munsterbilzen - Minsters)
- ne goeie verstonder éé mor éé wort nodig (=ik wist direct waarover het ging) (Sint-Niklaas)
- ne goeie verstonjer EE mur 'n alf woord nuëdig (=EEn goed verstaander hEEft maar EEn half woord nodig) (Meers)
- ne molp mok mei as éé koet (=er mEErdere vrouwen op nahouden) (Munsterbilzen - Minsters)
- ne puid EE mijn kEEle (woardeure da 'k moe (h) oest'n) (=prikkeling in de kEEl (met hoest) ) (Waregems)
- oe EE aai je ai (=hoe EEt jij je ei) (Volendams)
- on EE zEEl trèkke (=broederlijk samenwerken) (Munsterbilzen - Minsters)
- Ons ma EE sùkker. (=Mijn moeder hEEft diabetes.) (Roosendaals)
- onzenlievenEEr EE eigenaorigge kostgangers (=daar kijk je van op) (Oudenbosch)
- oonze lieve 'EEr EE vremde kostgangers (=er lopen vrEEmde mensen rond) (Oudenbosch)
- op éé bEEn konste nie stoën (=drink nog maar EEntje) (Munsterbilzen - Minsters)
- ot ol te skijte komt, tEEgn da 't spel 'n end' EE (=als puntje bij paaltje komt) (Waregems)
- Pak dich ging ganse koo, es-te an EE glaas milk genóg has. (WT) (=NEEm niet alles, als je aan EEn stuk genoeg hebt) (Mechels (NL))
- Sjut ós 'ns EE i. (WT) (=Doe het glas EEns vol) (Mechels (NL))
- Skj' iEEt doar e kj' EE mEE eut! (=Stop daar EEns mEE!) (Zwevegems)
- stront wie EE moa geschète (=zij / hij is hovaardig) (Leuvens)
- ten EE gieën angezichte niemre (=niet mEEr om aan te zien) (Waregems)
- tes ' n beskEEtn komissie, ' t EE veur niets ediend (=het is EEn maat voor niets gewEEst) (Waregems)
- tes nie waer EE (=is dat zo) (Wesdurps)
- tes tit dat ut es EE (=het word tijd dat het gedaan is) (Izegems)
- tès wir koek en EE (='t is wEEr bijgelegd) (Munsterbilzen - Minsters)
- verpatsje vür nen appel en EE (=quasi gratis van de hand doen) (Munsterbilzen - Minsters)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen