Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

8 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `einde`

  1. als de boeren niet meer klagen en de pastoors niet meer vragen, dan nadert het einde der dagen (=sommige mensen veranderen nooit)
  2. dat is het begin van het einde (=dat is het begin van iets dat uiteindelijk verkeerd zal aflopen)
  3. dat loopt op zijn einde (=het is bijna afgelopen)
  4. De reis is nog niet ten einde als men kerk en toren herkent (=Geef niet op voor het doel geheel is bereikt)
  5. het einde kroont het werk (=het werk is pas goed gedaan als het klaar is)
  6. het einde van het liedje (=het einde van iets goeds)
  7. van heinde en verre (=van alle kanten, vanuit alle landen)
  8. wanneer de boeren niet meer klagen, nadert het einde der dagen (=boeren klagen altijd)

33 betekenissen bevatten `einde`

  1. er is een tijd van komen en er is een tijd van gaan (=aan alles komt een einde)
  2. elke dag een draadje is een hemdsmouw in een jaar (=als je iedere dag een beetje doet komt het karwei uiteindelijk klaar)
  3. als de armoede binnenkomt vliegt de liefde het venster uit (=armoede betekent vaak het einde van vriendschappen en relaties)
  4. dat is het begin van het einde (=dat is het begin van iets dat uiteindelijk verkeerd zal aflopen)
  5. paal en perk stellen (=de grens leggen / een einde stellen aan)
  6. zijn beslag krijgen (=definitief ten einde lopen , beslist worden)
  7. de gestage drup holt de steen (uit) (=door vol te houden wordt uiteindelijk wel het doel bereikt)
  8. doorgaan tot het gaatje (=doorzetten tot het einde is bereikt)
  9. een straatje zonder eind (=een eindeloos proces, iets wat nooit ophoudt)
  10. zich het apezuur zoeken (=eindeloos zoeken)
  11. veel gewrijf en geschrijf (=eindeloze gedachtewisselingen)
  12. een goed begin heeft een goed behagen maar het eindje zal de last dragen (=goed beginnen is prima, maar je moet volhouden tot het einde)
  13. de alfa en omega (=het begin en het einde)
  14. lest best (=het beste van alles komt op het einde)
  15. het uitzingen (=het einde ervan afwachten, het volhouden)
  16. in zijn laatste schoenen lopen (=het einde naderen - erg ziek zijn)
  17. het einde van het liedje (=het einde van iets goeds)
  18. iemand een worst voorhouden (=iemand een voordeeltje in het vooruitzicht stellen, teneinde hem te bewegen ergens mee akkoord te gaan)
  19. iemand blij maken met een dode mus (=iemand iets goeds in het vooruitzicht stellen, dat uiteindelijk waardeloos zal blijken te zijn)
  20. van eeuwigheid tot amen duren (=iets duurt heel erg lang, er komt maar geen einde aan)
  21. wie het laatst lacht, lacht het best (=pas aan het einde kan je zien we gewonnen heeft)
  22. met een sisser aflopen (=probleem leek heel groot, maar viel uiteindelijk reuze mee)
  23. als David zijn volk telde verloor hij de strijd (=tel de winst pas uit bij het einde van de strijd)
  24. tot in lengte van dagen (=tot het einde der tijden)
  25. per slot van rekening (=uiteindelijk)
  26. summa summarum (=uiteindelijk - tenslotte)
  27. zoals het handje thuis tost, tost het nergens (=uiteindelijk gaat er niets boven het eigen huis)
  28. van a tot z (=van het begin tot het einde /met alles erop en eraan)
  29. vele kleintjes maken een grote (=veel kleine stukjes leveren uiteindelijk ook een geheel op)
  30. wie het onderste uit de kan wil hebben die valt het lid op de neus (=wie altijd het uiterste wil, krijgt uiteindelijk niets)
  31. die wind zaait zal storm oogsten (=wie kwaad doet, zal er uiteindelijk zelf de gevolgen van dragen)
  32. hardlopers zijn doodlopers (=wie te snel begint, haalt misschien het einde niet)
  33. twaalf ambachten, dertien ongelukken (=wie telkens van beroep verandert, slaagt uiteindelijk nergens in)

Het dialectenwoordenboek kent 41 spreekwoorden met `einde`

  1. Munsterbilzen - Minsters: snakke noët einde--drinke (=smachten naar het einde-naar drank)
  2. Brugs: tegenan tende (=ergens op het einde)
  3. Ostêns: Tis zoender ende (=Er komt geen einde aan)
  4. Zwevegems: tenn'n oas'm zin (=ten einde adem zijn)
  5. Veurns: tende ze Latien zien (=ten einde raad zijn)
  6. Sint-Niklaas: op den duur woare ze toch takkort (=eindelijk waren ze dan toch akkoord)
  7. Aarschots: Ha's geland (=Hij is eindelijk thuisgekomen (nadat hij ergens blijven hangen is))
  8. Mestreechs: op hawwe met drum dreije (=eindelijk de waarheid vertellen)
  9. Lokers: tschaup is de preut af (=Men is eindelijk begonnen)
  10. Lichtervelds: jis tgat of (=hij is ten einde krachten)
  11. Terneuzens: van essen tennen (=van begin tot einde)
  12. Kortrijks: vaneskentens (=van begin tot einde, helemaal)
  13. Waregems: zijne Frank es evoln (=hij heeft het eindelijk door)
  14. Gents: zijne frang es gevalle (=hij heeft het eindelijk gesnapt)
  15. Zeeuws: van essen tennen (=van het begin tot het einde)
  16. West-Vlaams: Goa je nui feitelijk agauwe uien bek ouwen?? (=Wil je nu eindelijk zwijgen?)
  17. Zottegems: van den nest tot 'n ende (=van het begin tot aan het einde)
  18. Axels: van ess'n 't enn'n (=van het begin tot het einde, helemaal)
  19. Kortrijks: jè tenn (=hij is op het einde krachten)
  20. Schijndels: olling tot tène toe (=helemaal tot het einde)
  21. Wuustwezel: oep t'scheiten van de mart (=op het einde)
  22. Eizels (Herzeels): vaniensteneind (=van begin tot einde)
  23. Westerkwartiers: 't venien zit em ien 'e steert (=aan het einde komt nog tegenslag)
  24. Opglabbeeks: tiege de lamp luipe (=er komt een einde aan zijn toeren)
  25. Lebbeeks: dievel: Zijn'n dievel es doeëd (=Hij is aan het einde van zijn Latijn)
  26. Olens: hij is vant stroat gerokt (=hij heeft eindelijk een partner)
  27. Westerkwartiers: 't enne is ien zicht (=het einde is in zicht)
  28. Veurns: 't ende nie zieën (=het einde niet zien)
  29. Zwevegems: J'e tenn'n (=Hij is ten einde raad.)
  30. Amsterdams: Over je einde (=Geweldig)
  31. Brakels: tstopt gelijk een mande zonder gat (=een nietszeggend einde (van film))
  32. Oudenbosch: tot de lèsteman de zak opgeve (=tot het einde blijven)
  33. Brakels: ij got nie lenge ne mir trek'n (=zijn einde is in zicht)
  34. Hulsters (NL): onslieveneer is wir mee zain sloren (=heb ik eindelijk ook eens geluk)
  35. Munsterbilzen - Minsters: kom ès aut zene zeek ! (=sta eindelijk eens op uit bed!)
  36. Waregems: goat ier agauw' edoan zijn !! (=zal het hier eindelijk eens ophouden !!)
  37. Machels (Zulte): vanenssentens (=helemaal (van het een tot het ander einde))
  38. Twents: Alna hef n eande, mear n metwors hef dr twee (=alles heeft een einde maar een metworst heeft er twee)
  39. Bilzers: ich ben ont einde van me latijn (=ik geef het op !)
  40. Sallands: Alles hef 'n êane, maor 'n wos hef ter tweeë. (=Alles heeft een einde, maar een worst heeft er twee.)
  41. Munsterbilzen - Minsters: on et einde van ze latijn zin (=alles al uitgeprobeerd hebben)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen