Spreekwoorden met `han`

Zoek


197 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `han`

  1. je maag wel aan de kapstok kunnen hangen. (=in moeilijke financiële omstandigheden verkeren waardoor men weinig eten kan kopen.)
  2. je met hand en tand verzetten (=je  heftig verzetten en er alles aan doen om het niet te laten doorgaan)
  3. je oren laten hangen (=depressief zijn, het opgeven)
  4. je tussen hangen en wurgen bevinden (=je in gevaarlijke en moeilijke omstandigheden bevinden)
  5. laat je linkerhand niet weten wat je rechterhand doet (=als je een ander geld geeft kun je dat beter stilhouden want anderen hoeven het niet te weten)
  6. liefde is waar de geldbuidel hangt (=liefde is te koop)
  7. liggen de handen dan liggen de tanden (=wie niet werkt verdient niet genoeg om te eten)
  8. men heeft het geluk zo vast als een handvol vliegen. (=geluk komt onverwachts en kan zo weer gaan)
  9. met beide handen toegrijpen (=met graagte aanvaarden)
  10. met de benen buiten hangen (=gezegd als het erg druk is)
  11. met de hand op het hart (=eerlijk en gemeend)
  12. met de handen in het haar zitten (=geen oplossing meer weten)
  13. met de linkerhand trouwen (=huwen met een vrouw van lagere adelstand)
  14. met hangende pootjes thuiskomen (=bewust van schuld (thuis)komen / zeer tegen zijn zin)
  15. met je hoed in je hand kom je door het ganse land (maar met je pet op je test kom je er ook best) (=met beleefdheid kun je veel bereiken)
  16. met lege handen achterblijven (=niets meer hebben)
  17. met twee linkerhanden geboren zijn (=erg onhandig zijn)
  18. mettertijd komt hannes in het wammes (=met veel geduld lukt het wel)
  19. niet door mensenhanden gebouwd (=door God of natuur tot stand gebracht)
  20. oude paarden jaagt men achter de schans (=oudere werknemers worden soms aan de kant gezet)
  21. rap met de tanden, is rap met de handen. (=wie snel kan eten, kan snel werken.)
  22. schenking met de warme hand (=schenken terwijl men nog leeft (erfenissen))
  23. schraalhans is hier keukenmeester (=weinig te eten hebben)
  24. troeven achter de hand houden (=iets voordeligs achterhouden, informatie achterhouden)
  25. tussen hemel en aarde hangen (=in een lastige situatie verkeren)
  26. twee handen op een buik (=ze werken samen, ze denken er hetzelfde over)
  27. twee handen op één buik zijn (=het altijd met elkaar eens zijn)
  28. twee linkerhanden hebben (=onhandig zijn, werk altijd laten mislukken)
  29. uit iemands hand eten. (=afhankelijk zijn.)
  30. uit wiens hand men eet wiens woord men spreekt (=diegene bij wie we ons geld verdienen geven we meestal gelijk)
  31. van de hand in de tand leven (=zo gauw iets verdiend is het meteen weer uitgeven zonder zorgen over later)
  32. van de hand slaan/wijzen (=niet aannemen)
  33. van leugens aaneenhangen (=altijd maar liegen)
  34. vele handen maken licht werk (=als een karwei samen wordt opgepakt is het snel en gemakkelijk gedaan)
  35. vissen met de handen vangen (=profiteren van het werk van anderen)
  36. vroeger, toen kraaiden de hanen nog. Tegenwoordig gapen ze alleen nog maar, zei de dove (=veranderingen in een situatie zijn vaak niet feitelijk, maar een subjectieve beleving)
  37. vrouwenhanden en paardentanden staan nooit stil. (=een vrouw is altijd wel wat aan het doen)
  38. wat hansje niet leert zal hans nooit weten (=je moet het eerst leren om het later te kunnen)
  39. wat heb ik nou aan mijn fiets hangen? (=wat gebeurt er nu voor iets raars?)
  40. wie de teugel slap laat hangen, kan met een mak paard nog op hol raken. (=blijf altijd aandachtig en geconcentreerd)
  41. wie het breed heeft laat het breed hangen (=iemand die veel geld heeft kan veel geld uitgeven)
  42. wie het lang heeft laat het lang hangen (=wie veel geld heeft, kan ook veel geld uitgeven)
  43. wie luistert aan de wand verneemt zijn eigen schand (=wie anderen afluistert, kan wel eens iets negatiefs over zichzelf horen)
  44. wie zijn naasten te schande maakt, onteert zichzelf (=een klein foutje, kan een groot geheel te schande maken)
  45. zij hangt haar man de blauwe huik om (=zij bedriegt haar man)
  46. zo het handje thuis tost, tost het nergens (=uiteindelijk gaat er niets boven het eigen huis)
  47. zwaar op de hand zijn (=zeer ernstig/zwaarmoedig van karakter zijn)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen