Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

2 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `mank`

  1. aan hetzelfde euvel mank gaan (=dezelfde fouten maken als iemand anders)
  2. er mankeert iets in zijn bovenkamer (=hij is niet goed bij zijn verstand)

4 betekenissen bevatten `mank`

  1. ouderdom komt met gebreken (=als je ouder wordt ga je van alles mankeren)
  2. Een gegeven paard mag men niet in de bek kijken. (=Als men een geschenk krijgt, dan moet men niet zoeken of er hier of daar wat aan mankeert.)
  3. ieder huisje heeft zijn kruisje (=er mankeert overal wel iets)
  4. er zonder kleerscheuren afkomen (=helemaal niets mankeren na een ongeluk)

Het dialectenwoordenboek kent 27 spreekwoorden met `mank`

  1. Ronsisch: ne mankepuut (=Iemand die mankt)
  2. Sint-Niklaas: ne mankepoot; ei mankt; ei inkt; ei pîkkelt (=hij gaat moeilijk)
  3. Munsterbilzen - Minsters: hae hoch nog gee sjrempke (=hij mankeerde niets)
  4. Sint-Niklaas: de manke Peer kwam dor binnengepikkeld (=de manke Peer kwam daar binnen)
  5. Vechtdals: da he'j manks (=things happens)
  6. Waregems: j'es peetse skoartentand (=hij mankeert enkele tanden)
  7. Gents: al mankend en petschankend (=met alle moeite stappen)
  8. Geels: de manke Peer kwam dor binnengepikkeld (=de manke Peer kwam daar binnen)
  9. Munsterbilzen - Minsters: ielke gek hèt ze gebrek (=aan iedereen mankeert wel wat)
  10. Bilzers: doë mankiert get aon (=dat klopt van geen kanten)
  11. Munsterbilzen - Minsters: wot hübste toch mèr op zen praaj (=wat mankeert jou eigenlijk)
  12. Hendrik-Ido-Ambachts: die vent mot naer Steines (=die man loopt mank)
  13. Sint-Niklaas: ei goa kramakkug (=hij is slecht te been en mankt wat)
  14. Westerkwartiers: elke gek het zien gebrek (=aan iedereen mankeert wel wat)
  15. Waregems: 't zit 'n vijze loos (=er mankeert iets in het hoofd)
  16. Giethoorns: An olde uzen en olde wieven valt altied wat an op te knappen (=Er komt aan beiden mankeer)
  17. Oudenbosch: ik staon mee mankemente (=ik word door pech opgehouden)
  18. Vechtdals: manks wel, ait nie (=soms, maar niet altijd)
  19. Bilzers: dat moês nog t'ron mankiëre (=dat moest er nog aan ontbreken)
  20. Munsterbilzen - Minsters: hae hèt get on zene meteûr (=er mankeert wat aan zijn hart)
  21. Vechtdals: manks wel, aait nie (=Soms, maar niet altijd)
  22. Sallands: manks wèh, mar aait niet (=soms wel, maar niet altijd)
  23. Achterhoeks: un peerd en un hond hinkt um de stront (=Wanneer een paard of een hond maar iets aan hun poten hebben, lopen ze mank)
  24. Oudenbosch: tis nooit nie kaant en klaor ovvur aopert hier en daor wa (=er mankeert altijd wel wat aan iets)
  25. Veurns: De komplement'n, enni! 't Goa nie mankieër'n! (=De groetjes, hé!. Zal ik niet vergeten!)
  26. Bilzers: On wae mankiërt niks ? (=Geen koe zo bont of er is een vlekje aan)
  27. Moes: ne manken gau wel (=alles gaat als je wil)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen