Spreekwoorden met `GR`

Zoek


175 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `GR`

  1. ten GRave dalen (=begraven worden)
  2. tussen lepel en mond valt veel pap op de GRond (=problemen komen vaak pas op het laatst)
  3. uit de GRond stampen (=erg snel iets opbouwen)
  4. uit de lucht geGRepen (=uit het niets gegrepen, zonder enige grond)
  5. uit de lucht GRijpen (=iets zonder enige grond vertellen)
  6. van de gaffel in de GReep (=van kwaad tot erger)
  7. van de wieg tot aan het GRaf (=van de geboorte tot aan de dood)
  8. varen waar de GRote mast vaart (=klakkeloos de baas volgen)
  9. vaste GRond onder de voeten hebben (=weten waar men op steunt - in een goede positie verkeren)
  10. vaste voet aan de GRond krijgen (=iets gedaan krijgen en/of als gebruikelijk beschouwd gaan worden)
  11. vele kleintjes maken een GRote (=veel kleine stukjes leveren uiteindelijk ook een geheel op)
  12. verbi GRatia (=bijvoorbeeld) (Latijn)
  13. voor galg en rad opGRoeien (=vanaf de jeugd een levenspad volgen dat later waarschijnlijk naar criminaliteit leidt)
  14. waar geen aardappelen gepoot worden, zullen er ook geen GRoeien (=als je niet een goed begin voor iets legt, zal er ook niets van worden)
  15. wat de vrouw GRaag mag, eet de man elke dag. (=mannen eten wat hun vrouw kookt, ook als het niet hun favoriete gerecht is)
  16. wie een kluitje heeft, heeft  er GRaag een turfje bij (=ieder probeert zijn bezittingen te vermeerderen)
  17. wie een kuil GRaaft voor een ander valt er zelf in (=wie een ander iets wil misdoen, kan er zelf het slachtoffer van worden)
  18. wie een zin begint met ik is een GRote stommerik. (=ik aan het begin van een zin is niet zoals het hoort)
  19. wie het GRootste hoofd heeft, moet de GRootste hoed hebben (=iemand die het recht heeft op het grootste deel, moet dat ook krijgen)
  20. wie het kleine niet eert, is het GRote niet weerd (=je moet waardering hebben voor het geringe)
  21. wie vis heeft, moet ook de GRaat hebben (=je moet ook de nadelen accepteren (geen rozen zonder doornen))
  22. wilde beren vertoeven GRaag bij soortgenoten (=soort zoekt soort)
  23. zijn ogen zijn GRoter dan zijn maag (=hij neemt meer op zijn bord dan hij kan eten)
  24. zijn schip voert te GRote zeilen (=te veel geld uit geven)
  25. zwijgen als het GRaf (=helemaal niets zeggen en/of totaal niets over iets vertellen)

285 betekenissen bevatten `GR`

  1. een haas is graag waar hij geworpen is. (=ieder wil GRaag zijn waar hij geboren is)
  2. het hek is van de dam (=iedereen doet maar wat die wil zonder GRenzen)
  3. daar is geen woord Frans/Latijn/Chinees bij (=iedereen kan dat beGRijpen)
  4. onder de (groene) zoden stoppen (=iemand beGRaven)
  5. iemand ter aarde bestellen (=iemand beGRaven)
  6. iemand doodverven met iets (=iemand bestemd voor een post achten, iemand als de dader van iets afschilderen (doodverf is GRondverf)[1])
  7. iemand bij de kladden grijpen (=iemand bij zijn kleren GRijpen)
  8. iemand de ijzers aanleggen (=iemand boeien of onder GRote druk zetten)
  9. het gelijk van de vismarkt hebben (=iemand die (altijd) probeert men een GRote mond zijn gelijk te krijgen)
  10. iemand de genadeslag geven (=iemand die al in GRote moeilijkheden zit nog een probleem erbij geven zodat diegene het niet meer aan kan)
  11. wie aan de weg timmert heeft veel bekijks (=iemand die GRote beslissingen moet nemen, krijgt vaak ook veel kritiek)
  12. wie het grootste hoofd heeft, moet de grootste hoed hebben (=iemand die het recht heeft op het GRootste deel, moet dat ook krijgen)
  13. vurige kolen op iemands hoofd stapelen (=iemand een GRoot schuldgevoel geven door hem onverdiende lof of vriendelijkheid te geven.)
  14. iemand op de hak nemen (=iemand er tussen nemen (GRap uithalen) of spottend over iemand praten)
  15. in zijn zak hebben (=iemand goed kennen, iets helemaal beGRijpen, iets voor elkaar hebben)
  16. iemand een loer draaien (=iemand lelijk behandelen, lelijk te GRazen nemen)
  17. iemand de duimschroeven aanzetten (=iemand scherp ondervragen, onder GRote druk zetten)
  18. iemand tekort doen (=iemand te weinig geven of beGRijpen)
  19. de hond de jas voorhouden (=iemand valse hoop geven op iets dat hij GRaag wil hebben)
  20. de kat op het spek binden (=iemand volop de gelegenheid geven zich te verGRijpen aan wat hij wil, maar beslist niet mag hebben)
  21. een lange arm hebben (=iemand zelfs vanaf een GRote afstand nog dwars kunnen zitten)
  22. een kolfje naar zijn hand (=iets dat hij erg GRaag doet)
  23. vinger en duim naar iets likken (=iets erg GRaag lusten)
  24. vingers en duimen aflikken (=iets erg GRaag lusten)
  25. tuk op iets zijn (=iets erg GRaag lusten of dol op zijn)
  26. een Tantaluskwelling zijn (=iets erg GRaag willen maar het (net) niet kunnen verkrijgen)
  27. een stofje aan een weegschaal zijn (=iets erg onbelanGRijks zijn)
  28. iets op zijn beloop laten (=iets gewoon maar verder laten gaan zonder dat je je ermee bemoeit, zonder dat je inGRijpt)
  29. er zijn zinnen op zetten (=iets GRaag willen hebben)
  30. iets zo beu zijn als koude pap (=iets GRondig beu zijn)
  31. veel stof doen opwaaien (=iets heeft GRote invloed op wat er leeft bij mensen)
  32. er zijn pink wel voor willen geven (=iets heel GRaag willen hebben)
  33. iets in de groep gooien (=iets in een GRoep bespreken)
  34. een spiering uitwerpen om een kabeljauw te vangen (=iets kleins aan een ander geven met de gedachte zelf iets GRoots terug te krijgen)
  35. er geen hoogte van kunnen krijgen (=iets maar niet kunnen beGRijpen)
  36. er geen fluit van begrijpen (=iets niet beGRijpen)
  37. iets of iemand in de peiling hebben (=iets of iemand beGRijpen)
  38. er niet om malen (=iets onbelanGRijk vinden)
  39. geen oortje kunnen schelen. (=iets onbelanGRijk vinden (oortje = ± een halve cent))
  40. een gesloten boek (=iets wat niet te doorGRonden is)
  41. iets zeggen om de kool (=iets zeggen voor de GRap)
  42. uit de lucht grijpen (=iets zonder enige GRond vertellen)
  43. er gaat een belletje rinkelen (=ik begin het te beGRijpen)
  44. aan een balk, die uit het bos gehaald wordt, moet veel gehakt worden, voor hij in het huis past (=in een religieuze GRoep, vereniging, etc,: je kunt leden uit een gemeenschap winnen, maar hun moet wel geleerd worden zich aan te passen)
  45. zo veeg als een luis op een kam (=in GRoot gevaar verkerend)
  46. het water komt aan/tot de lippen (=in GRoot gevaar, in hoge nood)
  47. met het mes in de buik zitten (=in GRote angst verkeren)
  48. in de penarie zitten (=in GRote moeilijkheden zitten)
  49. in rep en roer (=in GRote opschudding)
  50. op grote schaal (=in het GRoot , zeer veel voorkomend)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen