Spreekwoorden met `mo`

Zoek


285 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `mo`

  1. eraan moeten geloven (=of iemand wil of niet, het moet toch gebeuren)
  2. ex animo (=van harte) (Latijn)
  3. gebraden duiven vliegen niemand in de mond (=je krijgt niets zomaar (zonder er enige moeite voor te doen))
  4. geen blad voor de mond nemen (=precies zeggen hoe er over iets gedacht wordt)
  5. geen mond open doen (=niets zeggen)
  6. geen naam mogen hebben (=niets te betekenen zijn)
  7. geen veer van de mond kunnen blazen (=heel zwak zijn, heel arm zijn)
  8. geen zorgen voor de dag van morgen (=maak je nu nog niet druk over mogelijke toekomstige problemen)
  9. geen zorgen voor morgen, elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad (=de moeilijkheden van vandaag zijn genoeg om je zorgen over te maken)
  10. gelijke monniken gelijke kappen (=gelijke mensen verdienen/krijgen een gelijke behandeling)
  11. gezien mogen worden (=er goed uitzien)
  12. goed je mondje kunnen roeren (=er goed voor zorgen dat je mening wordt gehoord)
  13. halfjes en motregen dringen door. (=ook van kleine beetjes wordt je dronken)
  14. heden ik morgen gij (=oud grafschrift: gedenk, lezer, dat jij ook zal sterven)
  15. heden in hoogheid verheven morgen onder de aarde (=vandaag nog heel belangrijk, maar morgen misschien al dood)
  16. het harde woord moet eruit (=het onaangename moet gezegd worden)
  17. het is daar armoe troef (=daar heerst grote armoede)
  18. het is moeilijk de oude mens af te leggen. (=gewoonten zijn moeilijk af te leren)
  19. het is monnikenwerk (=een saaie, harde, langdurige taak)
  20. het is muis als moer, een staart hebben ze allemaal. (=beide opties zijn vervelend)
  21. het kind moet (toch) een naam hebben (=passend of niet, je moet het kunnen noemen)
  22. het koren van de molen zenden (=de klanten wegjagen - zichzelf benadelen)
  23. het moeras insturen (=de verkeerde richting op sturen)
  24. het moet uit de lengte of uit de breedte komen (=het moet hoe dan ook uitgespaard worden)
  25. het moet zo tussen neus en lippen gebeuren (=het moet bijna ongemerkt gebeuren)
  26. het paard moet tot de kribbe komen. (=wie belang heeft bij een zaak moet er zelf op uit gaan)
  27. het smelt als boter in de mond (=(van eten) het is erg mals)
  28. het staat geschreven en gedrukt je moet krabben waar het jeukt (=problemen bij de bron aanpakken)
  29. het water loopt hem in de mond (=hij heeft er heel veel trek in)
  30. het zijn niet allen monniken die kappen dragen (=schijn bedriegt, je kunt je in mensen vergissen)
  31. het zwaard van Damocles (=iets wat snel of ieder moment kan gebeuren)
  32. homo homini lupus (=de mens benadert zijn medemens als een wolf) (Latijn)
  33. hoogmoed deed nooit iemand goed. (=arrogantie en overmoed zijn slechte eigenschappen)
  34. hoogmoed komt voor de val (=iemand die erg trots is of hoogmoedig, krijgt gauw de bijbehorende ellende)
  35. ieder moet zijn eigen kruis dragen (=ieder moet zijn eigen tegenslagen verwerken)
  36. ieder moet zijn eigen stoep schoonvegen (=ieder moet zijn eigen problemen oplossen - zich afvragen of hij zelf schuldig is)
  37. iedereen moet zijn last dragen (=ieder heeft zijn problemen)
  38. iemand de brokken in de mond tellen (=iemand iets helemaal niet gunnen)
  39. iemand de mond snoeren (=iemand verbieden iets te zeggen / tot zwijgen brengen)
  40. iemand de pap in de mond geven (=iemand een gemakkelijke oplossing zomaar aanbieden)
  41. iemand de woorden uit de mond halen (=voor een ander spreken)
  42. iemand door de mosterd halen (=op duidelijke wijze kenbaar maken wat iemand fout gedaan heeft)
  43. iemand een vuile mond geven (=iemand uitschelden)
  44. iemand het brood uit de mond nemen/stoten (=iemand het onmogelijk maken om in eigen inkomen te kunnen voorzien)
  45. iemand honing om de mond smeren (=tegen iemand aardige dingen zeggen/vleien om iets gedaan te krijgen)
  46. iemand iets in de mond geven (=iemand de mening van een ander laten geven in plaats van de eigen mening)
  47. iemand iets op de mouw spelden (=iemand iets wijsmaken)
  48. iemand in zijn eigen vet gaar laten smoren (=iemand die iets misdaan heeft aan zijn lot overlaten)
  49. iemand mores leren (=wraak op iemand nemen en/of flink zeggen hoe het er voor staat)
  50. iemand naar de mokerhei wensen (=iemand verwensen)

487 betekenissen bevatten `mo`

  1. een aardige stuiver/duit (=een mooi kapitaal)
  2. schone appels zijn ook wel zuur. (=een mooie vrouw is niet vanzelfsprekend een goede echtgenote)
  3. iemand het voordeel van de twijfel gunnen (=een onzekere factor voor hem zo gunstig mogelijk laten meetellen)
  4. een mop met een baard (=een oude mop)
  5. een appeltje voor de dorst (=een reserve voor moeilijke tijden die mogelijk nog gaan komen)
  6. een harde knoest heeft een scherpe bijl nodig (=een slechte gewoonte is moeilijk te verdringen)
  7. te weinig om te leven en te veel om te sterven (=een te kleine aalmoes)
  8. ten hemel schreiend (=een toestand die zo erg is dat er eigenlijk direct iets aan gedaan zou moeten worden)
  9. het zeil in top zetten (=een zo goed mogelijke vertoning weggeven)
  10. sisyfusarbeid (=een zware, onmogelijke, zinloze taak)
  11. ruggespraak houden (=eerst ergens over moeten overleggen)
  12. de kost gaat voor de baat uit (=eerst moeten er kosten worden gemaakt alvorens men er iets aan verdienen kan)
  13. een hoge borst opzetten (=eigenwijs en hoogmoedig zijn)
  14. een brok in de keel krijgen (=emotioneel aangedaan zijn)
  15. een krop in de keel hebben (=emotioneel aangedaan zijn)
  16. een traan wegpinken (=emotioneel geraakt zijn, ontroerd zijn door iets => emotioneel)
  17. alle dagen geen vetpot zijn (=er is armoede)
  18. de rapen zijn gaar (=er is een probleem waar direct iets aan gedaan moet worden)
  19. er komen met krabben en bijten (=er met heel veel moeite komen)
  20. iemand het zwijgen opleggen (=er met niemand over mogen praten en niemand iets mogen vertellen)
  21. er op zitten zweten (=er moeizaam of langdurig aan werken)
  22. geen twee kapiteins op één schip (=er moet maar één persoon de leiding hebben, anders gaat het niet goed)
  23. je in allerlei bochten wringen (=er op alle mogelijke wijzen proberen onderuit te geraken)
  24. er komt een dominee voorbij (=er valt een plotselinge stilte in een rumoerig gezelschap)
  25. niet over rozen gaan (=er zijn nogal wat moeilijkheden)
  26. zo glad als boter (=erg glad - moeilijk te pakken te krijgen)
  27. op een zuinigje (=erg goedkoop - weinig moeite doend)
  28. je geradbraakt voelen (=erg moe zijn en diverse pijnen hebben)
  29. vorderen als een luis op een teerton (=erg moeizaam opschieten)
  30. zo mooi als poes (=erg mooi (opgetut))
  31. een gezicht als een oorwurm trekken (=erg ontevreden kijken (omdat er bijv. iets gedaan moet worden))
  32. met Noach in de ark geweest zijn (=erg oud(erwets) en uit de mode zijn)
  33. er Spaans aan toe gaan (=erg wild en rumoerig aan toe gaan)
  34. lont ruiken (=ergens het vermoeden toe hebben / het gevaar tijdig aanvoelen)
  35. zuur opbreken (=ergens mee in moeilijkheden komen (later))
  36. er is geen zalf aan te strijken (=ergens niets aan kunnen doen of geen enkel zinvol advies mogelijk voor iemand)
  37. niet op mijn weg liggen (=ergens niets mee te maken hebben of niet mee willen bemoeien)
  38. het voor de deuren van de hel weghalen. (=ergens veel moeite voor doen)
  39. tegen de borst stuiten (=ergens zwaar moeite mee hebben / met tegenzin ondervinden)
  40. korte rekeningen maken lange vriendschappen. (=financiële geschillen moet je direct oplossen)
  41. stad en land aflopen. (=geen moeite sparen om iets te bereiken)
  42. kind noch kraai hebben (=geen nazaten of andere familieleden hebben, alleen rekening moeten houden met zichzelf)
  43. het geld groeit niet op de rug (=geld komt niet zomaar binnen, er moet hard voor gewerkt worden)
  44. rozen (paarlen) voor de zwijnen werpen (=geld of moeite verspillen aan iets nutteloos)
  45. bij kleine hapjes leert men een hond eten. (=geleidelijk aan kun je zelfs aan onmogelijke dingen wennen.)
  46. bij kleine lapjes leert men de hond leer eten. (=geleidelijk aan wen je zelfs aan de onmogelijkste dingen.)
  47. geluk is de kunst een boeket te maken van de bloemen waar je bij kunt (=gelukkig leven met de gegeven mogelijkheden/beperkingen)
  48. geen geluk zonder druk. (=gelukkig wordt je niet zonder er moeite voor te doen)
  49. vuur in de ogen hebben (=gemotiveerd en passioneel zijn)
  50. mooi weer spelen (=genieten (meestal van andermans goed) / mooier voordoen dan het is)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen