Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

9 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `gevallen`

  1. de snoeren zijn mij in lieflijke plaatsen gevallen (=ik ben op goede plaatsen beland)
  2. het kwartje is gevallen. (=hij heeft het begrepen.)
  3. hij is niet op z'n achterhoofd gevallen. (=hij is behoorlijk slim; hij heeft iets wel in de gaten.)
  4. hij is van zijn paard gevallen. (=hij heeft zijn positie verloren.)
  5. niet op zijn mondje gevallen zijn (=precies duidelijk maken hoe iemand over iets denkt)
  6. op het veld van eer gevallen (=eervol gesneuveld)
  7. op zijn achterhoofd gevallen (=gek)
  8. waar de boom gevallen is, blijft hij liggen. (=gedane zaken nemen geen keer.)
  9. zij is niet op haar mondje gevallen. (=zij is goed in staat om zich met woorden te verdedigen. Zij praat veel.)

4 betekenissen bevatten `gevallen`

  1. het tiend betaald hebben (=erg afgevallen zijn)
  2. hij heeft een paling (snoek) gevangen (=iemand die per ongeluk in het water is gevallen)
  3. iemands voetveeg zijn (=iemands slaaf zijn (zich alles moeten laten welgevallen))
  4. zich iets laten aanleunen (=zich iets laten welgevallen)

Het dialectenwoordenboek kent 47 spreekwoorden met `gevallen`

  1. Geels: den dieje is op zenne smikkel gegoan (=hij is gevallen)
  2. Waarschoots: ei é ne peirlaere gezet (=hij is gevallen)
  3. Giethoorns: Die ef er de loeken veur-edaon (=Die is in slaap gevallen)
  4. Hams: Ei es op zijn klueten gesteuken (=Hij is gevallen)
  5. Brakels: Ij loagt mee zijn kluutn omuuge. (=hij was gevallen.)
  6. Walshoutems: van zen stekke gedreid (=Bewusteloos gevallen)
  7. Brugs: jez up zin kloatn gestukt (=hij is gevallen)
  8. Bilzers: nie op ne kaaë steen gevalle (=niet in dovemansoren gevallen)
  9. Mechels (BE): a is op zen klos gevalle (=hij is gevallen)
  10. Waregems: brokke verskeën (=in stukken uiteen gevallen)
  11. Harelbeeks: J'es van zyne centre gevoal'n (=Hij is flauw gevallen)
  12. Amsterdams: nee, zo stap ik altijd van me fiets af. (=bent u gevallen?)
  13. herenthouts: Ha is op z'n kloete gegoan. (=Hij is op de grond gevallen)
  14. Oudenbosch: ijis op zunne snuffert gegaon (=hij is op zijn gezicht gevallen)
  15. Sint-Niklaas: ei eette boter geten (=hij is in ongenade gevallen / hij is de schuldige)
  16. Flakkees: dun tras is in de welle valle (=De emmer is in de put gevallen)
  17. Munsterbilzen - Minsters: dassem lengs zen naos dërgegon (=dat is hem niet te beurt gevallen)
  18. Antwerps: neie zoë stappekik altaaid af (=Antwoord op :Ben je gevallen met je fiets?)
  19. Tilburgs: en gebit gelèèk de kèrmes van Riel (=een gebit waarin veel gaten zijn gevallen.)
  20. Diesters: Oep ze bakkes (ze gezicht;zenne smikkel ) gegoan, oep ze gat (zen achterste ) gevalle;eutgeschove; van den trap dondere (=gevallen)
  21. Munsterbilzen - Minsters: dae és blijve tèkke ! (=hij is op zijn kop gevallen en nog niet weinig)
  22. Geels: dieje is oonder zich oawet, diej hee balle oan zen lijf (=hij is niet op zijn mondje gevallen)
  23. Olens: Ha is mee zen peteuzze tege de kuist gegaan (=Hij is tegen de grond gevallen)
  24. Zeeuws: ie is van n duvel en zn ouwe moer noh nie benauwd (=niet bang uit gevallen)
  25. Lebbeeks: vall'n: Op a plat vall'n (=Niet op je mond / tong gevallen zijn)
  26. Bachten de kupes: ziejegie op je kop gestuukt (=zijt gij op uw hoofd gevallen)
  27. Lebbeeks: zelve: Ei es va zij zelve gegaun (=Hij is in zwijm gevallen)
  28. Munsterbilzen - Minsters: dae és blijve tekke !!! (=die is zeker goed op zijn hoofd gevallen)
  29. Munsterbilzen - Minsters: hae wos rap aut zen rol getomeld (=voor deze acteur is het doek al vlug gevallen)
  30. Ninoofs: 't es van de keir gevallen (=gestolen goed)
  31. Graauws: nie op zijn mondsjen gevallen (=niet verlegen zijn)
  32. Antwerps: ais wer ouit zijne knossel geschoten (=Hij is weer uit zijn kram geschoten ,uit zijne rol gevallen)
  33. Sint-Niklaas: zedde gè op ô kop gevallen? (=je bent niet goed wijs)
  34. Sint-Laureins: op zijne kop gevallen zijn (=niet goed bij zinnen zijn)
  35. Tilburgs: zèède gevalle ? nèè zôo stap ik aaltij van mènne fiets aaf ! (=Is U gevallen ? nee hoor zo stap ik altijd van mijn fiets af !)
  36. Londerzeels: hij es me zij gat in de boter gevallen (=hij is goed terecht gekomen)
  37. Wetters: Zes op heur tonge nie gevallen (=Ze kan het goed uitleggen)
  38. Aalsters: zeije na gielemool op anne kop gevallen (=ben je nu helemaal gek?)
  39. Ninoofs: a es nie op zan blad gevallen (=hij is een vlotte prater)
  40. Aalsters: Zeije na gielemool op anne kop gevallen (=is hij nu helemaal gek)
  41. Tilburgs: zèède gevalle nèè zôo stap ik aaltij van mènne fiets aaf ! (=Is U gevallen nee hoor zo stap ik altijd van mijn fiets af !)
  42. Sint-Niklaas: ze zé mé older gat in de boter gevallen (=zij zijn gelukkig en hebben niets tekort)
  43. Brugs: j' is mè zun koente in de beuter gevallen (=met iemand getrouwd zijn met veel geld)
  44. Moorsel: Zeje goi op ane kop gevallen en bleiven botsjen? (=Ben je nou helemaal besodemiedert?)
  45. Sint-Niklaas: zidde gè va Lotje getikt?; zidde gè op ô kop gevallen? (=gij zijt zot zeker?)
  46. IJmuidens: Ben je van de commode gevallen (=Er zit een steekje bij je los)
  47. Gents: ij es mee zijn gat in de boater gevallen, oersanse gat (=hij heeft geluk gehad)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen