Spreekwoorden met `mijn`

Zoek


50 dialectgezegden bevatten `mijn`

  1. dae lik bij mich èn de boëvëstë loj (=die is mijn favoriet) (Munsterbilzen - Minsters)
  2. dan jeuk'n mij de kuuz'n niet meer (=dat zal mijn tijd wel uitdienen) (Westerkwartiers)
  3. dan krèg ik ut op mùnne bult (=dan krijg ik het voor mijn kiezen) (Steenbergs)
  4. dao dènk ich 't mient van (=daar heb ik mijn eigen mening over) (Steins)
  5. dao krieg ich hinnevel van (=ik had rillingen over mijn hele lijf) (Berg en Terblijts)
  6. Dao springt mich de kwint (=mijn geduld is op) (Eys)
  7. dao stesselt eun erretits oep moinen drig (=er kruipt een hagedis op mijn rug) (Buggenhouts)
  8. Dao zouw ich waal 'ns muuske wille speele (=Daar zou ik graag mijn oren te luister leggen) (Steins)
  9. daor he' k niks mee van doen (=dat is niet mijn baggie an) (Eindhovens)
  10. das mè lijflieken (=dat is mijn favoriet liedje) (Sint-Niklaas)
  11. das nie mene terapie! (=das mijn gewoonte niet!) (Munsterbilzen - Minsters)
  12. das nie mijne terapie (=dat is niet naar mijn gading) (Munsterbilzen - Minsters)
  13. das nie mijnen terapie ! (=dat is niet naar mijn aard !) (Munsterbilzen - Minsters)
  14. das nie van mijnen terapie (=dat is mijn genre niet) (Bilzers)
  15. das noë men goesting (=dat is naar mijn zin) (Bilzers)
  16. das sjaun mètgepak (=dat is extra bij mijn loon) (Munsterbilzen - Minsters)
  17. Das van mijn (=Dat is van mij) (Rijsoords)
  18. das vür daud te valle (=daar krijg ik het van aan mijn hart) (Munsterbilzen - Minsters)
  19. daste naogel on men daudskis (=dat verkort mijn leven) (Munsterbilzen - Minsters)
  20. dat benn' n beeld' n uut mien kienerjoar' n (=dat zijn foto's uit mijn kindertijd) (Westerkwartiers)
  21. Dat gaait me nie (=Dat is niet van mijn gading) (Wells)
  22. dat geet mich boëve me klekske (=daar kan mijn verstand niet bij) (Munsterbilzen - Minsters)
  23. dat maag mij niet beur' n (=dat past niet in mijn budget) (Westerkwartiers)
  24. dat steet nie èn mëne kattekismës (=dat kan ik nooit over mijn hart krijgen om te doen) (Munsterbilzen - Minsters)
  25. Dat waor veur mienen tied (=Dat was voor mijn tijd) (Gelaens (Geleens))
  26. Dau geunnik maan bjeuntjes oep te waak legge (=Daar verwacht ik veel van / vestig ik mijn hoop op) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
  27. De bern fan myn suster binne lomkoalen (=De kinderen van mijn zuster zijn sufferds) (Fries)
  28. de bès ët nie wiëd dat ich ook mér éé woëd aoën dich vaul maok (=je bent mijn aandacht niet waard) (Munsterbilzen - Minsters)
  29. de bès zjus ne waandelende joed (=loop toch niet zo op en af, je werkt me op mijn zenuwen) (Munsterbilzen - Minsters)
  30. De betrougn vlogn over't stopberd en vieln op mijnen kop (=De bieten vlogen over het schot en vielen op mijn hoofd) (Bambrugs)
  31. de fuut is er uit (=mijn spuitwater borrelt niet meer) (Sint-Niklaas)
  32. De griezel leup mi'j over de grauwe (=Het liep een rilling over mijn rug) (Giethoorns)
  33. dé he'k nie eiges bedocht (=het is niet mijn idee) (Bosch)
  34. de iene boer vroagt an den nare boer, wei giet het be oer pjerd me pjerd da giet nie da lupt, en wei lupt oer pjerd oh het giet (=de ene boer vraagt aan de andere boer hoe gaat met Uw paard de boer antwoord mijn paard gaat niet, dat loopt, en hoe loopt Uw paard oh het gaat) (Heusdens)
  35. de kaaë sjoejër lëp mich ieëvër de strank (=er lopen koude rillingen over mijn rug) (Munsterbilzen - Minsters)
  36. de kol van minnem (=de kraag van mijn hemd) (Sint-Niklaas)
  37. de komplemènte van ons moeder èn ze lòt vraoge òf dè ge èfkes wilt kôome (=mijn moeder laat u groeten en vraagt om even langs te komen) (Tilburgs)
  38. de kons mëne naere op (=je kan mijn rug op) (Munsterbilzen - Minsters)
  39. de kons nau gemaekelëk noë boëve kraupe (=er is een ladder in mijn kousen) (Munsterbilzen - Minsters)
  40. de kraajgs menen hond nog nie te zien (=jij bent helemaal mijn vriend niet) (Bilzers)
  41. Dè lussik nie (=Dat is niet mijn smaak) (Bosch)
  42. de mèn wo-t-ur meej paase. (=mijn vrouw wou er mee ophouden) (Tilburgs)
  43. De onderste benne van mijn (=jJe staat op mijn tenen) (Dordts)
  44. de pokkel dut mij zeer (=heel mijn lichaam doet pijn) (Westerkwartiers)
  45. de pot verwitte kéttel datter zwat és (=mijn man is mij niet trouw want onze kinderen gelijken niet op hem) (Bilzers)
  46. De reuzel loopt mijn reet uit (=Het is snikheet) (Westlands)
  47. de sjoenste daag van m'n leve (=de mooiste dach uit mijn leefde) (Mestreechs)
  48. de stees èn me zich (=je belemmert mijn uitzicht) (Munsterbilzen - Minsters)
  49. de stees mich én de lich (=je pakt mijn licht weg) (Bilzers)
  50. de wërks mich op më wattër (=je werkt me op mijn zenuwen) (Munsterbilzen - Minsters)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen