50 dialectgezegden bevatten `mijn`
- dae lik bij mich èn de boëvëstë loj (=die is mijn favoriet) (Munsterbilzen - Minsters)
- dan jeuk'n mij de kuuz'n niet meer (=dat zal mijn tijd wel uitdienen) (Westerkwartiers)
- dan krèg ik ut op mùnne bult (=dan krijg ik het voor mijn kiezen) (Steenbergs)
- dao dènk ich 't mient van (=daar heb ik mijn eigen mening over) (Steins)
- dao krieg ich hinnevel van (=ik had rillingen over mijn hele lijf) (Berg en Terblijts)
- Dao springt mich de kwint (=mijn geduld is op) (Eys)
- dao stesselt eun erretits oep moinen drig (=er kruipt een hagedis op mijn rug) (Buggenhouts)
- Dao zouw ich waal 'ns muuske wille speele (=Daar zou ik graag mijn oren te luister leggen) (Steins)
- daor he' k niks mee van doen (=dat is niet mijn baggie an) (Eindhovens)
- das mè lijflieken (=dat is mijn favoriet liedje) (Sint-Niklaas)
- das nie mene terapie! (=das mijn gewoonte niet!) (Munsterbilzen - Minsters)
- das nie mijne terapie (=dat is niet naar mijn gading) (Munsterbilzen - Minsters)
- das nie mijnen terapie ! (=dat is niet naar mijn aard !) (Munsterbilzen - Minsters)
- das nie van mijnen terapie (=dat is mijn genre niet) (Bilzers)
- das noë men goesting (=dat is naar mijn zin) (Bilzers)
- das sjaun mètgepak (=dat is extra bij mijn loon) (Munsterbilzen - Minsters)
- Das van mijn (=Dat is van mij) (Rijsoords)
- das vür daud te valle (=daar krijg ik het van aan mijn hart) (Munsterbilzen - Minsters)
- daste naogel on men daudskis (=dat verkort mijn leven) (Munsterbilzen - Minsters)
- dat benn' n beeld' n uut mien kienerjoar' n (=dat zijn foto's uit mijn kindertijd) (Westerkwartiers)
- Dat gaait me nie (=Dat is niet van mijn gading) (Wells)
- dat geet mich boëve me klekske (=daar kan mijn verstand niet bij) (Munsterbilzen - Minsters)
- dat maag mij niet beur' n (=dat past niet in mijn budget) (Westerkwartiers)
- dat steet nie èn mëne kattekismës (=dat kan ik nooit over mijn hart krijgen om te doen) (Munsterbilzen - Minsters)
- Dat waor veur mienen tied (=Dat was voor mijn tijd) (Gelaens (Geleens))
- Dau geunnik maan bjeuntjes oep te waak legge (=Daar verwacht ik veel van / vestig ik mijn hoop op) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
- De bern fan myn suster binne lomkoalen (=De kinderen van mijn zuster zijn sufferds) (Fries)
- de bès ët nie wiëd dat ich ook mér éé woëd aoën dich vaul maok (=je bent mijn aandacht niet waard) (Munsterbilzen - Minsters)
- de bès zjus ne waandelende joed (=loop toch niet zo op en af, je werkt me op mijn zenuwen) (Munsterbilzen - Minsters)
- De betrougn vlogn over't stopberd en vieln op mijnen kop (=De bieten vlogen over het schot en vielen op mijn hoofd) (Bambrugs)
- de fuut is er uit (=mijn spuitwater borrelt niet meer) (Sint-Niklaas)
- De griezel leup mi'j over de grauwe (=Het liep een rilling over mijn rug) (Giethoorns)
- dé he'k nie eiges bedocht (=het is niet mijn idee) (Bosch)
- de iene boer vroagt an den nare boer, wei giet het be oer pjerd me pjerd da giet nie da lupt, en wei lupt oer pjerd oh het giet (=de ene boer vraagt aan de andere boer hoe gaat met Uw paard de boer antwoord mijn paard gaat niet, dat loopt, en hoe loopt Uw paard oh het gaat) (Heusdens)
- de kaaë sjoejër lëp mich ieëvër de strank (=er lopen koude rillingen over mijn rug) (Munsterbilzen - Minsters)
- de kol van minnem (=de kraag van mijn hemd) (Sint-Niklaas)
- de komplemènte van ons moeder èn ze lòt vraoge òf dè ge èfkes wilt kôome (=mijn moeder laat u groeten en vraagt om even langs te komen) (Tilburgs)
- de kons mëne naere op (=je kan mijn rug op) (Munsterbilzen - Minsters)
- de kons nau gemaekelëk noë boëve kraupe (=er is een ladder in mijn kousen) (Munsterbilzen - Minsters)
- de kraajgs menen hond nog nie te zien (=jij bent helemaal mijn vriend niet) (Bilzers)
- Dè lussik nie (=Dat is niet mijn smaak) (Bosch)
- de mèn wo-t-ur meej paase. (=mijn vrouw wou er mee ophouden) (Tilburgs)
- De onderste benne van mijn (=jJe staat op mijn tenen) (Dordts)
- de pokkel dut mij zeer (=heel mijn lichaam doet pijn) (Westerkwartiers)
- de pot verwitte kéttel datter zwat és (=mijn man is mij niet trouw want onze kinderen gelijken niet op hem) (Bilzers)
- De reuzel loopt mijn reet uit (=Het is snikheet) (Westlands)
- de sjoenste daag van m'n leve (=de mooiste dach uit mijn leefde) (Mestreechs)
- de stees èn me zich (=je belemmert mijn uitzicht) (Munsterbilzen - Minsters)
- de stees mich én de lich (=je pakt mijn licht weg) (Bilzers)
- de wërks mich op më wattër (=je werkt me op mijn zenuwen) (Munsterbilzen - Minsters)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen