Spreekwoorden met `ad`

Zoek


220 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `ad`

  1. gierigheid is de wortel van alle kwaad (=door gierigheid ontstaan er veel problemen en is er veel ellende in de wereld)
  2. goed geld naar kwaad geld gooien (=geld ergens insteken waarvan bekend is dat het verlies oplevert)
  3. goede raad is duur (=bijna te moeilijk om raad te kunnen geven)
  4. goede raad is goud waard (=met goede aanwijzingen kan je heel veel doen)
  5. goedschiks of kwaadschiks (=met of tegen de zin)
  6. grote parade en klein garnizoen (=een grote vertoning maar niet veel zaaks)
  7. had je me gisteren gehuurd dan was ik vandaag je knecht geweest (=je moet zo niet commanderen - dat doe ik gewoon niet!)
  8. het bloed stolt hem in de aderen (=hij verstijft van schrik)
  9. het hazenpad (ver)kiezen (=er vandoor gaan of vluchten)
  10. het hemd is nader dan de rok (=eigen familie gaat voor)
  11. het huilen staat hem nader dan het lachen (=hij ziet er vooral de trieste kant van)
  12. het is een kwade wind die niemand voordeel brengt (=er is altijd wel iemand die van de omstandigheden weet te profiteren)
  13. het is krabben op de naad (=het eten is op)
  14. het is kwaad kammen daar geen haar is. (=bij arme mensen valt niets te halen)
  15. het is kwaad stelen waar de waard een dief is. (=het is moeilijk om een bedrieger te bedriegen)
  16. het kind met het badwater weggooien (=samen met het slechte ook het goede wegdoen)
  17. het krieken van de dag/dageraad (=de vroege ochtend)
  18. het kwaad loont zijn meester (=wie kwaad doet, kwaad ontmoet)
  19. het kwaad straft zichzelf (=wie kwaad doet, kwaad ontmoet)
  20. het naadje van de kous willen weten (=alle details willen weten)
  21. het pad warm houden. (=regelmatig op bezoek komen)
  22. het vijfde rad/wiel aan de wagen (=totaal overbodig, ongewenst)
  23. iemand bij de kladden grijpen (=iemand bij zijn kleren grijpen)
  24. iemand de genadeslag geven (=iemand die al in grote moeilijkheden zit nog een probleem erbij geven zodat diegene het niet meer aan kan)
  25. iemand een koud bad geven (=iemand kalmeren , illusies ontnemen)
  26. iemand een rad voor de ogen draaien (=iemand iets wijsmaken / iemand op gemene wijze bedriegen)
  27. iemand in het naadgaren komen (=iemand erg hinderen)
  28. iemand in het zadel helpen (=iemand aan een (goede) functie/positie helpen)
  29. iemand kunnen verraden en verkopen (=iemand veel te slim af zijn)
  30. iemand uit het zadel lichten (=iemand zijn positie doen verliezen, iemand ontslaan)
  31. iemand uit het zadel werpen (=iemand wegwerken, iemand in verlegenheid brengen)
  32. iemand van kwade trouw verdenken (=verdenken dat iemand bedriegt)
  33. iemand voor het naadgaren zetten (=iemand voor de schulden laten opdraaien)
  34. iemands hete adem in je nek voelen (=merken dat een ander je bijna inhaalt; opgejut of opgejaagd worden)
  35. iemands levensdraad afsnijden (=doden)
  36. iets in één adem uitlezen (=een boek waaraan je begonnen bent heel snel uitlezen, omdat je het zo spannend vindt)
  37. in adamskostuum (=naakt, zonder kleren)
  38. in de kleinste potjes zit de beste pommade/zalf (=gezegd van uitzonderlijk kleine personen)
  39. in de naad zitten (=bang zijn)
  40. in de schaduw stellen (=het beter doen dan een ander, iemand overtreffen)
  41. in een goed blaadje proberen te komen (=een goede reputatie proberen te verkrijgen)
  42. in een goed blaadje staan (=bijzonder gewaardeerd worden)
  43. in iemands schaduw staan (=niet opvallen omdat iemand anders meer opvalt)
  44. je eigen naad naaien (=iets op zijn eigen manier uitvoeren; eigenwijs zijn)
  45. je geradbraakt voelen (=erg moe zijn en diverse pijnen hebben)
  46. je laatste adem uitblazen (=sterven, doodgaan)
  47. je moet om de beurt ademhalen (=gezegd als het erg druk is)
  48. je naadje naaien (=zijn kans waarnemen, zijn aard volgen)
  49. je op glad ijs wagen/begeven (=ergens over gaan praten waar die weinig van af weet)
  50. je schaduw vooruit werpen (=zich onheilspellend aankondigen)

181 betekenissen bevatten `ad`

  1. kleine potjes lopen gauw over. (=kleingeestige mensen zijn snel kwaad.)
  2. van een mooie / knappe tafel kun je niet eten. / Van een mooi bord kun je niet eten. (=knap van uiterlijk heeft ook wel eens nadelen.)
  3. de kat in het donker knijpen (=kwaad doen waar niemand het ziet)
  4. uit zijn slof schieten (=kwaad uitvallen, boos worden)
  5. de kuif opsteken (=kwaad worden)
  6. een staart om hebben (=kwaad zijn)
  7. je wel voor de kop kunnen slaan (=kwaad zijn op jezelf over het feit dat men ergens niet aan gedacht heeft)
  8. de haring hangt aan zijn eigen kieuwen (=men dient verantwoording te nemen voor de eigen daden)
  9. ondank is `s werelds loon (=men wordt zelden bedankt voor een goede daad)
  10. over de doden niets dan goeds (=men ziet kwaadspreken over overledenen als iets heel onbeleefd, er mag niet gespot worden met de dood)
  11. lachende monden, bijtende honden. (=mensen die vriendelijk of aardig lijken, kunnen in werkelijkheid kwade bedoelingen hebben)
  12. geef een ezel haver en hij loopt naar de distels. (=mensen zijn soms koppig en willen geen hulp of advies)
  13. op het hart binden (=met de grootste nadruk zeggen)
  14. op het hart drukken (=met de grootste nadruk zeggen)
  15. een fluwelen tong hebben (=met gladde woorden mensen kunnen overtuigen)
  16. de duivel op het kussen binden (=met iedereen raad weten)
  17. wijze raad Is halve daad. (=met verstandig advies ben je al halverwege om succesvol te zijn)
  18. iets in de wind slaan (=naar een advies niet naar luisteren)
  19. onder de loupe nemen (=nader bekijken, aandachtig bestuderen)
  20. een roepende in de woestijn zijn (=niemand die naar je wil luisteren (bij raad/waarschuwingen))
  21. niet verder zien/kijken dan je neus lang is (=niet goed nadenken wat de gevolgen van iets zijn)
  22. verstand op nul zetten (=niet nadenken en gewoon handelen.)
  23. je gemak houden (=niet te veel werk doen, niet kwaad worden)
  24. ledigheid is des duivels oorkussen (=niets te doen hebben leidt tot misdaden)
  25. een stok vinden om de hond te slaan (=om maar iemand te kunnen bekritiseren een nadelig punt vinden)
  26. werken als een rode lap op een stier (=onmiddellijk erg kwaad maken)
  27. er gloeiend bij zijn (=op heterdaad betrapt zijn)
  28. iemand naar de keel vliegen (=op iemand erg kwaad worden, aanvallen, ermee vechten)
  29. de hort op zijn (=op pad zijn)
  30. op de hals schuiven (=opzadelen met)
  31. iemand op iets aankijken (=over een eigenschap of daad van iemand niet tevreden zijn)
  32. doen is een ding. (=praten of plannen maken is gemakkelijk gedaan, daadwerkelijk actie ondernemen is veel moeilijker)
  33. iemand naar de ogen zien (=proberen iemands` wensen te raden)
  34. een raadsheer met een p (=raadsheer met p is praatsheer, men heeft er niet veel aan)
  35. er een slag naar slaan (=raden)
  36. wie zijn pap gemorst heeft kan niet alles weer oprapen (=schade kan nooit geheel worden goedgemaakt)
  37. honi soit qui mal y pense (=schande over hem die er kwaad over denkt)
  38. met los kruit schieten (=schijnbaar streng straffen met een straf die in feite geen nadeel oplevert)
  39. pappen en nathouden (=situatie min of meer ongewijzigd te laten zonder een beslissing te nemen of daadwerkelijk een probleem op te lossen)
  40. aan de pan gelikt hebben (=slecht terechtkomen of veel schade hebben)
  41. een kaars voor de duivel branden (=slechte daden goedpraten omdat er je er voordeel uit kan halen)
  42. kort dag zijn (=snel (in tijd) naderen)
  43. van de bok op de ezel gaan (=snel van onderwerp wisselen zonder rode draad)
  44. een tere snaar aanroeren (=spreken over iets waar men beter niet over had gesproken)
  45. van de hak op de tak springen (=steeds weer van onderwerp wisselen en geen duidelijke rode draad in een verhaal hebben)
  46. op het gijpen liggen (=stervend of totaal buiten adem zijn)
  47. te veel vuur in een stoof doet ze branden (=te veel is schadelijk)
  48. overdaad schaadt (=te veel van iets is schadelijk)
  49. veel koks bederven/verzouten de brij (=te veel verschillende raad volgen kan schadelijk zijn)
  50. gaar zijn (=uitgeput zijn, met name na geestelijke inspanning, bijvoorbeeld een hele dag vergaderen)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen