Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

4 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `erger`

  1. een renegaat is nog erger dan een Turk (=een vroegere vriend is een veel gevaarlijker vijand dan iemand die altijd een vijand is geweest)
  2. het middel is erger dan de kwaal (=de oplossing veroorzaakt nog meer schade)
  3. je groen en geel ergeren (=je heel erg ergeren aan iets of iemand)
  4. van kwaad tot erger komen/vervallen (=steeds erger worden)

16 betekenissen bevatten `erger`

  1. Heeft de duivel het paard gegeten, dan neemt hij de toom ook nog. (=Ben je eenmaal in de macht van slechte mensen, dan wordt het alleen maar erger)
  2. dat is de druppel die de emmer doet overlopen (=dat is maar een kleine ergernis, maar samen met wat er al gebeurd is, wordt het niet meer geaccepteerd)
  3. van de wal in de sloot (helpen) (=de situatie verergeren in plaats van verbeteren)
  4. al voor heter vuren gestaan hebben (=er erger meegemaakt hebben)
  5. een doorn in het oog zijn (=ergens aan ergeren)
  6. in de ogen schijnen/steken (=hinderlijk zijn, ergeren)
  7. iemand in de ogen steken (=iemand ergeren)
  8. zout in de wond strooien (=iemands leed verergeren)
  9. geen man over boord zijn (=iets is niet zo erg, het had veel erger gekund)
  10. hand over hand toenemen (=iets wordt steeds erger)
  11. je groen en geel ergeren (=je heel erg ergeren aan iets of iemand)
  12. bezoek en vis blijven drie dagen fris (=je moet geen gasten te lang laten logeren want dan ga je je aan hun gewoonten ergeren)
  13. van kwaad tot erger komen/vervallen (=steeds erger worden)
  14. van de gaffel in de greep (=van kwaad tot erger)
  15. iemand wel kunnen schieten (=zich bijzonder ergeren aan iemand)
  16. met kromme tenen zitten (=zich ergeren)

Het dialectenwoordenboek kent 25 spreekwoorden met `erger`

  1. Terneuzens: Jokte is erger as piene (=Jeuk is erger dan pijn)
  2. Waregems: zwijg zeeëre! (=het kon nog erger zijn!)
  3. Sint-Katelijne-Waver: Aa kas oepfrette (=Zich ergeren)
  4. Veurns: etwoar over vollen (=zich ergeren aan iets)
  5. Zeels: van de kluëten tegen 't berd (='t gaat van kwaad naar erger)
  6. Lauws: zin kasse ipfretten (=zich ergens aan ergeren)
  7. Dilbeeks: zan kas opfrètt'n (=zich ergeren, ernstig zorgen maken)
  8. Lebbeeks: kas: A kas opfrètt'n (=In spanning zitten / je ergeren)
  9. Bilzers: tgeet van kaud noë erger (=het wordt steeds erger)
  10. Tilburgs: ergeraand meej òngeleejt zèèn (=ergens mee behept zijn)
  11. Munsterbilzen - Minsters: twei daajfkes hoenge op te droeëd, mèr tein èn de loch (=de duivenliefhebber ergerde zich aan de was van de buurvrouw)
  12. Olens: d'oh kregde't scheit van (=dat is om je dood te ergeren)
  13. Sint-Niklaas: doar kreék 't speen van (=zich ergeren aan iets)
  14. Munsterbilzen - Minsters: vant bèd oppet strauw (=van kwaad naar erger)
  15. Zeeuws: joekte is erger as piene (=pijn)
  16. Munsterbilzen - Minsters: daste grutste smaerlapperaaj wot ich aut hëb mètgemok (=erger kan het niet !)
  17. Oudenbosch: van de vliege nin de blindaoze terechtkomme (=van kwaad tot erger komen)
  18. Huizers: van 't pissebedde in 't kakkebedde kommen (=van kwaad tot erger)
  19. Munsterbilzen - Minsters: Twei és erger dan één, dan hübste get on zen been (=wat is er erger dan een vrouw ?)
  20. Westerkwartiers: wel wiend zaait zel störm oogst'n (=doe je kwaad, je krijgt erger terug)
  21. Oudenbosch: ijis van d n klaover op de bieze geraokt (=hij is van kwaad tot erger gekomen)
  22. Bilzers: ich hüb se laeve vër heter viere geston (=het kon nog erger zijn)
  23. Munsterbilzen - Minsters: ich hüb al vër heter viere geston (=ik heb al erger meegemaakt)
  24. Sint-Niklaas: 't zal nog gô verschoûnderen (=dat wordt nu nog erger; wat krijgen wij nu weer)
  25. Bilzers: doë ès niks zoe erg as erm te laeve en sjatrijk daud te gon (=ik vind niets erger dan iemand die vrekkig is)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen