29 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `stee`
- daar kan de schoorsteen niet van roken (=dat brengt niets op / men kan niet alleen van vriendelijke woorden leven)
- daar moet de schoorsteen van roken (=dat moet de inkomsten voortbrengen. Daar moeten we van bestaan)
- daar steekt meer in dan een enkele panharing (=daar zit meer achter)
- de bijl naar de steel werpen (=iets geheel opgeven)
- de gestage drup holt de steen (uit) (=door vol te houden wordt uiteindelijk wel het doel bereikt)
- de steen des aanstoots (=iets dat anderen hindert, in conflict brengt of verdeeldheid zaait)
- een ezel stoot zich geen tweemaal aan dezelfde steen (=men maakt geen twee keer dezelfde fout)
- een hark zonder steel (=iets waardeloos)
- een hart van steen hebben (=geen medelijden met anderen hebben)
- een rollende steen vergaart geen mos. (=voortdurende verandering werpen vaak geen vruchten af)
- een schurftig schaap steekt de hele kudde aan (=een slechte persoon in een groep, maakt de hele groep slecht)
- een steek laten vallen (=een fout maken.)
- een zondagse steek houdt geen week (=de zondag is geen werkdag maar de dag des Heeren)
- een zondagssteek houdt geen week (=er rust geen zegen op het werk wat iemand op zondag doet)
- helse steen (=in staafjes gegoten zilvernitraat)
- het huishouden van Jan steen (=een slordige boel)
- het is goed aan hem besteed (=hij verdient het, hij zal er op de goede manier mee omgaan)
- met een baksteen in de maag geboren worden (=graag een huis willen hebben dat van jezelf is, dat je eigendom is)
- ogen op steeltjes hebben (=erg verbaasd zijn)
- steeds verder van huis raken (=verder van je doel afraken)
- steen en been klagen (=constant en hevig klagen. (klagen bij alles wat heilig is, bv. botten (=been) in een graf (=steen)))
- steen en been vriezen. (=heel hard vriezen (alles wordt zo hard als steen en botten))
- stok en steen verwend (=heel erg verwend)
- van liefde rookt de schoorsteen niet (=van de liefde alleen kan je niet leven)
- weten hoe de vork in de steel zit (=precies weten wat er gebeurd is)
- zelfs de beste breister laat wel eens een steekje vallen (=ook al kan iemand iets heel goed, hij of zij zal ook wel eens een fout maken; dat is vergeeflijk)
- zinken als een baksteen (=direct zinken (niet kunnen zwemmen))
- zo zit de vork in de steel (=zo zit de zaak in elkaar.)
- zoals de vos steelt, steelt ook het vosje. (=valse ouders hebben valse kinderen.)
48 betekenissen bevatten `stee`
- aan het lijntje hebben/houden (=aan de praat houden / beloven, maar steeds weer uitstellen)
- aan de lopende band (=aan één stuk door; steeds maar weer)
- bakkerskinderen eten oud brood. (=aan het vak dat men uitoefent, besteedt men in zijn directe omgeving weinig aandacht.)
- al etende krijgt men trek / honger. (=al etende krijgt men steeds meer trek (ook figuurlijk).)
- alles malletje naar malletje doen/maken (=alles steeds weer op precies dezelfde manier doen)
- als het schip lek is, gaan de ratten van boord. (=als het verkeerd loopt, laten valse vrienden je in de steek)
- de kruik gaat zo lang te water tot ze barst/breekt (=als men steeds risico`s blijft nemen, gaat het een keer mis)
- steen en been klagen (=constant en hevig klagen. (klagen bij alles wat heilig is, bv. botten (=been) in een graf (=steen)))
- klare wijn schenken (=eerlijk en duidelijk vertellen hoe de situatie in elkaar steekt)
- voor ogen houden/staan (=er steeds rekening mee blijven houden)
- voor ogen (=er steeds weer aan denken)
- geen grond houden (=geen steek houden - niet correct zijn)
- aan de strijkstok blijven hangen (=geld dat aan een goed doel wordt besteed verdwijnt voor een groot deel bij mensen die oneerlijke onkosten maken)
- steen en been vriezen. (=heel hard vriezen (alles wordt zo hard als steen en botten))
- de rode draad (in een verhaal of betoog) (=het centrale thema, hetgeen waar steeds weer op wordt teruggegrepen)
- bergafwaarts gaan (=het gaat steeds slechter, bijvoorbeeld met iemands gezondheid)
- een zondagskind (=iemand die steeds geluk heeft)
- een man van de klok zijn (=iemand die steeds precies op tijd is)
- een pechvogel (=iemand die steeds tegenslag heeft)
- het onweer is niet van de lucht (=iets dat steeds blijft doorgaan of iemand die telkens weer kwaad tekeer gaat)
- hand over hand toenemen (=iets wordt steeds erger)
- voor dood achterlaten (=in de steek laten zonder hoop op herstel.)
- de wereld wil bedrogen zijn. (=mensen trappen steeds weer in hetzelfde praatje)
- iemand op sleeptouw nemen (=omdat iemand het alleen niet lukt diegene helpen, iemand steeds maar dingen beloven zonder die na te komen, iemand gebruiken voor eigen belang zonder dat die het doorheeft)
- geen zitvlees hebben (=ongedurig zijn - steeds weer opstaan en rondlopen)
- om de haverklap (=op alle mogelijke momenten, steeds weer opnieuw)
- de schellen vallen hem van de ogen (=plotseling iets begrijpen hoe het in elkaar steekt)
- er haring of kuit van willen hebben (=precies willen weten hoe het in elkaar steekt)
- psalmen zingen (=schuren met baksteen en zand)
- veld winnen (=steeds belangrijker worden)
- iemand de oren afzagen (=steeds blijven aandringen)
- de mantel naar de wind hangen (=steeds de opinie van de anderen volgen)
- het op iemand gemunt hebben (=steeds dezelfde persoon die ergens last van heeft)
- van kwaad tot erger komen/vervallen (=steeds erger worden)
- iemand op de vingers kijken (=steeds kijken wat iemand doet, en of die het goed doet)
- de drempel platlopen (=steeds opnieuw bezoeken)
- te pas en te onpas (=steeds opnieuw, of het nu zin heeft of niet)
- een ridder van het lui paard zijn (=steeds smoesjes verzinnen en de schuld buiten jezelf leggen)
- van de os op de ezel springen (=steeds van onderwerp veranderen)
- iemand van twaalf ambachten en dertien ongelukken zijn (=steeds verschillende baantjes hebben maar in geen enkel baantje succesvol zijn)
- de deur platlopen (=steeds weer bezoeken)
- altijd het oude liedje (=steeds weer hetzelfde)
- altijd hetzelfde deuntje zingen (=steeds weer hetzelfde herhalen)
- op hetzelfde aambeeld hameren/slaan (=steeds weer op hetzelfde onderwerp terugkomen)
- van de hak op de tak springen (=steeds weer van onderwerp wisselen en geen duidelijke rode draad in een verhaal hebben)
- de haan en de vos hebben elkaar te gast (=twee bedriegers zijn steeds op hun eigen voordeel uit)
- vrienden in nood, honderd in een lood (=wanneer er zich problemen voordoen, laten vrienden je vaak in de steek)
- als het melk regent, staan mijn schotels omgekeerd (=wanneer ergens iets voordeligs te verkrijgen valt, loop ik het steevast mis)
5 dialectgezegden bevatten `stee`
- die woon'n doar ien 'n paradies (=die wonen daar op een prachtig stee) (Westerkwartiers)
- hie gae naer stee (=hij gaat naar huis) (Flakkees)
- hij hep een stee (=hij is heeft een baan op het schip) (Katwijks)
- Myn pleats dat is in stee wêr't in brede ree hinne rint (=Mijn plaats dat is een stee waar een brede ree heen rent) (Fries)
- stee in m’n rug (=rugpijn) (Putters)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen