Spreekwoorden met `zi`

Zoek


970 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `zi`

  1. alle waar is naar zijn geld (=van iets goedkoops mag je geen topkwaliteit verwachten)
  2. als `t schip zinkt dan zinkt ook de lading (=als een zaak bankroet gaat, dan is men meestal ook alles kwijt)
  3. als apen hoger klimmen willen, ziet men gauw hun blote billen (=iemand die meer wil dan hij kan, maakt zich snel belachelijk)
  4. als buurmans huis brand is het tijd om uit te zien. (=leer van andermans problemen)
  5. als David zijn volk telde verloor hij de strijd (=tel de winst pas uit bij het einde van de strijd)
  6. als de bruid verpatst is wordt zij gewild. (=wat niet meer beschikbaar is lijkt aantrekkelijker voor anderen)
  7. als de dood zijn voor iets (=heel erg bang zijn voor iets)
  8. als de kan vol is, loopt zij over. (=als je te veel drinkt komt het er weer uit)
  9. als de kat zich wast, komt er gewis een gast (=als de kat zich wast komt er visite.)
  10. als door een adder gebeten zijn (=opeens fel reageren)
  11. als een luis in iemands pels zijn (=iemand voortdurend in de weg lopen. Iemand tegenwerken)
  12. als een muis in de val zitten (=geen uitweg meer hebben)
  13. als een pareltje in het goud zitten (=zich tussen aangename personen (buren) bevinden)
  14. als een pijl uit de boog (zijn) (=snel vertrekken)
  15. als haringen in een ton zitten (=zich erg dicht op elkaar bevinden)
  16. als ik ze niet hoef te hoeden laat ik de ganzen ganzen zijn (=ik bemoei me niet met andermans zaken als het niet hoeft)
  17. als je geschoren wordt, moet je stilzitten (=als er scherpe kritiek op je is (je wordt geschoren), kun je beter rustig wachten tot het voorbij is, in plaats van erop in te gaan)
  18. als men van de duivel spreekt trapt men hem op zijn staart (=degene waarover men spreekt, laat zich dikwijls op dat moment zien)
  19. als niet komt tot iet kent iet zichzelf niet (=een `parvenu` heeft dikwijls kapsones)
  20. als oude honden blaffen, is het tijd om uit te zien (=als ervaren mensen waarschuwen moet je luisteren)
  21. altijd de kwade pier zijn (=altijd als de schuldige aangewezen worden)
  22. altijd hetzelfde deuntje zingen (=steeds weer hetzelfde herhalen)
  23. andermans boeken zijn duister te lezen (=de toestand of bedoelingen van een ander zijn moeilijk in te schatten)
  24. apen en beren op de weg zien (=bezwaren zien)
  25. bang voor zijn hachje zijn (=weinig durven en bang zijn om gevaar te lopen)
  26. bang zijn voor zijn eigen schaduw (=overdreven bang zijn)
  27. bang zijn zich aan koud water te branden (=erg voorzichtig zijn)
  28. begaan zijn met (=bedroefd zijn omdat het met iemand niet goed gaat, meeleven met)
  29. bekeken zijn (=op orde zijn, niets meer aan hoeven doen)
  30. beminnen als het licht van zijn ogen (=erg graag zien)
  31. bezint eer ge begint (=denk goed na over de gevolgen voordat je actie onderneemt)
  32. bij de mieren zijn (=dood)
  33. bij de pakken neerzitten (=geen oplossing meer zoeken, niet meer verder doen)
  34. bij de pinken zijn (=snel dingen begrijpen, Handig en flink zijn, Vroeg opstaan)
  35. bij eigen zin is geen gewin. (=eigenwijs zijn is niet goed)
  36. bij nacht en ontij (werken/zijn) (=wanneer anderen slapen)
  37. bij nacht zijn alle katjes grauw en alle mondjes even nauw (=als het erop aankomt zijn we allen gelijk)
  38. bij Sint Joris in de kost zijn (=ergens gratis eten)
  39. bij zijn positieven blijven (=blijven opletten)
  40. bijl en blok zijn behouden. (=vrouw en kind hebben de bevalling overleefd.)
  41. binnen mikken zijn (=geborgen zijn)
  42. binnen zijn (=geborgen zijn)
  43. blijf uit zijn kielwater of je raakt in zijn zog (=blijf uit zijn buurt, want je wordt er slechter van)
  44. boontje komt om zijn loontje (=hij krijgt wat hij verdient, de gevolgen zal iemand altijd wel een keer moeten gaan dragen)
  45. botertje aan de boom zijn / het is botertje tot de boom (=alles gaat goed zonder problemen)
  46. boven Jan zijn (=uit de problemen zijn)
  47. boven water zijn (=alles is bekend geworden of is teruggevonden)
  48. boven zijn theewater (=dronken)
  49. buiten zijn boekje gaan (=meer doen dan toegelaten)
  50. buiten zijn hoefslag gaan (=hij heeft er geen invloed over)

1331 betekenissen bevatten `zi`

  1. kunst baart gunst. (=als je ergens bedreven in bent zijn anderen toegevender en welwillender)
  2. opgestaan is plaats vergaan (=als je even wegloopt kan iemand anders op je stoel gaan zitten)
  3. hoop doet leven (=als je kan hopen op betere tijden, dan krijg je toch weer levenslust / zo lang je nog hoop hebt zijn er ook nog mogelijkheden)
  4. een geplaveide weg is des duivels oorkussen (=als je niets doet en lui bent, doe je ook niks goeds / mensen die zich vervelen omdat ze niets te doen hebben, kunnen tot de slechts dingen komen daardoor)
  5. oude paarden jaagt men aan de dijk (=als men zijn taak niet goed meer aankan, wordt men ontslagen)
  6. als twee honden vechten om een been loopt de derde ermee heen (=als twee mensen ruzie maken, profiteert een derde ervan.)
  7. wanneer twee honden vechten om een been, loopt de derde ermee heen (=als twee strijdende personen of partijen zich richten op elkaar, kan een ander daarvan profiteren door zich datgene toe te eigenen waar om gestreden wordt)
  8. haar wil is wet (=als wat zij wil niet gebeurt, dan ontstaan er grote conflicten)
  9. zitten alsof men een luis in zijn oor heeft (=alsof hij door zijn geweten beschuldigd wordt)
  10. recht door zee gaan (=altijd eerlijk blijven/zijn)
  11. een bodemloos vat zijn (=altijd te weinig van iets zijn of opraken)
  12. onder een gelukkig gesternte geboren zijn (=altijd voorspoed hebben en gelukkig zijn)
  13. niet in een goed vel steken (=altijd ziek zijn, nooit gezond)
  14. uit de toon vallen (=anders zijn dan de anderen)
  15. winter hebben (=arm zijn)
  16. van geld voorzien zijn als een pad van veren (=arm zijn)
  17. armoe met eren kan niemand deren. (=arm zijn is niet erg als je maar eerlijk bent)
  18. hoogmoed deed nooit iemand goed. (=arrogantie en overmoed zijn slechte eigenschappen)
  19. de scepter zwaaien (=baas zijn)
  20. het hoogste woord hebben (=baas zijn (of willen zijn))
  21. onder zich hebben (=baas zijn over)
  22. in de naad zitten (=bang zijn)
  23. in de rats zitten (=bang zijn of angst hebben / in de problemen zitten)
  24. keur baart angst. (=bang zijn om niet de goede keuze te maken door een teveel aan opties)
  25. de paal door de oven steken (=bankroet gaan, zich te gronde richten)
  26. aan de grond zitten (=bankroet of totaal uitgeput zijn)
  27. begaan zijn met (=bedroefd zijn omdat het met iemand niet goed gaat, meeleven met)
  28. je bent om op te eten (met boter en suiker). (=beeldig, snoezig, hartveroverend, snoeperig.)
  29. onder de groene zoden liggen (=begraven zijn)
  30. het is muis als moer, een staart hebben ze allemaal. (=beide opties zijn vervelend)
  31. waar twee kijven hebben twee schuld (=beide personen hebben schuld als ze ruzie met elkaar maken)
  32. aan elkaar gewaagd zijn (=beiden vrijwel evenwaardig zijn)
  33. op je tenen getrapt zijn (=beledigd zijn)
  34. op een kratje zitten als dat nodig is (=bereid zijn om je aan te passen aan minder luxe)
  35. de grond onder zich voelen wegzinken (=beschaamd zijn , geen oplossing meer zien)
  36. er voor gaan (=besluiten aan een onzekere onderneming te beginnen en zich er volledig voor in te zetten)
  37. aan de groene tafel zitten (=bestuurslid zijn)
  38. geen slapende honden wakker maken (=beter niet over een bepaald onderwerp beginnen / aan mensen die ergens niets van weten en het er wellicht niet mee eens zijn, niets erover vertellen)
  39. goed uit de verf komen (=beter tot uiting komen of succesvoller zijn dan verwacht.)
  40. met hangende pootjes thuiskomen (=bewust van schuld (thuis)komen / zeer tegen zijn zin)
  41. aan de draai houden (=bezig houden)
  42. aan het (sleep)touw houden (=bezig houden / aan het lijntje houden)
  43. leeuwen en beren op de weg zien (=bezwaren zien)
  44. apen en beren op de weg zien (=bezwaren zien)
  45. aan het laatje zitten (=bij de bron zitten / geld hebben)
  46. bij gebrek aan brood eet men korstjes van pasteien. (=bij gemis aan het gewone moet men zijn toevlucht soms wel tot iets duurders nemen.)
  47. wijd en zijd zijn (=bij iedereen bekend zijn)
  48. lege kisten, maken twisten. (=bij schaarste onstaat ruzie)
  49. op apegapen liggen (=bijna dood of erg benauwd zijn)
  50. aan de rand van het graf staan (=bijna dood zijn)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen