Spreekwoorden met `ul`

Zoek


71 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `ul`

  1. met bed en bult (=met alles wat men bijeen kan pakken op reis gaan)
  2. moet je nog peultjes (=wat zeg je daarvan!)
  3. mundus vult decipi (=de wereld wil bedrogen worden) (Latijn)
  4. nul op het rekest krijgen (=zijn eis niet ingewilligd krijgen)
  5. op dat mes kun je naar Keulen rijden (=dat mes is erg bot)
  6. papier is geduldig (=men kan veel schrijven)
  7. praatjes vullen geen gaatjes (=met praten alleen komt men er niet, er moet ook wat gedaan worden)
  8. salvis titulis (=zonder vermelding van titels) (Latijn)
  9. salvis titulis et honoribus (=zonder vermelding van eretitels) (Latijn)
  10. salvo honore et titulo (=met behoud van zijn eer en zijn titel) (Latijn)
  11. salvo titulo (=met behoud van titels) (Latijn)
  12. snotterige veulens worden de gladste paarden. (=kwajongens die nergens voor lijken te deugen, worden vaak flinke mannen)
  13. tabula rasa maken (=geheel herbeginnen - de boel helemaal opruimen)
  14. uit het jaar nul (=volkomen ouderwets, achterhaald, uit de mode)
  15. van nul en generlei waarde (=waardeloos)
  16. verstand op nul zetten (=niet nadenken en gewoon handelen.)
  17. waar geen aardappelen gepoot worden, zullen er ook geen groeien (=als je niet een goed begin voor iets legt, zal er ook niets van worden)
  18. waar twee kijven hebben twee schuld (=beide personen hebben schuld als ze ruzie met elkaar maken)
  19. we zullen ze eens een poepie laten ruiken (=we zullen iets doen dat hen zal verbluffen (vooral toegepast in situaties waar sprake is van competitie))
  20. zo brutaal als de beul zijn (=erg brutaal zijn)
  21. zo onschuldig als een pasgeboren kind (=zeer onschuldig)

122 betekenissen bevatten `ul`

  1. de vruchten zullen de beloften der bloemen overtreffen (=het is nu al goed, maar het eindresultaat wordt nog veel beter)
  2. het ene gat met het andere stoppen (=het slecht beheren van geld door met de ene schuld de andere af te lossen)
  3. de Hebreeërs bouwden het, maar de Egyptenaren hebben het. (Exodus 1:11-14) (=het vuile werk door anderen opknappen en het resultaat zelf pakken)
  4. bij iemand aankloppen (=hulp vragen)
  5. ieder moet zijn eigen stoep schoonvegen (=ieder moet zijn eigen problemen oplossen - zich afvragen of hij zelf schuldig is)
  6. iemand iets in de schoenen schuiven (=iemand aanwijzen als de schuldige of als de verantwoordelijke voor een mislukking)
  7. iemand iets voor de voeten werpen (=iemand beschuldigen van iets)
  8. iemand in de arm nemen (=iemand de hulp vragen om te ondersteunen)
  9. een schurftig paard vreest de roskam (=iemand die aan iets schuldig is, heeft liever niet dat datgeen onderzocht wordt)
  10. vurige kolen op iemands hoofd stapelen (=iemand een groot schuldgevoel geven door hem onverdiende lof of vriendelijkheid te geven.)
  11. kroes haar kroeze zinnen (=iemand met gekruld haar is wispelturig)
  12. iemand een smet aanwrijven (=iemand van iets beschuldigen)
  13. iemand voor het naadgaren zetten (=iemand voor de schulden laten opdraaien)
  14. er je eigen plasje overheen doen (=iets een beetje veranderen zodat helemaal naar je zin is. In werksituaties kan dit soms uit de hand lopen, als er veel belanghebbers zijn die allemaal hun eigen plasje over een document willen doen. Het kan dan resulteren in een onleesbare tekst.)
  15. haast en spoed is zelden goed (=iets te snel doen, resulteert vaak in iets dat slecht gedaan is)
  16. nood leert bidden (=in nood leert men anderen om hulp vragen)
  17. aan de heidenen overgeleverd (=in zware moeilijkheden - in de macht van mensen zonder scrupules)
  18. achterin de fuik zit de paling (=je moet geduld hebben)
  19. de melk optrekken (=je woord terugnemen, je belofte niet helemaal vervullen)
  20. wie kwaad doet, kwaad ontmoet. (=je zult gestraft worden voor slechte daden)
  21. beter één vogel in de hand dan tien in de lucht (=liever een beetje dan helemaal niets / kleine concrete resultaten zijn beter dan grootse plannen)
  22. de huik naar de wind hangen (=meeheulen - altijd andermans standpunt volgen)
  23. het ligt aan de schaatsen en nooit aan de man. (=men geeft het gereedschap eerder de schuld dan zichzelf)
  24. een gehuurd paard en eigen sporen maken korte mijlen. (=men is geneigd andermans spullen te misbruiken)
  25. hoe kaler, hoe royaler. (=mensen met minder geld zijn guller dan mensen met veel geld)
  26. geef een ezel haver en hij loopt naar de distels. (=mensen zijn soms koppig en willen geen hulp of advies)
  27. met het ongewapend oog (=met het blote oog (zonder hulpmiddelen))
  28. met het blote oog (=met het oog te zien, zonder hulpmiddelen)
  29. mettertijd komt Hannes in het wammes (=met veel geduld lukt het wel)
  30. iets voor Jan Lul doen (=moeite doen zonder enig resultaat of waardering)
  31. iets voor Jan Joker doen (=moeite doen zonder enig resultaat of waardering)
  32. de kat heeft het gedaan (=niemand is de schuldige)
  33. de kat van de bakker heeft het gedaan (=niemand is de schuldige)
  34. van dik hout zaagt men planken (=niet al te nauwkeurig of zorgvuldig werken)
  35. een goed paard maakt nog geen goede ruiter. (=niet enkel de middelen tellen, ook de vaardigheid is belangrijk om resultaat te krijgen.)
  36. effen rekening maakt goede vrienden (=of anders: schulden maken vijanden)
  37. barbertje moet hangen (=ongeacht of iemand schuldig is moet die gestraft worden)
  38. op hete/gloeiende kolen zitten (=ongeduldig wachten / veel haast of spanning hebben)
  39. een mier in de broek hebben (=ongeduldig zijn)
  40. op hete kolen zitten (=ongeduldig zijn)
  41. de daad bij het woord voegen (=onmiddellijk doen wat men zegt te zullen doen)
  42. je er met jantje-van-leiden afmaken (=onzorgvuldig zijn en weinig aandacht aan het werk besteden)
  43. de gestadige jager wint (=regelmatig doorzetten geeft het beste resultaat)
  44. Rome is niet in één dag gebouwd (=relativeren: Leer geduld te hebben, overhaast niets)
  45. op het zondaarsbankje zitten (=schuld bekennen)
  46. schoon schip maken (=schulden betalen, de boel opruimen, na ruzie/problemen samen er uit komen en het verleden laten rusten)
  47. een ridder van het lui paard zijn (=steeds smoesjes verzinnen en de schuld buiten jezelf leggen)
  48. in de bres springen (=te hulp schieten)
  49. een haastige hond werpt blinde jongen. (=te snel of impulsief handelen heeft slechte gevolgen)
  50. handen tekort komen (=te weinig hulp hebben , overstelpt worden)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen