131 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `sla`
- een slap jantje zijn (=een sukkel zijn)
- een slecht figuur slaan (=een slechte indruk maken)
- een stok vinden om de hond te slaan (=om maar iemand te kunnen bekritiseren een nadelig punt vinden)
- een tegenslag (=een onverwacht nadelig feit of voorval)
- een wak slaan (=vindingrijk zijn)
- er een nachtje over willen slapen (=er eerst over na willen denken)
- er een slaatje uit slaan (=er een voordeeltje uit halen)
- er een slag naar slaan (=raden)
- er komt moord en doodslag van (=het komt tot grote problemen)
- er slag van hebben (=iets handig kunnen doen)
- er zijn tenten opslaan (=ergens verblijven, zich ergens vestigen)
- geen klaviertje over slaan (=alle bijzonderheden in acht nemen)
- geen slapende honden wakker maken (=beter niet over een bepaald onderwerp beginnen / aan mensen die ergens niets van weten en het er wellicht niet mee eens zijn, niets erover vertellen)
- geld uit iets slaan (=ergens geld aan verdienen)
- goed beslagen (=met de nodige kennis en ervaring)
- goed in de slappe was zitten (=veel geld hebben)
- helemaal van slag zijn (=in de war zijn)
- het beste paard van stal wordt overgeslagen (=grappige uitspraak wanneer iemand overgeslagen wordt)
- het geluk komt in de slaap. (=geluk komt onverwachts)
- het gemeste kalf slachten (=een groot feest opzetten / het beste en lekkerste eten op tafel zetten)
- het is hem (hoog) in de bol geslagen. (=hij voelt zich ver boven anderen verheven)
- iemand bont en blauw slaan (=iemand zo slaan dat hij een dik gezicht met blauwe en geel blauwe vlekken krijgt)
- iemand de genadeslag geven (=iemand die al in grote moeilijkheden zit nog een probleem erbij geven zodat diegene het niet meer aan kan)
- iemand in het gareel slaan (=iemand dwingen voor je te werken, iemand aan het werk zetten)
- iemand van de sokken slaan (=iemand vellen, neerslaan)
- iets in de wind slaan (=naar een advies niet naar luisteren)
- in de aanslag brengen (=gereedmaken)
- in de slappe was (=in de contanten, in het geld)
- in het hoekje zitten waar de slagen vallen (=zich in een groep bevinden die altijd het moeilijk heeft of problemen krijgt)
- je beslag krijgen (=definitief ten einde lopen , beslist worden)
- je bivak opslaan (=ter plaatse blijven)
- je buik op de leest slaan (=te veel eten)
- je slag slaan (=op het goede moment de kansen benutten, bijv. dingen kopen)
- je wel voor de kop kunnen slaan (=kwaad zijn op jezelf over het feit dat men ergens niet aan gedacht heeft)
- jezelf op de borst slaan (=duidelijk aan de omgeving laten weten dat men ergens bijzonder trots op is)
- kinderen die vragen worden overgeslagen (=brutale kinderen die altijd overal om vragen, worden genegeerd)
- maak geen slapende honden wakker (=zwijgen over iets, om te voorkomen dat een autoriteit op het idee komt om er werk van te maken)
- maak je bed zoals je wilt slapen (=iedereen is verantwoordelijk voor zijn eigen daden)
- mejen kan geen paard al lopende beslaan. (=als je het werk goed wil doen, moet je er de tijd voor nemen)
- met beslagen paarden op het ijs komen. (=goed voorbereid zijn voor zijn taak)
- met blindheid geslagen zijn (=verblind zijn, volkomen gebrek hebben aan inzicht)
- met de Franse slag (=slordig, met weinig aandacht uitgevoerd)
- met de kuikens gaan slapen. (=vroeg naar bed gaan)
- met stomheid geslagen (=plotseling geen woord meer kunnen zeggen)
- met vlag en wimpel slagen (=met een zeer goede beoordeling slagen)
- munt uit iets slaan (=voordelen halen uit)
- niets afslaan behalve vliegen (=alles aannemen)
- om het hart slaan (=schrik bezorgen)
- onbeslagen ten ijs komen (=niet voorbereid zijn)
- op alle slakken zout leggen (=op alle onbelangrijke dingen commentaar hebben)
94 betekenissen bevatten `sla`
- iemand aan de dijk zetten (=iemand ontslaan)
- iemand de zak geven (=iemand ontslaan)
- iemand van de sokken slaan (=iemand vellen, neerslaan)
- iemand het nakijken geven (=iemand verslaan of achterlaten.)
- iemand uit het zadel lichten (=iemand zijn positie doen verliezen, iemand ontslaan)
- iemand bont en blauw slaan (=iemand zo slaan dat hij een dik gezicht met blauwe en geel blauwe vlekken krijgt)
- iemands voetveeg zijn (=iemands slaaf zijn (zich alles moeten laten welgevallen))
- tot moes slaan (=iets helemaal kapot slaan)
- ik ga horizontaal (=ik ga slapen)
- wie veel eist krijgt veel. Wie te veel eist krijgt niets (=je kan door het te vragen veel bij mensen gedaan krijgen, maar als je onredelijk wordt zal je worden overgeslagen)
- je zult stokvis eten. (=je krijgt slaag.)
- iemand beest maken (=kaartspel : zorgen dat iemand geen enkele slag haalt)
- een gat in de dag slapen (=lang doorslapen)
- met vlag en wimpel slagen (=met een zeer goede beoordeling slagen)
- het in Keulen horen donderen (=met stomheid geslagen zijn)
- het staal wordt in de wind gehard. (=moeilijkheden en tegenslagen kunnen je sterker maken)
- na regen komt zonneschijn (=na een periode van tegenslag, komt er een betere tijd)
- per couvert (=onder omslag)
- aan de dijk zetten (=ontslaan)
- uit het zadel wippen. (=ontslaan of uit een functie zetten)
- op de keien komen (=ontslagen worden)
- de schop krijgen (=ontslagen worden)
- de zak krijgen (=ontslagen worden)
- op straat staan/zitten (=ontslagen zijn - geen onderdak meer hebben)
- ze slaan een snoek (=roeiers die een slag met hun riem missen)
- een stok in de lenden leggen (=slaan)
- de vuurproef doorstaan (=slagen in de moeilijke onderneming)
- als een marmot (=slapen als een marmot : diep, rustig)
- je handen overspelen (=te veel eisen en daardoor niet slagen)
- je hand overspelen (=te veel eisen en daardoor niet slagen)
- in zak en as zitten (=terneergeslagen zijn (oorspronkelijk: Joodse rouw))
- in zulke vijvers vangt men zulke vissen (=van dat slag volk mag men dat verwachten)
- in zulk water vangt men zulke vissen (=van dat slag volk mag men dat verwachten)
- voor iemand kruipen (=van iemand schrik hebben , slaafs alles doen wat hij vraagt)
- de bodem inslaan (=vernietigen (bv.: de hoop de bodem inslaan))
- in de pan hakken (=volledig verslaan)
- iets in de pan hakken (=volledig verslaan)
- wie gaat slapen zonder te hebben gegeten, staat op zonder te hebben geslapen. (=voor de gezondheid zijn eten en slapen van belang.)
- bij nacht en ontij (werken/zijn) (=wanneer anderen slapen)
- wie een kuil graaft voor een ander valt er zelf in (=wie een ander iets wil misdoen, kan er zelf het slachtoffer van worden)
- ongelukkig in het spel gelukkig in de liefde (=wie tegenslag heeft in het spel heeft misschien wel geluk in de liefde)
- twaalf ambachten, dertien ongelukken (=wie telkens van beroep verandert, slaagt uiteindelijk nergens in)
- ook de beste boom geeft slechte vruchten (=zelfs goede ouders kunnen kinderen hebben die het verkeerde pad inslaan.)
- het is of de drommel er mee speelt. (=zo veel tegenslagen dat het absurd wordt)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen