79 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `maar`
- laat maar zitten (=het is goed zo)
- leef niet om te eten maar eet om te leven (=vergeet niet om ook plezier te maken in het leven)
- lekker is maar één vinger lang (=oppervlakkige genoegens geven ook maar een betrekkelijke voldoening. / leuke dingen duren meestal maar erg kort)
- leringen wekken maar voorbeelden trekken (=je kan mensen iets willen leren , maar geef vooral het goede voorbeeld)
- maak je borst maar nat (=bereid je voor op een zware klus (of op veel tegenstand))
- maar zus of zo (=zo maar ongeveer, niet geweldig)
- maart heeft een krul in zijn staart. (=in maart kan het wisselvallig zijn)
- maart heeft knepen in zijn staart (=weerspreuk)
- maart roert zijn staart (=in maart kan het nog stormachtig weer zijn)
- men kan zijn kinders wel minnen maar niet zinnen (=je kan je kinderen graag zien, maar ze hebben een eigen aard)
- men moet de schapen scheren maar niet villen (=als men uit hebberigheid de inkomstenbron opoffert heeft men niets meer voor in de toekomst)
- men vindt veel grijzen, maar weinig wijzen. (=oude mensen zijn niet per definitie wijs)
- men wordt wel door een mestkar maar niet door een rijtuig overreden (=goed opgevoede mensen beledigen anderen minder)
- menen ligt dicht bij Kortrijk (maar verre van Waregem) (=iets menen is niet genoeg; je moet er zeker van zijn.)
- met je hoed in je hand kom je door het ganse land (maar met je pet op je test kom je er ook best) (=met beleefdheid kun je veel bereiken)
- niet het vele is goed, maar het goede is veel. (=kwaliteit is beter dan kwantiteit)
- niet om de knikkers, maar om het spel (=het gaat niet om het winnen, maar om het spel)
- nieuwe bezems vegen schoon, maar oude bezems kennen alle hoeken en gaten (=nieuwe medewerkers (of: nieuwe leiders) pakken de zaken grondig aan, maar oude medewerkers (of: oude leiders) weten hoe het moet op grond van ervaring)
- pluk maar veren van een kikvors (=van een arme kan je niet veel geld eisen)
- rijd voort maar zie om (=doe verder maar blijf opletten)
- rijd voort voerman maar zie om (=doe verder maar blijf wel opletten)
- schrijf het maar op je buik (dan kan je het met je hemd weer uitvegen) (=vergeet het maar)
- spreeuwen willen wel kersen eten, maar geen bomen planten. (=wel van alles willen profiteren, maar er niets voor willen doen.)
- tap hem maar borg hem niet (=wantrouw hem)
- van december tot maart is de schol de pan niet waard (=platvis moet je in de zomer eten)
- veel geblaat/geschreeuw maar weinig wol (=veel woorden hebben maar in de praktijk komt daar weinig van terecht)
- veel geschreeuw maar weinig wol. (=veel drukte om niets)
- vroeger, toen kraaiden de hanen nog. Tegenwoordig gapen ze alleen nog maar, zei de dove (=veranderingen in een situatie zijn vaak niet feitelijk, maar een subjectieve beleving)
- weet wat je zegt, maar zeg niet alles wat je weet (=wees voorzichtig met woorden en je informatie)
140 betekenissen bevatten `maar`
- een goed begin heeft een goed behagen maar het eindje zal de last dragen (=goed beginnen is prima, maar je moet volhouden tot het einde)
- huilen met de wolven in het bos (=het er niet mee eens zijn maar wel de baas gelijk geven en bevestigen)
- niet om de knikkers, maar om het spel (=het gaat niet om het winnen, maar om het spel)
- een ketting is niet sterker dan de zwakste schakel (=het geheel is maar zo sterk als het zwakste onderdeel)
- het is niet om de knikkers maar om het recht van het spel (=het is niet voor persoonlijk voordeel, maar omwille van de rechtvaardigheid)
- de vruchten zullen de beloften der bloemen overtreffen (=het is nu al goed, maar het eindresultaat wordt nog veel beter)
- het leven is net een krentenbol, met af en toe een hard stukje (=het leven is niet een en al geluk maar kent soms ook tegenslag)
- niets nieuws onder de zon (=het lijkt nieuwe informatie, maar is al eerder gezegd)
- het is maar een strovuurtje (=het ziet er erg uit, maar het is snel voorbij)
- van hoop alleen kan men niet leven. (=hoop is belangrijk maar niet voldoende om te slagen in het leven)
- tussen hoop en vrees zweven (=hopen dat het goed gaat, maar tegelijkertijd vrezen dat het mis gaat)
- tussen hoop en vrees dobberen (=hopen dat het goed gaat, maar tegelijkertijd vrezen dat het mis gaat)
- `s Lands wijs, `s lands eer (=ieder volk is gehecht aan zijn eigen gewoonten, hoewel anderen ze maar raar vinden)
- het hek is van de dam (=iedereen doet maar wat die wil zonder grenzen)
- een gewaarschuwd mens telt voor twee (=iemand die vooraf weet wat er fout kan gaan moet zich er maar op voorbereiden)
- een held op sokken (=iemand die zich dapper voordoet, maar in werkelijkheid niets durft. Een bangerik)
- iemand de pap in de mond geven (=iemand een gemakkelijke oplossing zomaar aanbieden)
- de kat op het spek binden (=iemand volop de gelegenheid geven zich te vergrijpen aan wat hij wil, maar beslist niet mag hebben)
- van eeuwigheid tot amen duren (=iets duurt heel erg lang, er komt maar geen einde aan)
- een Tantaluskwelling zijn (=iets erg graag willen maar het (net) niet kunnen verkrijgen)
- iets op zijn beloop laten (=iets gewoon maar verder laten gaan zonder dat je je ermee bemoeit, zonder dat je ingrijpt)
- hebben is hebben maar krijgen is de kunst (=iets hebben is goed, maar iets bijkrijgen is beter)
- baat het niet, schaadt het niet (=iets kan helpen, maar als het niet helpt zal het geen problemen geven)
- iets blauw blauw laten (=iets maar laten voor wat het is, er niet meer over praten)
- er geen hoogte van kunnen krijgen (=iets maar niet kunnen begrijpen)
- iemand koeien met gouden horens beloven (=iets moois beloven maar niet nakomen)
- iets met de mantel der liefde bedekken (=iets niet met anderen bespreken maar stilzwijgen en accepteren)
- als de kat om de hete brij heen draaien (=iets wel willen, maar het niet durven)
- iets voor zoete koek slikken (=iets zomaar geloven)
- goed gereedschap hangt onder een afdak. (=ik ben wel te dik maar mijn ‘gereedschap` (de penis) werkt nog goed.)
- doe wel naar mijn woorden, maar ziet niet naar mijn daden (=ik geef raad waar je je het beste aan kan houden, maar ik doe het zelf niet)
- ik geloof er in als een jood in Jezus Christus (=ik geloof er maar weinig in)
- moeten is dwang en huilen is kindergezang (=ik wil het wel doen, maar niet als het me verplicht wordt)
- aan een balk, die uit het bos gehaald wordt, moet veel gehakt worden, voor hij in het huis past (=in een religieuze groep, vereniging, etc,: je kunt leden uit een gemeenschap winnen, maar hun moet wel geleerd worden zich aan te passen)
- maart roert zijn staart (=in maart kan het nog stormachtig weer zijn)
- maart heeft een krul in zijn staart. (=in maart kan het wisselvallig zijn)
- je kunt van mij de pot op (=je doet maar waar je zin in hebt)
- wie veel eist krijgt veel. Wie te veel eist krijgt niets (=je kan door het te vragen veel bij mensen gedaan krijgen, maar als je onredelijk wordt zal je worden overgeslagen)
- kallen is mallen maar doen is een ding (=je kan het beter doen dan er altijd maar over blijven praten)
- men kan zijn kinders wel minnen maar niet zinnen (=je kan je kinderen graag zien, maar ze hebben een eigen aard)
- leringen wekken maar voorbeelden trekken (=je kan mensen iets willen leren , maar geef vooral het goede voorbeeld)
- gebraden duiven vliegen niemand in de mond (=je krijgt niets zomaar (zonder er enige moeite voor te doen))
- het zal je kind maar wezen (=je zal er maar voor op moeten draaien)
- Jantje lacht en Jantje huilt (=kind dat vaak huilt maar direct ook weer lacht)
- met een half oor (=maar half luisterend)
- alle gekheid op een stokje (=maar nu liever ernstig)
- pas uit de dop komen (=maar pas ergens aan deelnemen)
- voor stoelen en banken praten (=maar weinigen die naar iemands verhaal luisteren)
- een ziekte komt te paard en gaat te voet (=men wordt snel ziek maar genezen duurt lang)
- wie staat ziet toe dat hij niet valle (=mensen die alles denken te weten of kunnen, moeten zelf maar oppassen voor fouten en problemen)
50 dialectgezegden bevatten `maar`
- ' t reent, ' t zeent, de boern wèrn nat van ier tot iejn de stat (=het blijft maar regenen) (Brakels)
- 3 kilo aardappels, gooi maar in m'n petje ! (=hij / zij heeft een groot hoofd) (Utrechts)
- a dô smoel nô mor (=zwijg nu maar) (Sint-Niklaas)
- a ge da mor wit (=als je dat maar weet!) (Sint-Niklaas)
- A sprekt Antwaarps van gotterligge (=Hij probeert maar kan geen Antwerps spreken) (Antwerps)
- A-j ' t platte van de voeten maar onder joe ollen (=Blijf met de voeten op de grond staan wees verstandig en nuchter blijven) (Giethoorns)
- A-j de pepert en de roepert maar eupen ollen (=Gezond blijven) (Giethoorns)
- A-j de poeperd en de roeperd maar eupen olln (=Gezond blijven) (Giethoorns)
- A-j oolder wördt, wo'j wa wiezer mer nich altied klooker. A'j oolder wördt, wo' j wa wiezer mer nie altied verstaandiger. (=Als je ouder wordt wordt je wel wijzer maar niet altijd verstandiger) (Twents)
- a-k=j 't platte van de voeten maar onder joe olln (=blijf nuchter, geen verbeelding, blijf gezond) (Giethoorns)
- á.chterum ist kèrrmis (=je komt maar achterom) (Genneps)
- A'j 't platte van de voeten maar onder joe olln (=Blijf met de voeten op de grond staan, , nuchter blijven) (Giethoorns)
- A'j dat maor weet! (=Als je dat maar weet!) (Hoogeveens)
- Aa zit oep ne wieër (=Hij blijft maar doorzagen) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
- Aafdu mo e bèkke keut (=Hou u maar in) (Leuvens)
- aaft aave kak moa in (=beheers je maar) (winksels)
- aagt da moar (=hou dat maar) (Wichels)
- aals hef zien tied (=doe maar rustig aan) (Vechtdals)
- aan de grode klok hang'n (=aan elk vertellen die het maar wil horen) (Westerkwartiers)
- aave klap is goe maar aave sjokolat deegt ni (=je bent ongeloofwaardig) (Booms)
- aawe ôtleg is goe maar aawe spikkelaas deegt ni (=u kan het goed uitleggen maar het houdt geen steek) (Booms)
- abanint, thinknie (=maar nee, het ging niet) (Brugs)
- acht'r da 't moar zjuust es (=als de som maar uitkomt) (Waregems)
- achteróm is kèrmis (=uitspraak om aan te geven dat je niet aan hoeft te bellen maar gerust achterom mag komen) (Heitsers)
- Achterom is’t kerremisse (=Ga maar achterom) (Zeeuws)
- Achterom is' t kerremis! (=Kom maar langs de achterdeur (de voordeur is voor u te goed) ) (Steenbergs)
- achtr uus trekkn ze de lêir up (=geniet van het leven want het duurt maar even) (kortemarks)
- ae sloat'r nar / noar gellek nen blenn'n nar / noar een ae (=hij gokt maar wat) (Wichels)
- ae was oan 't dubben en oan 't paezen (=hij bleef maar nadenken) (Wichels)
- aet mér mèt zën tein geboje (=eet maar met je vingers (handen)) (Munsterbilzen - Minsters)
- aet mér vêr den hoenger wo kump (=heb je geen honger, eet toch maar wat) (Munsterbilzen - Minsters)
- Afsmoorder (=Iemand die altijd sigaretten van een ander aanneemt maar nooit geen terug geeft) (Amsterdams)
- agge mar leut et (=als je maar plezier hebt) (Bergs)
- agge mar leut et (=als je maar pret hebt, dan is het goed) (Huijbergs)
- agge mar leut het (=als je maar plezier hebt) (Brabants)
- agge mar schik het (=als je maar plezier hebt) (Ossies)
- agge moar leut het (=als het maar gezellig is) (Tilburgs)
- aggetmorwet (=als je dat maar weet) (Antwerps)
- aggudèmarwet (=als je dat maar zeker weet) (Brakels (gld))
- Áh vanigenst! (=Ja maar natuurlijk!) (Kloosterzandes (Klôôsters))
- Ai lui bint doa kun ie niks an doon, maar ai meu bint is't oe eig'n schuld (=Als je lui bent kun je niets aan doen, maar als je moe bent is het je eigen schuld) (Twents)
- ai slikt z'n grom (=De persoon is erg kwaad maar houdt zijn woede in.) (Urkers)
- Aj wilt drie'm möj in de Dinkel springn (=Als wilt opdrijven dan spring je maar in de Dinkel) (Twents)
- ak mar es wies wès keej dervan zeej. (=als ik maar eens wist wat mijn vrouw ervan zou zeggen.) (Tilburgs)
- ak naa mar wies wèk wô..........., dan hak òk wè, war paa.......!!! (=als ik nu maar eens wist, wat ik wilde............dan had ik ook wat, of niet vader..........!!!) (Tilburgs)
- Ak oe hurn en ni zage lup ik hat weg. (=Je hebt wel praatjes maar maakt op mij geen indruk.) (Hattems)
- Al skait ie op de rand vamme bord, as't 'r maar niet in komt (=wat hij doet interesseert me geen ene zak pis) (Westfries)
- al skait ie op de rand vamme bord, ast 'r maar niet inkomt (=wat hij doet dat skilt main gien iene zak pis) (Westfries)
- alleej, kom haawdoe war. (=nou vooruit tot ziens maar weer.) (Tilburgs)
- alleman kan zich al ës verdoëlë, mèr de loempste ieës (=vergissen is menselijk, maar sommigen zijn er erg aan toe) (Munsterbilzen - Minsters)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen