197 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `han`
- de hand over zijn hart strijken (=voor één keer toestaan)
- de hand reiken (=vergiffenis schenken)
- de handen dicht mogen knijpen (=van geluk mogen spreken)
- de handen in de schoot (=werkloos)
- de handen slaan aan (=ontwijden)
- de handen thuis houden (=niet aanraken)
- de handen uit de mouwen steken (=aan de slag gaan en aanpakken)
- de handen van iemand aftrekken (=iemand niet langer steunen)
- de handen vrij hebben (=tijd hebben om iets te doen)
- de handschoen opnemen (=het gevecht aangaan)
- de haring hangt aan zijn eigen kieuwen (=men dient verantwoording te nemen voor de eigen daden)
- de harp aan de wilgen hangen (=de bezigheden stopzetten)
- de huik naar de wind hangen (=meeheulen - altijd andermans standpunt volgen)
- de kap aan de haag hangen (=het voor gezien houden)
- de klok hebben horen luiden maar niet weten waar de klepel hangt (=ergens over gehoord hebben, zonder er echt iets van af te weten)
- de laatste hand aan iets leggen (=iets afmaken/voltooien)
- de lamp hangt scheef (=het geld is op)
- de lier aan de wilgen hangen (=zijn bezigheden stopzetten)
- de lip laten hangen (=de moed opgeven, pruilen)
- de lucht hangt nog vol dagen. (=er is tijd genoeg)
- de maan met de handen willen grijpen (=het onmogelijke willen doen)
- de mantel naar de wind hangen (=steeds de opinie van de anderen volgen)
- de overhand hebben (=iets is meer aanwezig dan het ander / meer invloed hebben)
- de rook kan het hangerijzer niet deren (=het heeft geen zin te proberen iets dat vast staat te veranderen)
- de teugels in handen hebben/houden (=de leiding hebben/houden)
- de touwtjes in handen hebben (=de controle hebben over een situatie.)
- de vuile was buiten hangen (=over onaangename zaken spreken met buitenstaanders)
- die geboren is om te hangen, zal niet verdrinken. (=je kunt je lot niet ontlopen.)
- dit loopt uit de hand (=dit is niet meer onder controle)
- door het behang gaan (=voor schut gezet worden)
- door schade en schande wordt men wijs (=een mens leert het beste van z`n fouten)
- een dood kind met een lam handje (=iets dat totaal waardeloos is)
- een echte hannes (=een onhandig persoon)
- een gat in zijn hand hebben (=geld te gemakkelijk uitgeven)
- een handwerk heeft een gouden bodem (=een goed vakman verdient altijd zijn brood)
- een heet hangijzer (=een moeilijk onderwerp waar veel discussie over bestaat)
- een kinderhand is gauw gevuld (=met een kleinigheid tevreden zijn)
- een kolfje naar zijn hand (=iets dat hij erg graag doet)
- eén rotte appel in de mand, maakt al het gave fruit te schand (=als één persoon uit een groep zich misdraagt, wordt de hele groep erop aangekeken. / Een negatieve beïnvloeding van één persoon kan vele anderen op het slechte pad brengen.)
- elkaar een hand kunnen geven (=zich in een vergelijkbare situatie bevinden)
- er blijft veel aan maat en strijkstok hangen (=lang niet alles komt op zijn plaats terecht)
- er de hand in gehad hebben (=eraan meegewerkt hebben, met raad of daad)
- er de hand voor in het vuur steken (=heel zeker weten dat iets zo is)
- er de handen voor op elkaar krijgen (=er steun (applaus) voor krijgen)
- er een handje van hebben (=hinderlijke gewoonte, als iemand de kans ergens toe ziet die ook nemen, een ander het werk laten doen)
- geen hand voor ogen zien (=zich in totale duisternis (of dichte mist) bevinden)
- geen handbreed wijken (=niet opzij gaan, nooit bang is)
- geen katje om zonder handschoenen aan te pakken (=geen gemakkelijk persoon)
- geen twee hanen op een erf/werf (=geen twee bazen voor hetzelfde werk)
- geloof nooit iemand die in de ene hand water en de andere hand vuur draagt (=wees niet lichtgelovig, niet iedereen is het vertrouwen waard)
84 betekenissen bevatten `han`
- te goeder trouw (=naar beste weten en eerlijk handelend)
- binnen de lijntjes kleuren (=netjes handelen, niets doen wat niet mag)
- alle vis is geen bakvis (=niet alles is even dienstig (of handelbaar of lekker))
- verstand op nul zetten (=niet nadenken en gewoon handelen.)
- geen wolkje aan de lucht (=niets aan de hand - alles is prima in orde)
- van vreemde smetten vrij (=onafhankelijk, bevrijd)
- te kwader trouw (=onbetrouwbaar, oneerlijk handelend)
- een beurt krijgen (=onderhanden genomen worden)
- twee linkerhanden hebben (=onhandig zijn, werk altijd laten mislukken)
- met de maat waarmee gij meet, zal u weder gemeten worden (=op de manier zoals je een ander behandelt zal je ook zelf behandeld worden)
- tussen de klippen doorzeilen (=op handige manier alle moeilijkheden vermijden)
- door het hennepen venster kijken (=opgehangen worden)
- honi soit qui mal y pense (=schande over hem die er kwaad over denkt)
- aan de Turken overgeleverd zijn (=slecht behandeld, bedrogen, mishandeld worden)
- bij de pinken zijn (=snel dingen begrijpen, handig en flink zijn, Vroeg opstaan)
- je pijlen verschieten (=te snel handelen)
- een haastige hond werpt blinde jongen. (=te snel of impulsief handelen heeft slechte gevolgen)
- uit het vuistje (=uit de hand , zonder gebruik van mes en vork)
- iemand de beurs lichten (=van iemand geld stelen/afhandig maken)
- een nummer zijn (=van weinig betekenis zijn of althans zo behandeld worden)
- een kies uittrekken (=veel geld afhandig maken)
- van alle markten thuis zijn (=veel kunnen en handig zijn of veel weten)
- je lijn vasthouden (=voortgaan volgens de vanaf het begin gehanteerde aanpak)
- naar de bekende weg vragen (=vragen naar hetgeen men al weet / Overbodig handelen)
- die wel doet, wel ontmoet. (=wie anderen goed behandelt, kan zelf goede behandeling verwachten.)
- wie zich voor hond verhuurt, moet de botten kluiven (=wie zich onderdanig gedraagt, wordt als knecht behandeld)
- het fijne ervan willen weten (=willen weten wat er precies aan de hand is)
- een paard met een zachte mond moet men met zachte toom besturen. (=zachtaardige mensen moet men niet streng behandelen)
- handen als kolenschoppen (=zeer grote, sterke handen)
- zich gedragen als een baars (=zeer onhandig zijn)
- op eieren lopen (=zeer voorzichtig handelen)
- de weg kwijt zijn (=zich onhandig opstellen, onverstandige keuzes maken)
- aan zijn eindje vasthouden (=zijn standpunt handhaven)
- als los zand aan elkaar hangen (=zonder enige samenhang)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen