Spreekwoorden met `du`

Zoek


89 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `du`

  1. iemand de duimschroeven aanzetten (=iemand scherp ondervragen, onder grote druk zetten)
  2. iemand onder de duim houden (=iemand in je macht hebben, iemand de baas zijn)
  3. iemands geduld uitputten (=iemand op de zenuwen werken)
  4. in de nood eet de duivel vliegen. (=als je in nood verkeert, stel je je tevreden met dingen die je anders zou weigeren.)
  5. in de schaduw stellen (=het beter doen dan een ander, iemand overtreffen)
  6. in duigen vallen (=plannen die niet doorgaan / uiteenvallen - verloren gaan)
  7. in het duister tasten (=er niets over weten, geen aanknopingspunten vinden)
  8. in iemands schaduw staan (=niet opvallen omdat iemand anders meer opvalt)
  9. in zijn kraag duiken (=de kraag hoog opzetten tegen de koude)
  10. je huid duur verkopen (=het niet gemakkelijk opgeven)
  11. je schaduw vooruit werpen (=zich onheilspellend aankondigen)
  12. je vel duur verkopen (=het slechts onder de grootste druk opgeven)
  13. komen waar de duivel zijn staart keert (=op een zeer onherbergzame plaats aankomen.)
  14. ledigheid is des duivels oorkussen (=niets te doen hebben leidt tot misdaden)
  15. loop naar de duivel/maan/pomp (=ga weg!)
  16. met dubbel krijt schrijven (=te veel aanrekenen)
  17. mooie liedjes duren niet lang (=geluk is van korte duur)
  18. mundus vult decipi (=de wereld wil bedrogen worden) (Latijn)
  19. niet in iemands schaduw kunnen staan (=aan iemand absoluut niet kunnen tippen)
  20. nu komt er licht in de duisternis (=nu komt er een oplossing)
  21. onder iemands duiven schieten (=klanten van een ander overhalen om klant te worden bij jou)
  22. op is de koek, en weg zijn de dubbeltjes (=het maximaal haalbare is bereikt, meer zit er niet in)
  23. op je duimpje kennen (=heel goed kennen, van buiten weten)
  24. oude kerken hebben duistere glazen. (=het zicht wordt minder als je ouder wordt)
  25. papier is geduldig (=men kan veel schrijven)
  26. rust noch duur hebben (=erg onrustig zijn)
  27. te dom zijn om voor de duvel/duivel te dansen (=heel erg dom zijn)
  28. twee geloven op een kussen daar slaapt de duivel tussen (=als twee personen van een verschillend geloof trouwen, gaat het zelden goed)
  29. uit de duim zuigen (=iets verzinnen)
  30. van eeuwigheid tot amen duren (=iets duurt heel erg lang, er komt maar geen einde aan)
  31. veel varkens maken de spoeling dun (=als je met veel bent, moet je ook met veel delen)
  32. vinger en duim naar iets likken (=iets erg graag lusten)
  33. vingers en duimen aflikken (=iets erg graag lusten)
  34. voor een dubbeltje op de eerste rang willen zitten (=tegen minimale kosten maximaal voordeel verlangen)
  35. voor geld kun je de duivel doen dansen (=met geld kun je alles gedaan krijgen)
  36. wie met de duivel uit één schotel wil eten, moet een lange lepel hebben. (=het valt niet mee iemand te bedriegen, die er zelf bedrieglijke parktijken op na houdt.)
  37. wie voor een dubbeltje geboren is, wordt nooit een kwartje (=je kunt nooit boven de stand komen waarin je geboren bent. Arm geboren, zal wel arm blijven)
  38. zo ziet men weer hoe een dubbeltje rollen kan (=zo zie je maar hoe het kan gaan)
  39. zuivel op zuivel is voer voor de duivel (=werd gezegd als je te veel zuivel at terwijl het schaars was)

122 betekenissen bevatten `du`

  1. er wordt een erfenis verdeeld. (=gezegd als iets erg lang duurt)
  2. een nieuwe voordeur krijgen (=gezegd bij het bereiken van een tiende levensjaar, dus 10, 20, 30 etc.)
  3. geef mijn fiets terug (=grapje om duitsers te wijzen op de Tweede Wereldoorlog, toen er veel fietsen geconfisqueerd werden)
  4. Keulen en Aken zijn niet op een dag gebouwd (=grote projecten kosten tijd (en vergen geduld))
  5. vlees noch vis (=het is niet bruikbaar, omdat het niet duidelijk is)
  6. vis noch vlees (=het is niet bruikbaar, omdat het niet duidelijk is)
  7. er geen tekeningetje bij moeten maken (=het is overduidelijk)
  8. het ligt er duimdik bovenop (=het is overduidelijk)
  9. het mes snijdt aan twee kanten (=het levert dubbel voordeel op (NL.) Er zijn niet alleen voordelen aan verbonden, je kan eender wat vanuit verschillende en zelfs tegengestelde standpunten bekijken (BE).)
  10. het water is veel te diep (=hij durft het niet aan)
  11. een paard, dat voor de tweede keer de sprong niet neemt, neemt hem ook voor de derde keer niet. (=iemand die al twee keer geen beslissing durft te nemen, komt nooit tot een besluit)
  12. een brutaal mens heeft de halve wereld (=iemand die wat durft te zeggen krijgt het meestal wel voor elkaar)
  13. een held op sokken (=iemand die zich dapper voordoet, maar in werkelijkheid niets durft. Een bangerik)
  14. als een luis in iemands pels zijn (=iemand voortdurend in de weg lopen. Iemand tegenwerken)
  15. de pik op iemand hebben (=iemand voortdurend plagen of aanvallen)
  16. je gal spuwen/uitbraken (=iets afkeuren en dat duidelijk laten merken)
  17. je licht ergens op laten schijnen (=iets duidelijk maken)
  18. er de vingers voor durven opsteken (=iets durven aanvaarden - zijn verantwoordelijkheid durven opnemen)
  19. van eeuwigheid tot amen duren (=iets duurt heel erg lang, er komt maar geen einde aan)
  20. er op hameren (=iets voortdurend benadrukken)
  21. als de kat om de hete brij heen draaien (=iets wel willen, maar het niet durven)
  22. een lichtje opgaan bij iemand (=iets wordt duidelijk en helder)
  23. iets tegen de penning zestien verkopen (=iets zeer duur verkopen)
  24. wie pleit om een paard, behoudt de staart. (=je kunt beter wat toegeven, dan het tot een duur en langslepende kwestie te laten komen)
  25. je mening niet onder stoelen of banken steken (=je mening niet verbergen, openlijk voor je standpunten uit durven komen, bij voorbeeld van afkeuring van iets)
  26. achterin de fuik zit de paling (=je moet geduld hebben)
  27. je op de vlakte houden (=je niet te veel met de zaak bemoeien, geen duidelijk oordeel geven)
  28. huisjes melken (=kleine huizen duur verhuren)
  29. aan een been knagen (=langdurig vergeefs bezig zijn)
  30. daar hangt het mes uit (=men durft daar een grote uitdaging aan te gaan)
  31. een ziekte komt te paard en gaat te voet (=men wordt snel ziek maar genezen duurt lang)
  32. mettertijd komt Hannes in het wammes (=met veel geduld lukt het wel)
  33. geen water te diep zijn (=nergens bang voor zijn, alles durven)
  34. zo helder als koffiedik (=niet helder, niet duidelijk)
  35. een ei op hebben (=niets durven te zeggen)
  36. onder de plak zitten (=niets durven tenzij de partner het goed vindt)
  37. heet van de naald (=nog heel nieuw (van een product))
  38. op hete/gloeiende kolen zitten (=ongeduldig wachten / veel haast of spanning hebben)
  39. een mier in de broek hebben (=ongeduldig zijn)
  40. op hete kolen zitten (=ongeduldig zijn)
  41. geen zitvlees hebben (=ongedurig zijn - steeds weer opstaan en rondlopen)
  42. een hond is stout op zijn eigen dam. (=op bekend terrein durf je meer)
  43. iemand door de mosterd halen (=op duidelijke wijze kenbaar maken wat iemand fout gedaan heeft)
  44. elkaar vliegen afvangen (=op onbeduidende details elkaar beconcurreren dan wel duidelijk willen laten uitkomen dat men zelf gelijk heeft en de ander niet)
  45. lekker is maar één vinger lang (=oppervlakkige genoegens geven ook maar een betrekkelijke voldoening. / leuke dingen duren meestal maar erg kort)
  46. over land en zand praten (=over lichte onbeduidende dingen praten)
  47. het hart op de lippen hebben (=over zijn emoties durven praten - alles zeggen wat men denkt)
  48. klaar als de dag. (=overduidelijk)
  49. er dik bovenop liggen (=overduidelijk zijn)
  50. niet op zijn mondje gevallen zijn (=precies duidelijk maken hoe iemand over iets denkt)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen