Spreekwoorden met `aken`

Zoek


136 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `aken`

  1. geluk is de kunst een boeket te maken van de bloemen waar je bij kunt (=gelukkig leven met de gegeven mogelijkheden/beperkingen)
  2. gewag maken van (=verwijzen naar, melding maken van)
  3. goede sier maken (=er (overdreven) goed van leven / goed overkomen bij anderen)
  4. haken en ogen geven (=iets heeft veel moeilijkheden)
  5. harde noten kraken (=moeilijke tijden moeten doormaken)
  6. het erg bont maken (=zich al te fel te buiten gaan)
  7. het iemand warm maken (=iemand in moeilijkheden brengen)
  8. het laken door het oog van de schaar halen. (=een deel voor jezelf houden.)
  9. het tafellaken doorsnijden (=alle bindingen met iemand verbreken)
  10. het uitmaken (=een relatie beëindigen)
  11. iemand beest maken (=kaartspel : zorgen dat iemand geen enkele slag haalt)
  12. iemand blij maken met een dode mus (=iemand iets goeds in het vooruitzicht stellen, dat uiteindelijk waardeloos zal blijken te zijn)
  13. iemand een kopje kleiner maken (=iemand vermoorden)
  14. iemand ergens voor warm maken (=iemands interesse voor iets opwekken)
  15. iemand het hof maken (=aardig tegen iemand doen in de hoop aardig gevonden te worden)
  16. iemand iets diets maken (=iemand iets wijs maken)
  17. iemand kunnen maken en breken (=de mogelijkheid hebben te beslissingen over iemands leven en dood en welbevinden)
  18. iemand uitmaken voor rotte vis (=iemand uitschelden voor alles wat mooi en lelijk is)
  19. iemand van kant maken (=iemand doden)
  20. iemand warm maken (=iemands interesse opwekken)
  21. iemand zwart maken (=lelijke dingen over iemand vertellen)
  22. iets soldaat maken (=iets openmaken en helemaal opeten)
  23. in goede dorpen zijn/geraken (=genoeg verdiend hebben om niet meer te hoeven werken)
  24. in het achterschip geraken (=in zaken achteruit gaan)
  25. in zwang komen / raken (=iets wordt een modeverschijnsel)
  26. je (te) sappel maken (=je (te) druk over iets maken)
  27. je druk maken over (=je kwaad maken om, je aantrekken van)
  28. je er met jantje-van-leiden afmaken (=onzorgvuldig zijn en weinig aandacht aan het werk besteden)
  29. je gal spuwen/uitbraken (=iets afkeuren en dat duidelijk laten merken)
  30. je huiswerk maken (=de liefde bedrijven)
  31. je kaken roeren. (=goed eten of praten.)
  32. je kan geen omelet maken zonder eieren te breken (=soms moet men iets verliezen om een hoger doel te bereiken)
  33. je neus in andermans zaken steken (=zich bemoeien met zaken die je niet aangaan)
  34. je uit de voeten maken (=maken dat men wegkomt)
  35. je van kant maken (=zelfmoord plegen)
  36. kant noch wal raken (=totale onzin zijn)
  37. Keulen en aken zijn niet op een dag gebouwd (=grote projecten kosten tijd (en vergen geduld))
  38. kleine oorzaken, grote gevolgen (=kleine dingen kunnen grote gevolgen hebben)
  39. korte metten maken (=doortastend optreden)
  40. korte rekeningen maken lange vriendschappen. (=financiële geschillen moet je direct oplossen)
  41. krakende wagens lopen/rijden het langst (=nieuw hoeft niet altijd beter te zijn / mensen die vaak ziek zijn worden vaak toch heel oud)
  42. kromme sprongen maken (=alle moeite doen om zich uit een situatie te redden)
  43. kunnen maken en breken (=er veel macht over hebben)
  44. lege kisten, maken twisten. (=bij schaarste onstaat ruzie)
  45. maken dat men wegkomt (=ervandoor gaan)
  46. mastiek maken (=de dagelijkse schoonmaak verrichten)
  47. met de grond gelijk maken (=totaal vernietigen)
  48. niet kunnen hard maken (=niet kunnen bewijzen)
  49. niet van het ene brood tot het andere weten te geraken (=niet rond kunnen komen)
  50. nooit troef verzaken (=overal bij zijn, altijd meedoen)

260 betekenissen bevatten `aken`

  1. voor het inkoppen hebben (=een eenvoudige kans om in een discussie een punt te maken dankzij een voorzet van een ander)
  2. over de schreef gaan (=een ernstige fout maken)
  3. een steek laten vallen (=een fout maken.)
  4. een wit voetje halen (=een goede indruk maken bij de leider(s))
  5. hoge ogen gooien (=een goede kans maken op iets)
  6. een slok op een borrel schelen (=een groot verschil maken)
  7. op je bek gaan (=een grote fout maken; afgaan)
  8. stukken maken (=een grote indruk maken , veel kapot maken)
  9. wie zijn naasten te schande maakt, onteert zichzelf (=een klein foutje, kan een groot geheel te schande maken)
  10. belofte is een hemd der dwazen (=een nietszeggende belofte kan toch tijdelijk gelukkig maken)
  11. een flater slaan (=een nogal domme fout maken)
  12. bij Neck om naar Den Haag (=een onnodige omweg maken)
  13. tegen het zere been schoppen (=een pijnlijke opmerking maken over iets wat gevoelig ligt)
  14. een slecht figuur slaan (=een slechte indruk maken)
  15. de lont in het kruit steken/werpen (=een uitbarsting veroorzaken)
  16. op het verkeerde paard wedden (=een verkeerde inschatting maken)
  17. het kippenei grijpen en het ganzenei laten lopen (=een verkeerde keuze maken)
  18. ziek of ziekenhuis? (=eind aan discussie maken)
  19. er een kruisje bij zetten (=er attent op maken)
  20. er een streep onder zetten (=er een eind aan maken, ermee stoppen)
  21. er een potje van maken (=er een janboel van maken)
  22. geen dag zonder zorgen (=er is altijd wel iets om je zorgen over te maken.)
  23. in de knoop zitten (=er niet meer wijs uitraken - van slag zijn)
  24. er koksgast van blijven (=er niets van krijgen , er geen vooruitgang mee maken)
  25. je in allerlei bochten wringen (=er op alle mogelijke wijzen proberen onderuit te geraken)
  26. van streek raken (=erg in de war door iets geraken)
  27. iets in de vingers hebben (=ergens ervaring en deskundigheid over hebben opgebouwd, waardoor men met grote kwaliteit en zonder fouten te maken, zich hiermee bezig kan houden)
  28. een vreemdeling in Jeruzalem zijn (=ergens niet bekend zijn met de gang van zaken of zich ergens niet thuis voelen)
  29. dat raakt mijn koude kleren niet (=ergens niets mee te maken hebben en zich niet voor interesseren)
  30. niet op mijn weg liggen (=ergens niets mee te maken hebben of niet mee willen bemoeien)
  31. de draak met iets steken (=ergens niets van geloven en er grapjes over maken)
  32. aan iets blijven hangen (=ergens verstrikt in raken, ermee bezig blijven)
  33. je hart vasthouden (=ernstig zorgen maken, bang zijn dat het mis gaat)
  34. er over oordelen als een blinde over de kleuren (=erover oordelen zonder kennis van zaken)
  35. er de angel uittrekken (=ervoor zorgen dat iets minder gevaarlijk wordt door het meest gevaarlijke deel onschadelijk te maken; iets minder pijnlijk maken)
  36. leergeld betalen (=fouten maken tijdens het leren)
  37. voor elkaar boksen (=gedaan krijgen, in orde maken)
  38. waar de boom gevallen is, blijft hij liggen (=gedane zaken nemen geen keer)
  39. te groot voor een servet en te klein voor een tafellaken (=geen kind meer, maar nog te jong voor volwassen zaken)
  40. pas op de plaats maken (=geen voortgang maken. Geen groei of ontwikkeling doormaken)
  41. altijd de oude knecht blijven (=geen vorderingen maken (ook geen achteruitgang))
  42. wie dan leeft, wie dan zorgt (=geen zorgen maken over de toekomst)
  43. aan de strijkstok blijven hangen (=geld dat aan een goed doel wordt besteed verdwijnt voor een groot deel bij mensen die oneerlijke onkosten maken)
  44. de schapen scheren (=gemakkelijk grote winsten maken)
  45. in de aanslag brengen (=gereedmaken)
  46. gestolen goed gedijt niet (=gestolen zaken brengen nooit voordeel)
  47. dood en verderf zaaien (=grote schade of vernietiging veroorzaken.)
  48. hij zal mijn koffer niet kruien (=hem zal ik mijn zaken niet toevertrouwen)
  49. wie wat bewaart, die heeft wat (=het bewaren van zaken kan op lange termijn voordelig blijken te zijn)
  50. schipbreuk lijden (=het niet tot zijn doel geraken / mislukken)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen