101 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `wer`
- aan het andere eind van de wereld (=heel ver weg)
- aardewerk is geen paardenwerk. (=graven of in aarde werken is een vermoeiende bezigheid)
- allemans werk is niemands werk. (=als iedereen verantwoordelijk is, doet niemand het daadwerkelijk.)
- als de ragebol rust werkt de spin (=zonder onderhoud raakt `n huis (de omgeving) snel in verval)
- als je alles van tevoren wist, dan kwam je met een dubbeltje de wereld rond (=het heeft geen zin zich na afloop te beklagen over gebrek aan voorkennis. (Meestal in antwoord op klachten als `Als ik dat van tevoren geweten had.`))
- bij de styx zweren (=styx is rivier in onderwereld)
- bij kris en kras zweren (=bij hoog en bij laag zweren)
- bij nacht en ontij (werken/zijn) (=wanneer anderen slapen)
- de bijl naar de steel werpen (=iets geheel opgeven)
- de kap op de tuin werpen (=zijn priester- of kloostergelofte verbreken)
- de kolf naar de bal werpen (=het opgeven)
- de kroon op het werk zetten (=het werk prachtig voltooien)
- de lont in het kruit steken/werpen (=een uitbarsting veroorzaken)
- de lont in het kruit werpen (=mensen laten loskomen, opstoken)
- de meitak op een werk zetten (=het werk afmaken)
- de morgen doet het werk. (=`s morgens ben je het productiefst)
- de omgekeerde wereld (=het tegenovergestelde van wat normaal en logisch is)
- de paal door de oven werken (=bankroet gaan)
- de teugels afwerpen. (=het loslaten van regels en verantwoordelijkheden)
- de wereld draait door (=het leven gaat gewoon door, ondanks problemen.)
- de wereld in een doosje hebben (=tevreden en gelukkig zijn met wat iemand heeft)
- de wereld is een pijp kaneel ieder likt eraan maar krijgt niet veel (=ieder krijgt een klein deeltje van wat de wereld te bieden heeft)
- de wereld is een schouwtoneel elk speelt zijn rol en krijgt zijn deel (=ieder krijgt een klein deeltje van wat de wereld te bieden heeft)
- de wereld op zijn duim kunnen draaien (=alles doen wat iemand wil)
- de wereld wil bedrogen zijn. (=mensen trappen steeds weer in hetzelfde praatje)
- de wijde wereld ingaan/intrekken (=(onbezorgd) op reis vertrekken)
- de wijde wereld intrekken (=het verkennen van nieuwe plaatsen, ervaringen en mogelijkheden buiten het vertrouwde)
- een brutaal mens heeft de halve wereld (=iemand die wat durft te zeggen krijgt het meestal wel voor elkaar)
- een goed begin is het halve werk (=een goed begin vergroot de kans op een goede afwerking)
- een haastige hond werpt blinde jongen. (=te snel of impulsief handelen heeft slechte gevolgen)
- een handwerk heeft een gouden bodem (=een goed vakman verdient altijd zijn brood)
- een mens moet werken voor de brok en voor de rok. (=je moet werken om te kunnen eten en kleding te kunnen kopen.)
- een spiering uitwerpen om een kabeljauw te vangen (=iets kleins aan een ander geven met de gedachte zelf iets groots terug te krijgen)
- ellebogenwerk (=succes boeken door op slinkse wijze van anderen misbruik te maken)
- er nachtwerk van maken (=laat opblijven)
- er werk van maken (=er mee aan de gang gaan)
- eten dat je zweet en werken dat je het koud krijgt, dat zijn de waren. (=slecht personeel. Uit de tijd dat meiden en knechts bij de boer in de kost waren.)
- geen twee hanen op een erf/werf (=geen twee bazen voor hetzelfde werk)
- goed gereedschap is het halve werk (=door de juiste hulpmiddelen te gebruiken wordt het karwei snel geklaard)
- het achtste wereldwonder (=een ongelooflijk prachtig iets)
- het einde kroont het werk (=het werk is pas goed gedaan als het klaar is)
- het geld regeert de wereld (=geld heeft grote invloed)
- het is geen aangenomen werk (=het hoeft niet noodzakelijk zo snel te gaan)
- het is monnikenwerk (=een saaie, harde, langdurige taak)
- het juk afschudden/afwerpen (=zich vrijmaken)
- het klopt als een zwerende vinger (=het past goed; het is logisch; het is volkomen juist; er is niets tegen in te brengen. (Equivalent aan: het sluit als een bus.))
- het oog van de wereld (=de publieke opinie)
- het werkt als haarlemmerolie (=iets dat overal voor te gebruiken is)
- iemand de handschoen toewerpen (=iemand ergens toe uitdagen of met iemand de strijd willen aangaan)
- iemand iets voor de voeten werpen (=iemand beschuldigen van iets)
241 betekenissen bevatten `wer`
- van de nacht een dag maken (=`s nachts werken)
- wat de heren wijzen moeten de gekken prijzen (=aan beslissingen van het hoger gezag moet men zich onderwerpen)
- in het getouw (=aan het werk)
- in het gareel spannen (=aan het werk zetten)
- aan beurt komen (=aan werk geraken)
- je snor drukken (=afwezig blijven / zijn werk niet doen)
- met de vork schrijven (=afzetten, meer kosten rekenen dan werkelijk gemaakt)
- alles op haren en snaren zetten (=alle middelen aanwenden / alles in het werk stellen)
- zonder geluk vaart niemand wel (=alleen met hard werken komt men er niet, ook een beetje geluk is nodig om ergens te komen)
- om den brode doen (=alleen werken voor het geld en niet omdat het werk fijn/leuk is)
- allemans werk is niemands werk. (=als iedereen verantwoordelijk is, doet niemand het daadwerkelijk.)
- dan moet de wal het schip maar keren (=als iemand niet vooraf rekening houdt met een naderend probleem, dan moet het probleem maar daadwerkelijk in volle omvang ontstaan, en dan alsnog worden opgelost)
- wie zijn ogen sluit, waant zich in Rome (=als je de realiteit negeert, ben je niet bewust van wat er werkelijk gaande is.)
- wie appelen vaart, die appelen eet (=als je handelt in bepaalde goederen, dan zul je deze zelf waarschijnlijk ook gebruiken. / Iemand die bepaalde werkzaamheden voor een ander moet verrichten, geniet daar doorgaans zelf ook van)
- mejen kan geen paard al lopende beslaan. (=als je het werk goed wil doen, moet je er de tijd voor nemen)
- gedeelde smart is halve smart (=als je over problemen praat, dan kan je het makkelijker verwerken / door de problemen/ellende van een ander is het gemakkelijker de eigen problemen/ellende te dragen)
- aan de slag gaan (=beginnen te werken, starten)
- beter onbegonnen dan ongeeindigd (=beter niet beginnen als men het niet kan afwerken)
- geen slapende honden wakker maken (=beter niet over een bepaald onderwerp beginnen / aan mensen die ergens niets van weten en het er wellicht niet mee eens zijn, niets erover vertellen)
- om kaneelwater lopen (=beuzelwerk doen - van het kastje naar de muur gestuurd worden)
- iemand iets heten liegen (=beweren dat iemand gelogen heeft)
- bij kris en kras zweren (=bij hoog en bij laag zweren)
- ze waren fout (=collaborateurs en fascisten gedurende de Tweede wereldoorlog)
- tussen de mazen (van het net) vissen (=creatief te werk gaan)
- zoden aan de dijk zetten (=daadwerkelijk hulp verschaffen)
- daar is wat aan te kluiven (=daar is werk aan)
- dat is de aap gevlooid (=dat is onbegonnen werk.)
- als je je pet ertegenaan gooit dan blijft hij hangen (=dat stukje verfwerk is niet erg vlak uitgevoerd)
- in de tredmolen lopen (=de dagelijkse sleur volgen - zich onderwerpen)
- de krenten uit de pap halen (=de meest aantrekkelijke gedeelten voor zichzelf bestemmen, bijvoorbeeld de meest interessante taken uit een omvangrijk werk)
- de beste stuurlui staan aan wal (=de toeschouwers kunnen het altijd beter dan de uitvoerders)
- mundus vult decipi (=de wereld wil bedrogen worden)
- je schaapjes op het droge hebben (=de zaken op orde hebben of voldoende hebben om niet meer te hoeven werken)
- een zondagse steek houdt geen week (=de zondag is geen werkdag maar de dag des Heeren)
- het klopt als een bus (=deze uitdrukking is een contaminatie van het sluit als een bus met: het klopt als een zwerende vinger)
- tussen die twee was er geen chemie (=die twee mensen hadden te veel karakterverschillen om goed te kunnen samenwerken)
- gierigheid is de wortel van alle kwaad (=door gierigheid ontstaan er veel problemen en is er veel ellende in de wereld)
- de ochtendstond/morgenstond heeft goud in de mond (=door vroeg te beginnen kan men meer werk verrichten)
- het wiel opnieuw uitvinden (=dubbel werk doen)
- een verborgen agenda hebben (=een doel hebben dat voor de anderen verborgen gehouden wordt, bijvoorbeeld in een samenwerkingsverband)
- de eerste klap is een daalder waard (=een goed begin is het halve werk)
- een goed begin is het halve werk (=een goed begin vergroot de kans op een goede afwerking)
- een heet hangijzer (=een moeilijk onderwerp waar veel discussie over bestaat)
- het sop is de kool niet waard (=een onderwerp is te onbelangrijk om er aandacht aan te geven)
- een speldje bij iets steken (=een onderwerp niet verder uitdiepen, van gespreksonderwerp veranderen)
- een zaak/kwestie aankaarten (=een onderwerp ter discussie brengen)
- een twistappel vormen (=een onderwerp van ruzie/conflict/onenigheid zijn)
- de bui zien hangen (=een ongunstige situatie aanvoelen voordat deze zich daadwerkelijk voordoet)
- een ijzer in het vuur hebben (=een plan hebben dat nog onbekend is voor de buitenwereld)
- een wig drijven tussen (=een splitsing of misverstand bewerken)
27 dialectgezegden bevatten `wer`
- 'T hef nog nooit zo duuster west of 't wer wa wier licht (=Het komt wel goed) (Twents)
- 't Is wèr van da (=Het is weer al hetzelfde) (Antwerps)
- 't wèr van da, zene (=het was weer zo) (Antwerps)
- ais wer ouit zijne knossel geschote (=Hij is weer uit zijn kram geschoten, uit zijne rol gevallen) (Antwerps)
- alle hoop wer de bodem iensloag'n (=er bleef geen greintje hoop over) (Westerkwartiers)
- bis te wer ant sjanse. (WT) (=Een meisje proberen te versieren) (Mechels (NL))
- Bis wèr es (=Tot weer eens) (Siebengewalds)
- d'r wer met geld smeet'n (=er werd niet op duizend euro gekeken) (Westerkwartiers)
- Dao hou-ste 'm wer ing gereate. (WT) (=Weer een miskleun begaan) (Mechels (NL))
- Dao is wer ing an 't bronke. (WT) (=Daar hangt een onweer in de lucht) (Mechels (NL))
- dat wer doodzweeg'n (=dat onderwerp werd gemeden) (Westerkwartiers)
- dat wer ons goed ienzolt'n (=dat werd ons goed duidelijk gemaakt) (Westerkwartiers)
- dat wer weer nachtwaark (=dat is weer een latertje geworden) (Westerkwartiers)
- de communisten zen er wer (=maandstonden hebben) (Ransts)
- Die sneb is wer vuurwietsig (=Haantje de voortste) (Eys)
- Doa zèkt het wèr hènne. (=Het regent.) (Neerpelts)
- Hij kan wer ' n veir van zien hinnen bloazen (=Genezen zijn) (Achels)
- hij wer bij ' t nekvel greep' m (=ze pakten hem stevig aan) (Westerkwartiers)
- hij wer heul'ndaal deurzoagd (=hij werd helemaal uitgehoord) (Westerkwartiers)
- hij wer teeg' n de vlakte sloag' n (=hij werd knock-out geslagen) (Westerkwartiers)
- ik em, gau etj, a eet, wèr emmen, gèr etj, zèir emmen (=vervoeging werkwoord hebben) (Meers)
- Mé.n kumt ter ok wèr ennen dag (=Neem je tijd) (Genneps)
- t is we wer (=wel waar) (Zeeuws)
- t is wezeluk wer (=eerlijk waar) (Zeeuws)
- Ut is wer zo weid (=Het is weer zo ver) (Zillands)
- Wèr bij bloe.d zien (=financieel of fysiek gezond) (Genneps)
- wer jebitje (=haast je wat) (Veurns)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen