Spreekwoorden met `oge`

Zoek


134 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `oge`

  1. aan de veren kent men de vogel (=aan het uiterlijk (verzorging/kleding) kun je zien met wat voor iemand je te maken hebt)
  2. aan een klein vogeltje past geen grote bek. (=kinderen moeten gehoorzamen)
  3. als apen hoger klimmen willen, ziet men gauw hun blote billen (=iemand die meer wil dan hij kan, maakt zich snel belachelijk)
  4. als een vis op het droge (=iemand die zijn draai niet kan vinden of daar niet thuis hoort)
  5. beminnen als het licht van zijn ogen (=erg graag zien)
  6. beter één vogel in de hand dan tien in de lucht (=liever een beetje dan helemaal niets / kleine concrete resultaten zijn beter dan grootse plannen)
  7. daar geboren en getogen (=daar geboren en opgegroeid)
  8. daar zitten nogal wat haken en ogen aan (=er zijn meer problemen dan je op het eerste gezicht zou denken)
  9. de broodkorf hoger hangen. (=bezuinigen)
  10. de ene kraai pikt de andere de ogen niet uit (=ze benadelen elkaar niet)
  11. de handen dicht mogen knijpen (=van geluk mogen spreken)
  12. de hoofdvogel schieten (=een hoofdprijs winnen, maar vaak ironisch bedoeld. Letterlijk: de hoofdvogel is de hoofdprijs bij het vogelschieten)
  13. de kogel door de kerk laten gaan (=de beslissing nemen)
  14. de ogen luiken (=sterven)
  15. de ogen openen (=doen inzien)
  16. de ogen uitsteken (=jaloers maken)
  17. de ogen verblinden (=blind maken voor de waarheid)
  18. de ogen voor iets sluiten (=oogluikend toelaten)
  19. de ogen zijn de spiegels der ziel (=in de ogen van een persoon herkent men het karakter)
  20. de schellen vallen hem van de ogen (=plotseling iets begrijpen hoe het in elkaar steekt)
  21. de vogel is gevlogen (=de dader is al weg (of gevlucht))
  22. de vogel over het net laten vliegen (=goede kansen niet aangrijpen)
  23. de vogel over het touw laten gaan. (=een kans niet benutten)
  24. de voorsten doen wat de achtersten niet mogen (=wie eerst komt is in het voordeel)
  25. de wereld wil bedrogen zijn. (=mensen trappen steeds weer in hetzelfde praatje)
  26. dertien ogen gooien (=onmogelijk veel geluk hebben)
  27. droge stokvis (=een houterig iemand)
  28. een droge maart en een natte april is de boeren naar hun wil (=weerspreuk)
  29. een gladde vogel (=iemand die zich overal weet uit te redden op slinkse wijze)
  30. een hoge borst opzetten (=eigenwijs en hoogmoedig zijn)
  31. een hoge Piet (=iemand van hogere rang of stand)
  32. een hoge toon aanslaan (=doen alsof je het voor het zeggen hebt / luid en dwingend spreken)
  33. een oude vogel is niet licht te vangen. (=ervaren mensen laten zich niet makkelijk foppen.)
  34. een pechvogel (=iemand die steeds tegenslag heeft)
  35. een slimme vogel (=een handig persoon met overal een oplossing voor)
  36. een taling uitzenden om een eendvogel te vangen (=een kleinigheid opofferen om iets belangrijks terug te krijgen)
  37. een vliegende kraai/vogel vangt/vindt altijd wat (=als je er maar op uit gaat, vind je altijd wel wat in je voordeel)
  38. een vogel die te vroeg zingt, wordt `s avonds van de kat gegeten. (=wie al te jong naar genot streeft, gaat te gronde.)
  39. een vogel in de auto rijden (=elk geval kan overal mee leven)
  40. een vogel kent men aan zijn veren (=het uitwendige zegt ook iets over de aard, het karakter)
  41. een vogel voor de kat (=een hulpeloos slachtoffer, dat niet meer gered kan worden)
  42. een vogel zingt zowel van armoe als van weelde. (=je kan positief zijn onder alle omstandigheden)
  43. elk schot is geen eendvogel (=niet iedere poging of alles wat je doet is succesvol)
  44. elk vogeltje zingt zoals het gebekt is (=ieder laat zich uit op een wijze die door zijn eigen aard en opvattingen bepaald worden)
  45. ellebogenwerk (=succes boeken door op slinkse wijze van anderen misbruik te maken)
  46. er geen hoge pet van op hebben (=geen hoge verwachting hebben van iets)
  47. er is altijd wel ergens een vogel die zingt (=er is altijd wel een lichtpuntje als je maar goed je oren en ogen open zet)
  48. geen droge draad aan het lijf hebben (=totaal nat geregend zijn (soms ook : door en door bezweet))
  49. geen hand voor ogen zien (=zich in totale duisternis (of dichte mist) bevinden)
  50. geen naam mogen hebben (=niets te betekenen zijn)

119 betekenissen bevatten `oge`

  1. wat de heren wijzen moeten de gekken prijzen (=aan beslissingen van het hoger gezag moet men zich onderwerpen)
  2. het lood al in de bil hebben (=al gestraft zijn voor iets. (geschoten zijn met een loden kogel))
  3. al zijn patronen verschieten (=alle mogelijkheden uitproberen)
  4. de bastaard van de graaf wordt later bisschop (=alleen hoge heren kunnen hun buitenechtelijke kinderen een toekomst bieden)
  5. alles op het spel zetten (=alles inzetten en mogelijk alles verliezen)
  6. iemand tot op zijn hemd uitkleden (=alles van iemand afnemen, een te hoge prijs laten betalen)
  7. iemand om zijn vinger (kunnen) winden (=alles van iemand gedaan (kunnen) krijgen of alles mogen)
  8. hoop doet leven (=als je kan hopen op betere tijden, dan krijg je toch weer levenslust / zo lang je nog hoop hebt zijn er ook nog mogelijkheden)
  9. op de kloosters reizen (=altijd bij vrienden of kennissen logeren)
  10. iemand iets heten liegen (=beweren dat iemand gelogen heeft)
  11. dat gaat zo tussen neus en mond (=dat gebeurt in een verloren ogenblik)
  12. iemand kunnen maken en breken (=de mogelijkheid hebben te beslissingen over iemands leven en dood en welbevinden)
  13. vreemde ogen dwingen (=de ogen van een vreemde heeft meer invloed op je dan van een bekende)
  14. met zijn talenten woekeren (=de persoonlijke mogelijkheden/gaven goed gebruiken)
  15. mundus vult decipi (=de wereld wil bedrogen worden)
  16. kreupel wil altijd voordansen (=de zwaksten willen het hoge woord hebben)
  17. haast je langzaam (=doe het zo snel mogelijk, maar niet sneller (uit het Latijn: Festina lente))
  18. een boterham met tevredenheid (=een (droge) boterham (zonder beleg))
  19. voor paal/schut staan (=een blunder begaan voor de ogen van anderen (en schamen))
  20. een uiltje knappen (=een dutje doen (zogenaamd een vlinder vangen))
  21. een keel als schuurpapier hebben (=een erg droge keel (keelpijn) hebben)
  22. een krop opzetten (=een hoge borst opzetten - een fiere houding aannemen)
  23. een gepeperde rekening (=een hoge rekening)
  24. de hoofdvogel schieten (=een hoofdprijs winnen, maar vaak ironisch bedoeld. Letterlijk: de hoofdvogel is de hoofdprijs bij het vogelschieten)
  25. een huis met zilveren pannen. (=een huis waar een hoge hypotheek op rust)
  26. een duit in het zakje doen (=een kleine bijdrage leveren. (Historisch: de kleinst mogelijke gave in het collectezakje van de kerk).)
  27. een blauwe boon (=een kogel)
  28. iemand het voordeel van de twijfel gunnen (=een onzekere factor voor hem zo gunstig mogelijk laten meetellen)
  29. een appeltje voor de dorst (=een reserve voor moeilijke tijden die mogelijk nog gaan komen)
  30. het zeil in top zetten (=een zo goed mogelijke vertoning weggeven)
  31. sisyfusarbeid (=een zware, onmogelijke, zinloze taak)
  32. op de wip zitten (=elk ogenblik ontslagen kunnen worden)
  33. op de schopstoel zitten (=elk ogenblik ontslagen kunnen worden)
  34. op de wipstoel zitten (=elk ogenblik ontslagen kunnen worden)
  35. er is altijd wel ergens een vogel die zingt (=er is altijd wel een lichtpuntje als je maar goed je oren en ogen open zet)
  36. iemand het zwijgen opleggen (=er met niemand over mogen praten en niemand iets mogen vertellen)
  37. je in allerlei bochten wringen (=er op alle mogelijke wijzen proberen onderuit te geraken)
  38. er is geen zalf aan te strijken (=ergens niets aan kunnen doen of geen enkel zinvol advies mogelijk voor iemand)
  39. er geen hoge pet van op hebben (=geen hoge verwachting hebben van iets)
  40. bij kleine hapjes leert men een hond eten. (=geleidelijk aan kun je zelfs aan onmogelijke dingen wennen.)
  41. bij kleine lapjes leert men de hond leer eten. (=geleidelijk aan wen je zelfs aan de onmogelijkste dingen.)
  42. geluk is de kunst een boeket te maken van de bloemen waar je bij kunt (=gelukkig leven met de gegeven mogelijkheden/beperkingen)
  43. als de berg niet tot Mohammed komt, zal Mohammed tot de berg gaan (=genoegen nemen met wat er beschikbaar/mogelijk is)
  44. gouden bergen beloven (=heel veel (onmogelijks) beloven)
  45. koeien met gouden horens beloven (=het onmogelijke beloven)
  46. geen ezel en kan zijn eigen oren afbijten. (=het onmogelijke hoef je niet te doen.)
  47. met het hoofd tegen de muur lopen (=het onmogelijke proberen)
  48. met de kop door de muur willen (=het onmogelijke willen)
  49. naar de maan reiken (=het onmogelijke willen doen)
  50. de maan met de handen willen grijpen (=het onmogelijke willen doen)

22 dialectgezegden bevatten `oge`

  1. 't volt van nie oge (=Dat is niet duur) (Veurns)
  2. allewaajl moestë wol ogë mèt stêt hëbbë (=tegenwoordig moet je heel goed uit je doppen kijken !) (Munsterbilzen - Minsters)
  3. As je niet maok datje onder me oge uit komp/ as je niet maak dat je wegkomp (=Ga a.u.b. weg, ik word moe van je) (Utrechts)
  4. De kwem kwaumt oge (=(Bijna) moeten overgeven) (Maldegems)
  5. de oge in de tesj han (=niets willen zien) (Sjeeter plat)
  6. de oge zint groeëter wie der boeëk (=teveel eten) (Sjeeter plat)
  7. De velle foor de óge hange (=Gaan slapen) (Texels)
  8. Een regenboog in de mörgen / döt de scheper zörgen / want slim gèern zöt zien oge / een aovendregenboge. (=weerspreuk) (Drents)
  9. en et ter gin oge voorn (=het interesseert hem niet) (Veurns)
  10. en oge flikken (=knipogen) (Veurns)
  11. graute oge hëbbe (=meer op je eetbord laden dan je op kan krijgen) (Munsterbilzen - Minsters)
  12. Hij hee oak zijnen vinger in zijn oge gestoken (=Hij heeft zich vergist) (Wetters)
  13. iemes d'r sjtub oet de oge blaoze (=iemand de waarheid doen inzien) (Sjeeter plat)
  14. ij eej op z n oge gat (=hij heeft op zijn kop gehad) (Oudenbosch)
  15. ijee z n oge nie in z ne zak zitte (=hij let wel op) (Oudenbosch)
  16. Moar e vuust' oge zien (=Klein van gestalte zijn) (Veurns)
  17. mun oge viel trop (=ik zag het toevallig) (Veurns)
  18. oge los of tes los (=wie niet uitkijkt, wordt vaak bedrogen) (Barghs)
  19. z n oge verschoote (=hij kon zijn ogen niet geloven) (Oudenbosch)
  20. z n oge waare groter dan zunne buik (=hij kreeg zijn bord niet leeg) (Oudenbosch)
  21. zën oge autkiekë (=vol bewondering staan kijken) (Munsterbilzen - Minsters)
  22. zich de oge autte kop kieke (=niet weten wat je allemaal ziet) (Munsterbilzen - Minsters)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen