86 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `lop`
- aan de leiband lopen (=erg volgzaam zijn)
- aan de lopende band (=aan één stuk door; steeds maar weer)
- aan dovemans deur kloppen (=vragen terwijl men geen gunstig antwoord hoeft te verwachten)
- als een lopend vuurtje (=zich snel verspreidend (van een bericht of nieuwtje))
- als het hek van de dam is lopen de varkens in het koren (=als er geen toezicht is springen kinderen of ondergeschikten uit de band)
- bij iemand aankloppen (=hulp vragen)
- buiten hem om lopen (=hij heeft er geen invloed over)
- dat is de druppel die de emmer doet overlopen (=dat is maar een kleine ergernis, maar samen met wat er al gebeurd is, wordt het niet meer geaccepteerd)
- de deur platlopen (=steeds weer bezoeken)
- de drempel platlopen (=steeds opnieuw bezoeken)
- de kantjes er van aflopen (=zijn best niet doen)
- de klop is er op (=ze is 28 jaar)
- door de spitsroeden lopen. (=veel kritiek krijgen, gestraft worden)
- dun door de broek lopen. (=als iets niet mee zal vallen)
- een blauwe scheen lopen (=afgewezen worden)
- een blauwtje lopen (=afgewezen worden (in de liefde))
- een hardloper van luie Kees (=een treuzelaar)
- er een streepje door lopen (=erg vreemd zijn/gedragen)
- er klopt geen hout van (=het is geheel onjuist)
- getelde schapen lopen het hok uit. (=exact alles van tevoren weten)
- hardlopers zijn doodlopers (=wie te snel begint, haalt misschien het einde niet)
- het kippenei grijpen en het ganzenei laten lopen (=een verkeerde keuze maken)
- het klopt als een bus (=deze uitdrukking is een contaminatie van het sluit als een bus met: het klopt als een zwerende vinger)
- het klopt als een zwerende vinger (=het past goed; het is logisch; het is volkomen juist; er is niets tegen in te brengen. (Equivalent aan: het sluit als een bus.))
- het vuur uit de sloffen lopen (=een uiterste inspanning leveren door hard te lopen)
- het zal zo`n vaart niet lopen (=het zal wel meevallen)
- iemand tegen het lijf lopen. (=onverwacht iemand tegenkomen)
- iemand van de sokken rijden/lopen (=iemand (bijna) omver rijden of lopen)
- in andermans weide lopen de vetste koeien. (=bij een ander lijkt het altijd beter)
- in de fuik lopen (=door eigen stommiteiten in een valstrik lopen)
- in de kijker lopen (=opvallen)
- in de papieren lopen (=duur uitkomen, veel geld kosten)
- in de soep lopen (=volledig mislukken (van een plan))
- in de tredmolen lopen (=de dagelijkse sleur volgen - zich onderwerpen)
- in de val lopen (=betrapt worden)
- in geen twee sloten tegelijk lopen (=voorzichtig zijn en op zichzelf kunnen passen)
- in het gareel lopen (ook: in de pas lopen) (=precies zo doen als de anderen)
- in het gareel lopen. (=precies doen wat er gevraagd wordt)
- in het honderd sturen/lopen (=de boel met opzet mis laten lopen, in de war laten lopen)
- in het lijntje lopen (=dienstbaar zijn)
- in het oog lopen (=opvallen)
- in het wild lopen (=ongeregeld verlopen)
- in iemands gareel lopen (=zonder enige tegenwerping doen wat iemand je opdraagt)
- in zijn laatste schoenen lopen (=het einde naderen - erg ziek zijn)
- je kan niet door een muur lopen, behalve als er een deur in zit (=dingen kunnen alleen gedaan worden als er een reële kans toe is)
- je rolletje laten aflopen (=volop genieten)
- je uit de naad lopen (=veel lopen , zijn uiterste best doen)
- je vergalopperen (=al te snel iets willen doen)
- kijken hoe de hazen lopen (=voorzichtig te werk gaan, eerst afwachten hoe de verhoudingen blijken te liggen)
- kleine potjes lopen gauw over. (=kleingeestige mensen zijn snel kwaad.)
49 betekenissen bevatten `lop`
- van een leien dakje gaan (=bijzonder vlot en zonder problemen verlopen)
- daar zitten graten in (=daar klopt iets niet)
- dat is het begin van het einde (=dat is het begin van iets dat uiteindelijk verkeerd zal aflopen)
- het sluit als een bus (=de beredenering klopt)
- in het honderd sturen/lopen (=de boel met opzet mis laten lopen, in de war laten lopen)
- door het kluisgat aan boord komen (=de lagere rangen doorlopen alvorens bevelhebber te worden)
- de lens is uit de wagen (=de zaak is vastgelopen)
- je beslag krijgen (=definitief ten einde lopen , beslist worden)
- het klopt als een bus (=deze uitdrukking is een contaminatie van het sluit als een bus met: het klopt als een zwerende vinger)
- niet kunnen rijmen (=dingen die niet met elkaar kloppen of het samen niet kunnen begrijpen)
- in de fuik lopen (=door eigen stommiteiten in een valstrik lopen)
- aan de bel trekken (=duidelijk maken dat er iets aan de hand is; duidelijk maken dat er iets niet klopt)
- het vuur uit de sloffen lopen (=een uiterste inspanning leveren door hard te lopen)
- niet in de haak zijn (=er klopt iets niet)
- met de sok op de kop gezet (=er onbewust door toedoen van anderen voor joker bijlopen)
- lopen als een kievit (=erg gemakkelijk en vlug lopen)
- het hoofd stoten (=ergens onprettig tegen aan lopen)
- de sokken erin zetten (=hard weglopen)
- averechts uitpakken (=helemaal verkeerd aflopen. Tegengesteld uitpakken)
- het is gedaan met kaatje (=het is afgelopen)
- het liedje is uitgezongen (=het is afgelopen)
- dat loopt op zijn einde (=het is bijna afgelopen)
- er zit een luchtje aan (=het is niet juist, het klopt niet helemaal)
- vol gas geven (=het zo snel mogelijk doen verlopen)
- iemand van de sokken rijden/lopen (=iemand (bijna) omver rijden of lopen)
- iemand op het verkeerde been zetten (=iemand ergens een verkeerde indruk van geven, waardoor hij of zij iets gaat denken wat helemaal niet klopt)
- de vloer aanvegen met iemand (=iemand gemakkelijk kloppen/verslaan)
- de kat op het spek binden (=iemand volop de gelegenheid geven zich te vergrijpen aan wat hij wil, maar beslist niet mag hebben)
- iemand van het kastje naar de muur sturen (=iemand voor niets heen en weer laten lopen)
- als een luis in iemands pels zijn (=iemand voortdurend in de weg lopen. Iemand tegenwerken)
- er je eigen plasje overheen doen (=iets een beetje veranderen zodat helemaal naar je zin is. In werksituaties kan dit soms uit de hand lopen, als er veel belanghebbers zijn die allemaal hun eigen plasje over een document willen doen. Het kan dan resulteren in een onleesbare tekst.)
- er geen speld tussen kunnen krijgen (=iets klopt precies, geen gelegenheid krijgen in een gesprek ertussen te komen)
- naar de mutsaard rieken (=iets klopt zeer niet (mutsaard = brandstapel) / verdacht worden van ketterij)
- die geboren is om te hangen, zal niet verdrinken. (=je kunt je lot niet ontlopen.)
- de balans opmaken (=kijken hoe iets verlopen is; nagaan of je ergens voordeel of nadeel van hebt gehad)
- op een apostelpaard rijden. (=lopen)
- nattigheid voelen (=merken dat er iets niet klopt of iets niet goed gevonden wordt)
- de krant brengt de leugens in het land. (=niet alles wat de media schrijft klopt.)
- niet volgens Lucas. (=niet controleren of iets wel klopt)
- geen zitvlees hebben (=ongedurig zijn - steeds weer opstaan en rondlopen)
- in het wild lopen (=ongeregeld verlopen)
- lopen als een muis in een meelton (=onrustig heen en weer lopen)
- lopen als een kip die haar ei niet kwijt kan (=onrustig heen en weer lopen)
- je uit de naad lopen (=veel lopen , zijn uiterste best doen)
- mensen vertellen veel op een zomerse dag. (=verhalen kloppen niet altijd)
- je rolletje laten aflopen (=volop genieten)
- wie tot een penning geboren is kan tot geen stuiver komen (=wat het lot voor je in petto heeft kan je niet ontlopen)
- met andermans veren pronken (=weglopen met de ideeën van een ander, met iets van een ander zelf gaan pronken)
- bang voor zijn hachje zijn (=weinig durven en bang zijn om gevaar te lopen)
17 dialectgezegden bevatten `lop`
- De kop lop mi-j omme (=Te druk bezig zijn) (Giethoorns)
- De kop lop mi'j omme (=Te druk bezig zijn) (Giethoorns)
- De meule lop deur de vaank (=De molen maalt te snel) (Giethoorns)
- Die lop as een aene mit stront tussen de ti'jen (=Een verwaand persoon) (Giethoorns)
- Die lop gien aeze an (=Moeilijk kunnen lopen) (Giethoorns)
- ei bokkepoeaten?dan lop je we moeilijk zeker? (=tegen de bakker) (Zeeuws)
- Hi-j lop nog bi-j de waarken (=Herstellende van ziek zijn maar nog niet voor de 100 procent in staat om arbeid te verrichten) (Giethoorns)
- Hi'j lop nog bi'j de waarken (=Herstellend maar nog niet voor 100procent om arbeid te verrichten) (Giethoorns)
- Hi'j lop nog bi'j de waarken (=Herstellende van een ziekte. Maar is nog niet in staat om te werkeng) (Giethoorns)
- ie lop ter an te zeuln (=er aan trekken) (Zeeuws)
- lop nar klote (=valdood) (Liessents)
- lop nie in zeuven slooten tegelijk (=doe geen gevaarlijke dingen) (Brabants)
- lop nie so vor me voete (=blijf een eindje bij mij uit de buurt) (Oudenbosch)
- lop noar de kloete (=ga weg) (Ossies)
- lop nor de klôote!! (=loop naar de maan!!) (Tilburgs)
- lóp nor de poomp (=ga toch wat nuttigs doen) (Venrays)
- lop us ni de wasdoek (=gammel) (Zeeuws)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen