Spreekwoorden met `Trèkke`

Zoek


56 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `Trèkke`

  1. aan de bel trekken (=duidelijk maken dat er iets aan de hand is; duidelijk maken dat er iets niet klopt)
  2. aan de rem trekken (=een ontwikkeling proberen tegen te houden/ waarschuwen dat iets niet goed gaat)
  3. aan de touwtjes trekken (=de baas zijn, alles regelen, het voor het zeggen hebben)
  4. aan een dood paard trekken. (=je inspannen voor iets, dat tot mislukken gedoemd is)
  5. aan een touw trekken (=eensgezind optreden)
  6. aan het kortste eind trekken (=in de ongunstigste positie zijn / verliezen)
  7. aan het langste eind trekken (=in de voordeligste positie zijn)
  8. aan je palen trekken (=zonder mededeling inpakken en wegwezen)
  9. aan zijn trekken komen (=krijgen wat diegene graag wilt en fijn/leuk vindt)
  10. alle registers opentrekken (=z`n uiterste best doen)
  11. dat kan Bruin(tje) niet trekken (=dat kunnen we ons niet veroorloven (afgeleid van een populaire naam voor trekpaarden))
  12. dat kan het paard niet trekken. (=daar heb ik onvoldoende geld voor)
  13. de handen van iemand aftrekken (=iemand niet langer steunen)
  14. de haren uit het hoofd trekken (=enorm veel spijt hebben)
  15. de lijn trekken (=luieren, niet voort werken)
  16. de melk optrekken (=je woord terugnemen, je belofte niet helemaal vervullen)
  17. de neus optrekken (=duidelijk maken dat men iets of iemand niet waardeert)
  18. de rubicon overtrekken (=de beslissende stap ondernemen)
  19. de slagpen uittrekken (=van zijn macht beroven)
  20. de stoute schoenen aantrekken (=iets doen wat moed vergt. (`stout` in de oude betekenis van `dapper`))
  21. de stoute schoenen aantrekken. (=een uitdaging aangaan)
  22. de wapenrok aantrekken (=militair worden)
  23. de wijde wereld ingaan/intrekken (=(onbezorgd) op reis vertrekken)
  24. de wijde wereld intrekken (=het verkennen van nieuwe plaatsen, ervaringen en mogelijkheden buiten het vertrouwde)
  25. distels trekken is distels stekken (=`maar distels laten staan, is distels laten vergaan`)
  26. een beerput opentrekken (=een geheim onthullen of schandalen blootleggen.)
  27. een gezicht als een oorwurm trekken (=erg ontevreden kijken (omdat er bijv. iets gedaan moet worden))
  28. een kies uittrekken (=veel geld afhandig maken)
  29. een lang gezicht trekken/zetten (=laten merken dat men niet tevreden is)
  30. een leeuwenhuid aantrekken (=zich dapper tonen)
  31. eén lijn trekken / Dezelfde lijn trekken (=dezelfde mening hebben)
  32. een lijntje trekken (=cocaïne snuiven)
  33. een lot uit de loterij trekken (=precies de juiste persoon of ding gevonden hebben wat er nodig was)
  34. een te grote broek aantrekken (=een doel stellen waarvoor je niet de benodigde middelen hebt)
  35. een zware wissel trekken (=erg veel eisen)
  36. er de angel uittrekken (=ervoor zorgen dat iets minder gevaarlijk wordt door het meest gevaarlijke deel onschadelijk te maken; iets minder pijnlijk maken)
  37. er geen peil op kunnen trekken (=er niet van op aan kunnen)
  38. er zijn neus voor optrekken (=zich te goed vinden om iets te doen)
  39. geen spier vertrekken (=zonder enige emotie over zich heen laten gaan)
  40. het harnas aantrekken (=ten strijde trekken)
  41. het is trekken aan een dood paard (=het is een onbegonnen zaak)
  42. het vel over de oren halen/trekken (=geld afpersen)
  43. iemand een kies trekken (=iemand veel geld afnemen)
  44. je handen van iemand aftrekken (=iemand niet langer steunen)
  45. je kan een paard wel in het water trekken, maar niet dwingen dat het drinkt. (=je moet iemand niet dwingen, zelfs niet tot iets leuks)
  46. je trekken thuis krijgen (=door anderen op dezelfde manier behandeld worden als je hun behandelde (bv met een streek))
  47. leringen wekken maar voorbeelden trekken (=je kan mensen iets willen leren , maar geef vooral het goede voorbeeld)
  48. met de nachtschuit vertrekken (=er erg stilletjes vandoor gaan)
  49. met de noorderzon vertrekken (=onaangekondigd vertrekken en niets meer van zich laten horen)
  50. met stille trom vertrekken (=vertrekken zonder iemand het te laten weten)

45 betekenissen bevatten `Trèkke`

  1. de oude mens afleggen (=(en de nieuwe aantrekken) een nieuw leven beginnen - beterschap beloven)
  2. de wijde wereld ingaan/intrekken (=(onbezorgd) op reis vertrekken)
  3. de ratten verlaten het zinkende schip (=als de omstandigheden verslechteren denken sommigen alleen aan zichzelf en vertrekken)
  4. meeuwen op het land, onweer aan het strand. (=als meeuwen het binnenland intrekken omdat er slecht weer op zee is)
  5. ons kent ons (=betrekkelijk afgesloten clubje mensen dat onderling de zaken regelt)
  6. dat is een stuk! (=dat is een aantrekkelijk persoon)
  7. in het oog springen/vallen (=de aandacht trekken)
  8. veel bekijks hebben (=de aandacht trekken)
  9. de krenten uit de pap halen (=de meest aantrekkelijke gedeelten voor zichzelf bestemmen, bijvoorbeeld de meest interessante taken uit een omvangrijk werk)
  10. wie plast tegen de kerk, gaat gevaarlijk te werk (=een wandaad met verstrekkende gevolgen)
  11. geen boodschap aan iets hebben (=er zich niets van aantrekken)
  12. de schouders ophalen (=er zich niets van aantrekken - er niets over willen weten)
  13. iets langs je (koude) kleren af laten glijden (=ergens niets van aan trekken)
  14. het anker lichten (=ergens vertrekken, weggaan en verder reizen)
  15. onder zeil gaan (=gaan rusten of slapen, vertrekken of weggaan)
  16. aan het lijf schieten (=haastig aantrekken (kleding))
  17. ter harte nemen (=het zich aantrekken)
  18. er lak aan hebben (=het zich helemaal niet aantrekken)
  19. er een halszaak van maken (=iets heel erg aantrekken en ernstig nemen)
  20. een vraagteken plaatsen achter (=in twijfel trekken)
  21. je druk maken over (=je kwaad maken om, je aantrekken van)
  22. in het schuitje zitten en mee moeten varen (=mee moeten doen, zich niet meer kunnen terugtrekken)
  23. met de noorderzon vertrekken (=onaangekondigd vertrekken en niets meer van zich laten horen)
  24. zonder blikken of blozen (=onbeschaamd, zonder zich iets van anderen aan te trekken)
  25. lekker is maar één vinger lang (=oppervlakkige genoegens geven ook maar een betrekkelijke voldoening. / leuke dingen duren meestal maar erg kort)
  26. de zeilen hijsen (=opstaan, vertrekken)
  27. in het schot vallen (=precies tijdens het startschot vertrekken)
  28. als een pijl uit de boog (zijn) (=snel vertrekken)
  29. het harnas aantrekken (=ten strijde trekken)
  30. de aftocht blazen (=vertrekken als de situatie bedreigend of te moeilijk wordt)
  31. het veld ruimen (=vertrekken om plaats te maken voor een ander)
  32. met stille trom vertrekken (=vertrekken zonder iemand het te laten weten)
  33. je matten oprollen (=vertrekken, weggaan)
  34. laten waaien (=verwaarlozen, zich er niets van aantrekken)
  35. haantje de voorste (=voortrekker - wie altijd op het voorplan wil staan)
  36. als de bruid verpatst is wordt zij gewild. (=wat niet meer beschikbaar is lijkt aantrekkelijker voor anderen)
  37. er over vallen (=zich een probleem aantrekken)
  38. in zijn schulp kruipen (=zich in zichzelf terugtrekken, niet verder aandringen)
  39. maling aan iets of iemand hebben (=zich nergens iets van aantrekken)
  40. iets over z`n kant laten gaan (=zich nergens iets van aantrekken)
  41. er heet noch koud van worden (=zich nergens iets van aantrekken)
  42. god noch gebod vrezen (=zich nergens iets van aantrekken - een misdadig leven leiden)
  43. ijskoud zijn gang gaan (=zich nergens van aantrekken)
  44. een loopje met iemand nemen (=zich weinig van iemand aantrekken (die de leiding heeft))
  45. zonder aanzien des persoons (=zonder iemand voor te trekken; zonder er rekening mee te houden om wie het gaat)

50 dialectgezegden bevatten `Trèkke`

  1. 't zin dèk dezelfde daaj de kaar (moette) Trèkke (=ik ben bijna altijd de klos) (Munsterbilzen - Minsters)
  2. achter oens trekke ze de liere op (=geniet van het leven want ...) (Gents)
  3. an un dooi verke trekke (=geen voortgang) (Riekevorts)
  4. aon ee zeel Trèkke (=samenspannen) (Munsterbilzen - Minsters)
  5. aon één streng Trèkke (=eensgezind zijn) (Munsterbilzen - Minsters)
  6. bèirpit (=iet vèr léig te loëte trekke en op 't lant van den akker te loëte kappe) (Dendermonds)
  7. bocht trekke (=Onkruid wieden) (Geldermalsens)
  8. da kajn menne witte ni trekke (=dat is veel te duur) (Wommersoms)
  9. da kan de bruine nie trekke (=dat kunnen we ons niet veroorloven) (Oudenbosch)
  10. da kan de bruine nie trekke (=onbetaalbaar) (Gastels)
  11. da kan de mijne nie Trèkke (=dat is me wat duur) (Munsterbilzen - Minsters)
  12. da kan maainen broine ni trekke (=dat is te duur voor mij) (Antwerps)
  13. Da kan maainen broïne nie trekke zene (=Dit kan ik niet betalen, hoor) (Antwerps)
  14. Da kan maanen broëne nie trekke (=Dat kan ik niet betalen) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
  15. da kan mainen broine nie trekke (=dat kan ik niet betalen) (Leefdaals)
  16. da kan mane brooine ni trekke (=dat kan ik niet betalen) (Dilbeeks)
  17. Da kan menne grijze nie trekke (=Dat kan ik niet betalen) (Heusdens)
  18. da kan menne witte nie trekke (=dat kan ik niet bekostigen) (Tiens)
  19. Da kan mijne broane ni trekke (=Dat is te duur) (Herentals)
  20. daaj és alleman ter dür ont trékke (=zij spreekt kwaad van iedereen) (Bilzers)
  21. daaj konste mekan dër et slieëtelkoet Trèkke (=zij is graatmager) (Munsterbilzen - Minsters)
  22. daaj zoo ich és giën tiëge mene zjilae trékke (=daar zou ik eens graag mee uitgaan) (Bilzers)
  23. dae geet et nimei lang trékke (=zijn dagen zijn geteld) (Bilzers)
  24. dae konste dër e rinkske Trèkke (=rie ziet er mooi zn verzorgd uit) (Munsterbilzen - Minsters)
  25. Dae lieëtj zich veur eine cent ein brum door zien reet Trèkke (=Iemand die gierig is) (Hunsels)
  26. dae piring konste doër ët sliëtëlkoet Trèkke (=hij is zo mager als een pier, die kun je ook door het sleutelgat trekken) (Munsterbilzen - Minsters)
  27. dao kènste sop van Trèkke (=heel erg vieze kleding) (Steins)
  28. Dao kinse suupke van trekke (=Vieze kleren) (Venloos)
  29. Daor kunde goeie soep van trekke (=Een dikke baby) (Tilburgs)
  30. dat kan m'ne graajze ni Trèkke (=dat is te duur) (Bilzers)
  31. dat kan mëne braune nie Trèkke (=dat is te duur voor mijne kleine portemonnee) (Munsterbilzen - Minsters)
  32. de kaar trékke (=zich als leider opwerpen) (Bilzers)
  33. de kons ër doër ën nöl Trèkke (=ze is zo mager dat je haar door de kop van en naald kan halen) (Munsterbilzen - Minsters)
  34. de moes nen aaën aop geen maule leire Trèkke (=dat hoef je me niet diets te maken) (Munsterbilzen - Minsters)
  35. de moes nën aaên aop geen maule leiteb Trèkke (=je moet oudere mensen niet willen leren hoe ze zich moeten gedragen) (Munsterbilzen - Minsters)
  36. de moes nie aon de blaedsjës zitte te Trèkke vër een bloem of plant te doen wasse (=met forceren bereik je niets) (Munsterbilzen - Minsters)
  37. de pries traut Trèkke (=de verbinding verbreken het gedaan maken) (Munsterbilzen - Minsters)
  38. de vrolaaj konne mich vërrèkke, ich hën zelf wol twei haan vërr te Trèkke (=snuggere mannen hebben niemand nodig) (Munsterbilzen - Minsters)
  39. de zos tich de hoëre autte kop Trèkke (=het is onvergeeflijk) (Munsterbilzen - Minsters)
  40. den aatërhaom Trèkke (=niet te snel starten met werken, overlaten aan anderen) (Munsterbilzen - Minsters)
  41. den aaterhaom Trèkke (=achterna komen) (Bilzers)
  42. den aaterhaom Trèkke (=werk mijden) (Munsterbilzen - Minsters)
  43. den aatërhaom trèkkë (=talmen, achterblijven om maar niet te moeten werken) (Munsterbilzen - Minsters)
  44. den aterhôom Trèkke (=lijntrekken) (Hoeselts)
  45. dét ès 'n vêrreke dae leutj zich vör vieëf cent met 'nnen breem doeër zien gaât Trèkke (=wordt gezegd van een gierigaard) (Weerts)
  46. e gezich Trèkke waaj ne stront (=een vertrokken gezicht trekken) (Munsterbilzen - Minsters)
  47. ë gezich waaj ne stront trèkkë (=een triestig gezicht opzetten) (Munsterbilzen - Minsters)
  48. ë gëzig trèkkë wai ënë bêipôatër (=schijnheilig kijken) (Millers)
  49. e graute maul Trèkke (=brutaal zijn) (Munsterbilzen - Minsters)
  50. e lank gezich Trèkke (=niet blij zijn met iets) (Munsterbilzen - Minsters)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen