Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

16 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `kraai`

  1. al moesten de kraaien het uitbrengen (=ooit wordt de zaak bekend)
  2. alles komt uit al moesten de kraaien het uitbrengen (=de waarheid komt altijd uit)
  3. daar kraait geen haan naar (=dat komt niemand te weten)
  4. de ene kraai pikt de andere de ogen niet uit (=ze benadelen elkaar niet)
  5. de kraaien zullen het uitbrengen (=de waarheid zal aan het licht komen)
  6. de kraaienmars blazen (=dood gaan)
  7. de rode haan laten kraaien (=iets in brand steken)
  8. een bonte kraai maakt nog geen winter (=één voorbeeld is niet genoeg om een definitief besluit te nemen)
  9. een vliegende kraai/vogel vangt/vindt altijd wat. (=als je er maar op uit gaat, vind je altijd wel wat in je voordeel.)
  10. er verstand van hebben als een kraai van een zaterdag (=er geen verstand van hebben)
  11. er zal geen haan naar kraaien (=dat zal niemand te weten komen)
  12. geen haan zal er naar kraaien (=niemand zal het weten)
  13. kind noch kraai hebben. (=geen nazaten of andere familieleden hebben, alleen rekening moeten houden met zichzelf.)
  14. vechten dat de kraaien om de brokken komen (=hevig vechten)
  15. vroeger, toen kraaiden de hanen nog. Tegenwoordig gapen ze alleen nog maar, zei de dove. (=veranderingen in een situatie zijn vaak niet feitelijk, maar een subjectieve beleving.)
  16. zijn haan moet altijd koning kraaien (=hij wil altijd de baas zijn)

Het dialectenwoordenboek kent 25 spreekwoorden met `kraai`

  1. Antwerps: belofte mokt schuld en dië zeu ni vervult kraaigt neun bult (=belofte maakt schuld.)
  2. turnhouts: Ik kraaig de weubbe van eum (=Hij werkt op mijn zenuwen)
  3. Weerts: doef van d'n daeke (=kraai)
  4. Munsterbilzen - Minsters: de kraaigs waor noë ze geld (=voor wat hoort wat)
  5. Munsterbilzen - Minsters: doe kraaigste hieën van (=daar word je niet goed van)
  6. Westerkwartiers: doar kraait gien hoan noar (=daar wordt niemand wat van gewaar)
  7. Bilzers: van koskes kraai(g)ste dikke boskes(woskes) (=eet de korstjes ook maar op)
  8. Budels: zienen haon moet boven kraaien (=hij moet altijd gelijk hebben)
  9. Munsterbilzen - Minsters: aste spech laach, wiëd rènger verwaach (=kraait de haan bij avond of nacht, dan wordt er ander weer verwacht)
  10. Turnhouts: kraaig er de weubbe van (=het werkt op mijn zenuwen)
  11. Opglabbeeks: es het nemes wet dan brengen het de kreije uut (=Als het niemand weet brengen het de kraaien uit)
  12. Tongers: hè stoent do wai ne kraaitheilige (=hij stond daar onbeweeglijk)
  13. Westerkwartiers: zien hoan wil keuning kraai'n (=hij wil de baas zijn)
  14. Antwerps: emmenisemme en kraaige das de kunst (=Iemand die iets gekregen heeft zegt)
  15. Westerkwartiers: doar kraait gien hoan noar (=daar komt niemand iets van te weten)
  16. West-Vlaams: ne noch kind noch kraaie (=hij heeft geen familie of ergenamen)
  17. Westfries: As 'n kraai op 'n kreng (=Als een bok op een haverkist)
  18. Bilzers: Waaj daste n benaan raech kraaigs ? Légter n proem bij ! (=soort hoort bij soort)
  19. Bilzers: aste kénder sjiks, kraai(g)ste kénder taus (=kinderen blijven kinderen)
  20. Tiens: Een vits oep ur muil kraaige of intige koenkels oep oejer snaat kreege of spowen kreege of intige rabasse gejeve of nest kreege of eemand neki goud inkappe (=Een slag op het gezicht krijgen)
  21. Bilzers: de kraai(g)ster gee gebenedijd woëd aut (=er klomt niets (goed) uit zijn mond)
  22. Oudenbosch: un vliegende kraai vangt altij wa (=toevallig iets van je gading tegenkomen)
  23. West-Vlaams: de kraaien goant uutbringn (=de waarheid zal wel uitkomen)
  24. Bilzers: doeë kraai(g)ste de krélkeszeek van (=daar krijgt ge het van)
  25. Oudenbosch: ijee kiend noch kraai (=hij hoeft voor niemand te zorgen)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen