45 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `geld`1) aan de grond genageld (=perplex, verbaasd.) 2) al krijg ik geld mee! (=dat doe ik beslist niet!) 3) alle waar is naar zijn geld (=van iets goedkoops mag je geen topkwaliteit verwachten.) 4) alle waar naar hun geld zijn (=als een product duurder is, is het meestal van betere kwaliteit) 5) als aan de grond genageld staan (=perplex staan) 6) als het geld op is, is het kopen gedaan. (=zonder liquide middelen zijn er geen uitgaven meer mogelijk.) 7) bulken van het geld (=geld in overvloed hebben) 8) daar geeft de lommerd geen geld op (=daar heb ik niets aan - dat geloof ik niet) 9) dat is geen geld. (=dat is erg goedkoop als je ziet wat je ervoor krijgt.) 10) een gek en zijn geld blijven nooit lang bij elkaar (=geld uitgeven aan nutteloze en onnodige dingen) 11) een woord op zijn pas is zo goed als geld in de tas (=spreken op het juiste ogenblik is waardevol) 12) eieren voor je geld kiezen (=met minder genoegen nemen dan men eerder wilde) 13) geen geld geen zwitsers (=zonder betaling geen waar) 14) geen geld, geen Zwitsers. (=zonder geld krijg je hulp noch koopwaar of er is altijd wel geld nodig om iets gedaan te krijgen) 15) geen twee missen voor een geld doen (=niet tweemaal hetzelfde zeggen of doen) 16) geen twee missen voor hetzelfde geld doen (=niet tweemaal hetzelfde zeggen of doen) 17) geld dat stom is, maakt recht wat krom is. (=mensen kunnen door financiële bevoordeling ertoe gebracht worden om onrecht toe te laten.) 18) geld maakt niet gelukkig. (=er is meer in het leven dan rijkdom) 19) geld ophoesten (=met tegenzin of met moeite betalen) 20) geld over de balk gooien (of smijten). (=geld verspillen, zonder nadenken uitgeven.) 21) geld ruiken (=merken dat er iets te verdienen is) 22) geld stinkt niet. (=alle manieren om aan geld te komen zijn toegestaan.) 23) geld uit iets slaan (=ergens geld aan verdienen) 24) geld verzoet de arbeid. (=geld dat je krijgt maakt het harde vervelende werk weer goed) 25) geld wat stom is, maakt recht wat krom is. (=met geld kan men de ergste dingen goedmaken (voor geld is alles te koop)) 26) genade voor recht laten gelden (=de straf kwijtschelden) 27) gevleugelde woorden (=veel gebruikte uitdrukking) 28) goed geld naar kwaad geld gooien (=geld ergens insteken waarvan bekend is dat het verlies oplevert) 29) het geld brandt hem in de zak. (=hij geeft zijn geld graag en gemakkelijk uit.) 30) het geld dat stom is maakt recht wat krom is (=met geld kan men veel rechtzetten) 31) het geld groeit niet op de rug (=geld komt niet zomaar binnen, er moet hard voor gewerkt worden) 32) het geld regeert de wereld (=geld heeft grote invloed.) 33) het is zondegeld (=het is jammer dat daar kosten voor gedaan zijn) 34) hij heeft net zoveel geld in de buidel als een jood spek in de kast. (=hij is straatarm.) 35) hij kijkt er naar uit als de pastoor naar het geld in het kerkenzakje (=hij kijkt ergens vol verwachting naar uit.) 36) hoeren en dieven, met geld zijn zij mijn gelieven (=met geld krijg je vrienden) 37) je moet geen goed geld achter slecht geld aangooien. (=je moet geen geld besteden aan een zaak die niet meer in stand kan worden gehouden.) 38) leergeld betalen (=fouten maken tijdens het leren) 39) tijd is geld. (=zaken zo snel mogelijk voor elkaar krijgen is het goedkoopste.) 40) van geld voorzien zijn als een pad van veren (=arm zijn) 41) voor geen geld of goede woorden (tot iets bereid zijn). (=niet bereid zijn tot iets, wat iemand ook ervoor biedt, en welke argumenten iemand ook naar voren brengt.) 42) voor geen geld ter wereld. (=niet bereid zijn tot iets, hoeveel er ook voor geboden wordt.) 43) voor geld kun je de duivel doen dansen. (=met geld kun je alles gedaan krijgen.) 44) voor hetzelfde geld. (=net zo goed.) 45) vragen kost geen geld (=al heb je weinig kans, je kan het in elk geval maar vragen) 101 betekenissen bevatten `geld`1) geld stinkt niet. (=alle manieren om aan geld te komen zijn toegestaan.) 2) de Mammon dienen (=alleen maar belangstelling hebben voor geld) 3) om den brode doen (=alleen werken voor het geld en niet omdat het werk fijn/leuk is) 4) in kannen en kruiken zijn (=alles is geregeld) 5) voor niets gaat de zon op. (=alles kost geld en moeite, behalve datgene wat van de zon komt) 6) die het breed heeft, laat het breed hangen. (=als iemand veel geld heeft kan die veel bezitten) 7) laat uw linkerhand niet weten wat uw rechterhand doet. (=als je een ander geld geeft kun je dat beter stilhouden want anderen hoeven het niet te weten) 8) aan het laatje zitten (=bij de bron zitten / geld hebben) 9) klinkende munt (=contant geld) 10) dat zal hem geen windeieren hebben gelegd. (=daar zal hij wel veel geld mee verdiend hebben.) 11) een bodemloze put. (=dat kost ontzettend veel geld.) 12) het gouden kalf aanbidden (=de hoogste waarde hechten aan geld / zich onderdanig gedragen tegenover rijken) 13) paarden die haver verdienen krijgen ze niet. (=de mensen die het hardste werken, krijgen het minste geld) 14) wiens brood men eet diens woord men spreekt (=diegene bij wie we ons geld verdienen geven we meestal gelijk) 15) uit wiens hand men eet wiens woord men spreekt (=diegene bij wie we ons geld verdienen geven we meestal gelijk) 16) ergens een stempel op drukken (=duidelijk je invloed ergens laten gelden) 17) in de papieren lopen (=duur uitkomen, veel geld kosten) 18) een goede naam is beter dan olie. (=een goede naam (reputatie) is beter dan veel geld (olie) bezitten.) 19) goede naam is beter dan goede olie (=een goede reputatie is beter dan veel geld.) 20) Poolse landdag (=een wilde, ongeregelde bijeenkomst) 21) de mammon dienen (=enkel voor het geld leven) 22) het kan er niet af (=er is niet genoeg geld voor) 23) op iets dood blijven (=erg belust op iets zijn (bv geld -> gierig)) 24) van je buik een afgod maken (=erg veel geld uitgeven aan lekker eten en drinken) 25) geld uit iets slaan (=ergens geld aan verdienen) 26) het hoofd boven water houden. (=financieel rondkomen, juist genoeg geld hebben om te kunnen leven.) 27) beurs op de knip / Hand op de knip (=geen geld (meer) uitgeven.) 28) kruis noch munt hebben (=geen geld hebben) 29) op zwart zaad zitten (=geen geld hebben) 30) rut zijn (=geen geld meer hebben) 31) in de put zitten (=geen oplossing meer weten of geen geld meer hebben / Depressief zijn.) 32) het vel over de oren halen/trekken (=geld afpersen) 33) rapen en schrapen (=geld bijeenbrengen) 34) aan de strijkstok blijven hangen (=geld dat aan een goed doel wordt besteed verdwijnt voor een groot deel bij mensen die oneerlijke onkosten maken) 35) geld verzoet de arbeid. (=geld dat je krijgt maakt het harde vervelende werk weer goed) 36) goed geld naar kwaad geld gooien (=geld ergens insteken waarvan bekend is dat het verlies oplevert) 37) het geld regeert de wereld (=geld heeft grote invloed.) 38) bulken van het geld (=geld in overvloed hebben) 39) met de pet rondgaan. (=geld inzamelen.) 40) het geld groeit niet op de rug (=geld komt niet zomaar binnen, er moet hard voor gewerkt worden) 41) een gat in zijn hand hebben (=geld te gemakkelijk uitgeven) 42) de lade lichten (=geld uit de lade halen) 43) een gek en zijn geld blijven nooit lang bij elkaar (=geld uitgeven aan nutteloze en onnodige dingen) 44) geld over de balk gooien (of smijten). (=geld verspillen, zonder nadenken uitgeven.) 45) zijn eindje wel kunnen halen (=genoeg (geld) hebben tot aan zijn dood) 46) zijn koetjes op het droge hebben (=genoeg (geld) hebben voor de rest van het leven) 47) de lampt hangt scheef. (=het geld is op) 48) de olie in de lamp is op. (=het geld is op) 49) de aap beet/binnen/weg hebben (=het geld ontvangen hebben) 50) het is geen roofgoed (=het heeft veel geld (of moeite) gekost) Het dialectenwoordenboek kent 325 spreekwoorden met `geld`1) Bilzers: ¨doë mauste mene rëg és vür krabbe (=voor zo weinig geld werk ik niet) 2) Zottegems: 'k ei giene rotte frang ne mier (=ik heb geen geld meer) 3) Utrechts: 'k ziet 't al, de lâmp hânk scheef (=het geld is bijna op...) 4) Veurns: 'n duuvels zak is nooëit vul (=hij wenst altijd maar meer geld te bezitten) 5) Overmeers: 'n kardoeze klotergeld (=een hoeveelheid klein geld) 6) Overmeers: 'n ponke geld (=opgepot geld) 7) Waregems: 't es 'n ipgezet spel (=vooraf onder elkaar geregeld) 8) Westerkwartiers: 't geld glid 'em deur de vingers hen (=hij geeft gemakkelijk veel geld uit) 9) Veurns: 't geld groeit op me rik nieë (=ik verdien ze niet zo gemakkelijk, mijn centjes) 10) Merenaars: 't geldj onder de struik leggen (=niet betalen) 11) westvlaams: 't hoar zoudt deur joen klakke groeien (=heel veel kosten maken zodat je geld opraakt) 12) Sint-Niklaas: 't is gepast (=de juiste som, met pasgeld betalen) 13) Veurns: 't Is in de saccoche! (='t Is geregeld!) 14) Lichtervelds: 't it gin broâd (=het komt niet slecht, het kost geen geld) 15) Veurns: 't ol an je gat ang'n (=al je geld aan je kleding besteden) 16) kinrooi: 't Rare aan gelök is: es te gelök höbs den höbs te geldj g'hadj! (=Het rare aan geluk is: als je geluk hebt, heb je geld gehad!) 17) Staphorsts: 't vleis veur de roet'n en de botten op bedde (=al het geld uitgeven aan uiterlijk vertoon) 18) Westerkwartiers: 't was aalmoal veur 'em uutstibbeld (=het was allemaal voor hem geregeld) 19) lovendegems: 't zijt in zijne pap nie verdienen (=weinig of geen geld verdienen*) 20) Westerkwartiers: 't zit aalmoal ien kann'n en kruuk'n (=het is allemaal al geregeld) 21) Merenaars: a ee veel ploeët, pieten (=hij heeft veel geld) 22) Twents: A'j om t geald trouwd bint, he'j ne koo in n stal en n vearkn in berre! (=Als je om het geld bent getrouwd heb je koe in de stal een een varken in bed.) 23) Gents: achter oens pisse ze der putses mee (=na ons plassen ze er putjes mee (na ons dood doen de kinderen ons geld op)) 24) Gents: achter oens pisse ze der putses mee (=na ons dood doen de kinderen ons geld op) 25) Tilburgs: Agge gin geld het om te kope, dan kunde oewe kooptaand wel uittrekke (=Geen geld hebben om te kopen, je kooptand uittrekken) 26) Munsterbilzen - Minsters: al geeste op zene kop ston (=voor geen geld ter wereld) 27) Munsterbilzen - Minsters: al steeste op zene kop (=voor geen geld ter wereld) 28) Sint-Niklaas: al zè gaalt opdoen (=al zijn geld verkwisten) 29) Westerkwartiers: alle woar is noar zien geld (=van goedkope waar mag je minder verwachten) 30) Rotterdams: Als ik zo rijk was ging ik Den Haag wonen (=ALS JE GEEN geld KAN BIJPASSEN) 31) assen: als ku goldt modig heept kumt het ut jur jeske (=als je geld nodig hebt komt het uit je zak) 32) Giethoorns: As d-iene aand de aandre waast, worden ze beiden skone. (=De een helpt de ander zonder er geld voor te vragen) 33) Giethoorns: As d'iene haand de aandre waast, worden ze beide skone (=De een helpt de ander zonder er geld voor te vragen) 34) Mills: As Mie kumt mi de slappe was. (=als iemand vraagt wanneer komt dit of dat als het om geld gaat is het antwoord vaak:) 35) Munsterbilzen - Minsters: Bertës van de Sjeiper wor zjus dezelfde aster mèt ze piëd on kaffei bij Zjengske èn Hiëseld stond (=Bertus x werd ook geregeld door zijn paard teruggereden van bij Café Welkom in Heesveld) 36) Bornems: betoale me peeschaave (=geen geld hebben om te betalen) 37) Pamels: betole mé wettelskoiven (=geen geld hebben om iets te betalen) 38) Veurns: bie em is 't mo geld die telt (=geldbezit is zijn enige betrachting) 39) Munsterbilzen - Minsters: biëvet gon baedele (=wat geld bij elkaar bédelen) 40) Munsterbilzen - Minsters: biëvet gon- zakloope (=geld gaan bijhalen) 41) Westerkwartiers: cent'n stink'n niet (=geld is (hoe dan ook) welkom) 42) Westerkwartiers: cent'n verzoet 't wark (=geld maakt werken lichter) 43) Weerts: d'r kleingêldj van make (=geld verkwisten) 44) Weerts: d'r kleingêldj van make (=geld verspillen) 45) Westerkwartiers: d'r wer met geld smeet'n (=er werd niet op duizend euro gekeken) 46) Utrechts: d'r woant niet (=geld, er is geen) 47) Ninoofs: da kan zannen brooënj nie trekken (=Hij heeft geen geld genoeg daarvoor) 48) Oudenbosch: da kost klaauwe mee geld (=dat is relatief duur) 49) Sint-Niklaas: da zit in de knossel (=dat zit verstrengeld) 50) Westerkwartiers: da's d'r nog over van 'n lösbandeg leev'm (=er is nog maar weinig geld overgebleven) 0 1 2 3 4 5 6 Volgende Bron
De spreekwoorden en gezegden zijn voor het grootste deel afgeleid van Wikiquote:
Nederlandstalige spreekwoorden,
Nederlandstalige gezegden en Wikipedia:
Lijst van Nederlandse spreekwoorden.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Tips en mededelingen Tip: Dubbelklik op elk willekeurig woord om spreekwoorden, uitdrukkingen en gezegden met dat woord te tonen | WoordenboekSpreekwoordenVertalenEncyclopedieRecente zoekopdrachtenTussen haakjes staat het aantal gevonden spreekwoorden, uitdrukkingen en gezegden• geld (45) • het gareel (4) • in a (14) • averecht (1) • mon (54) • naat (1) • schuit (11) • van (395) • onne (11) • pré (32) • HOG (17) • vee (31) • Andere (24) • pleister (3) • de gebraden haan uithangen (1) | |||||||
| © Woorden.org MMXI | Over woorden.org | Gebruikersvoorwaarden | Woord begint met... | ||||||||