Spreekwoorden met `auto`

Zoek

Eén spreekwoord bevat `auto`

  1. een vogel in de auto rijden (=elk geval kan overal mee leven)

2 betekenissen bevatten `auto`

  1. een heilige koe (=iets waar je niet aan mag komen en zuinig op bent, voor sommige mensen is dat bijv. een auto)
  2. maak geen slapende honden wakker (=zwijgen over iets, om te voorkomen dat een autoriteit op het idee komt om er werk van te maken)

36 dialectgezegden bevatten `auto`

  1. 'k stong versteld in de slik mee dun auto (=ik stond vast in de modder met de auto) (Zaamslags)
  2. 't liek opbrengen (=Het lijk van de kamer naar het vlot, auto dragen) (Giethoorns)
  3. a ratj mè nen Anglia-dijfteroeën (=hij heeft geen auto) (Ninoofs)
  4. Bwat in de vwat (=Feestje bouwen in de auto tijdens heen- en / of terugweg) (Hals)
  5. dieën auto rai schailijk (=die auto verbruikt veel brandstof) (Brabants)
  6. dien oto is ni van maa (=de auto is niet van mij) (Brasschaats)
  7. Disse auto rèdt snel (=Deze auto rijdt hard) (Hoogeveens)
  8. Dn dieje dor die hi ne neije waoge en dor stottie al dn hullen dag nor te kieke, zu gruts dettie is (=Hij daar heeft een nieuwe auto en daar staat hij al de hele dag naar te kijken, zo trots als hij is) (Liessents)
  9. Duir hij je 'n auto! (=Pas op, daar komt een auto aan!) (Arnhems)
  10. e brokke van en otto, e cariot (=slechte auto) (Veurns)
  11. è draait af zonder te pinken (zonder zènne pinker oan te zetten) (=hij draait met de auto af zonder de richtingaanwijzer aan te zetten) (Sint-Niklaas)
  12. een bloesj in annen otto (=een bluts in je auto) (Meers)
  13. Een nieuw gerijke (=Een nieuwe fiets, brommer, auto) (Maldegems)
  14. en kuiertjen mit de auto (=Een blokje om doen met de auto) (Urkers)
  15. en kuiertjen mit de oto (=Een rondje rijden in de auto) (Urkers)
  16. Gij waogt ut nie um mit diejen wahgen te gaon rijen. (=Jij waagt het niet om met die auto te gaan rijden) (Ewijk (Euiwwiks))
  17. Ha hee zennen oto peirtotal geriejen (=Hij heeft zijn auto total loss gereden) (Olens)
  18. Hèdde g’oewen auto ingeroole? (=Heb je je auto ingeruild?) (Helenaveens)
  19. Hij heb zun auto in de puinpoeier gereje (=Hij heeft zijn auto in elkaar gereden) (Utrechts)
  20. Hij/het Schee er mee uit. (=het / hij stopte / het apparaat weigert / de auto start niet meer) (Utrechts)
  21. ij ee een kezze gezet (=hij heeft een auto ongeluk gehad) (Zottegems)
  22. joen otto stot do (o van pot) (=je auto staat daar) (Veurns)
  23. menen auto ès stik noë de kloete (=mijn wagen is total loss) (Munsterbilzen - Minsters)
  24. mèt nen dikke bak onder zën K... (=met een grote en dure auto) (Munsterbilzen - Minsters)
  25. mij'n otto is noar de knobben (=mijn auto is kapot) (Evergems)
  26. nagelenbak, au wrak (=oude auto) (Antwerps)
  27. nenaawenotto en nenouwenotto (=een oude auto en een nieuwe auto) (Overpelts)
  28. Ónger 'n auto gebleve (=Overreden door een auto) (Hulsbergs)
  29. plots d'n auto efkes in de skûûr (=zet de auto even in de garage) (Reeks)
  30. Toch voelt het af en toe om't hand. (=soms mis ik het wel eens (vb: soms mis ik een auto wel eens)) (Utrechts)
  31. un blöts in diene oto (=een deuk in je auto) (Mestreechs)
  32. wa vur unne bak hedde gij!! (=wat voor auto heb jij?) (Bosch)
  33. Wavvurre n' woage hedde gij? (=Wat voor een auto heb jij?) (Brabants)
  34. We krijgen een nieuwe auto/keuken:etc (=De nieuwe auto wordt afgeleverd / keuken wordt geplaatst) (Volendams)
  35. we veur une plate kar rijde gij (=wat voor een auto rijd jij) (Brabants)
  36. zen auto in de frut raun (=auto kapot rijden) (Meers)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen