Spreekwoorden met `MUUR`

Zoek

13 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `MUUR`

  1. de mis aan de MUUR plakken (=niet naar de mis gaan (verzuimen))
  2. een morse MUUR is snel afgebroken (=een slechte zaak gaat niet lang mee)
  3. een MUUR van onbegrip (=een hardnekkig gebrek aan begrip)
  4. een MUURbloempje zijn (=stil en teruggetrokken zijn)
  5. het kastje bij het MUURtje laten blijven (=de dingen niet gaan overdrijven)
  6. iemand van het kastje naar de MUUR sturen (=iemand voor niets heen en weer laten lopen)
  7. je kan niet door een MUUR lopen, behalve als er een deur in zit (=dingen kunnen alleen gedaan worden als er een reële kans toe is)
  8. met de kop door de MUUR willen (=het onmogelijke willen)
  9. met de kop tegen de MUUR lopen (=nutteloos geweld gebruiken)
  10. met de rug tegen de MUUR staan (=geen kant op kunnen, hooguit een laatste uitweg)
  11. met het hoofd tegen de MUUR lopen (=het onmogelijke proberen)
  12. tegen de MUUR zetten (=doodschieten)
  13. uit de MUUR eten (=fastfood eten)

2 betekenissen bevatten `MUUR`

  1. om kaneelwater lopen (=beuzelwerk doen - van het kastje naar de MUUR gestuurd worden)
  2. van stuurboord naar bakboord zenden (=van het kastje naar de MUUR sturen)

26 dialectgezegden bevatten `MUUR`

  1. 'k plak nen an de MUUR (=ik sla hem dood ( (verbaal woedend) ) (Waregems)
  2. dè mier is ingesketen (=die MUUR is ingevallen) (Denderleeuws)
  3. de MUUR is bochtig (=er staat schimmel op de MUUR) (Sint-Niklaas)
  4. Die lácht nog nie as dr 'n stuk stró.nt tege dr MUUR opkruupt (=Iemand zonder humor) (Genneps)
  5. Een prokie in de weeg slaan (=Een spijker in de MUUR slaan) (Zaans)
  6. één van t'kastje noar de MUUR stuur'n (=iemand steeds maar doorverwijzen naar weer iets anders) (Westerkwartiers)
  7. ge zoe ze soms an de MUUR plakkn (=het zijn lastige kinderen) (Kaprijks)
  8. ge zoet ze soms oan de MUUR plakke, ge zoe ze sewijle oan den hoak hange (=het zijn stoute kinderen) (Gents)
  9. Gij goadt ok van 't kaske neur de MUUR (=Snel van onderwerp veranderen) (Beerses)
  10. hij liep met de kop teeg'n de MUUR (=hij stuitte op verzet) (Westerkwartiers)
  11. iemand van riefke naer roofke sturen (=iemand van kastje naar de MUUR sturen) (Zottegems)
  12. ij kan nog ginne spijker recht in de MUUR slaon (=hij is zeer onhandig) (Oudenbosch)
  13. ij luept van riefken noar roafken (=Hij loopt van de ene plaats naar de andere, hij loopt van het kastje naar de MUUR) (Lokers)
  14. Je lult maar een eind weg (=Je praat tegen de MUUR) (Bargoens)
  15. met de kop teeg'n de MUUR aan loop'm (=zijn zin niet kunnen krijgen) (Westerkwartiers)
  16. met de kop teeg'n de MUUR aanloop'n (=behoorlijk tegenstand ondervinden) (Westerkwartiers)
  17. Nehkieje van't kaske nui de MUUR kloppe (=Eens goed door elkaar slagen) (Aarschots)
  18. sget tege du MUUR omhoog man geuk (=Zou u mogelijk tegen de MUUR omhoog uw behoefte willen doen) (Bredaas)
  19. tiëge de wèen of klippe op liege (=tegen de MUUR op liegen- liegen dat het niet meer mooi is) (Munsterbilzen - Minsters)
  20. va ponsjes nar pieloates (=van het kastje naar de MUUR) (Wichels)
  21. van 't kasken noër de mier gestierd wèren (=van het kastje naar de MUUR gestuurd worden) (ninoofs)
  22. Van jeut nau jeir stuure (=Van het kastje naar de MUUR sturen) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
  23. van jut naor jeir (=van hier naar daar / van het kastje naar de MUUR) (Booms)
  24. van Pier noar Pol gezonde zein (=van het kastje naar de MUUR gestuurd) (Gents)
  25. van Pier noar Pow (*opmerking) (=van het kastje naar de MUUR) (Kaprijks)
  26. Wauvria spelde Jeut vant kaske nau de MUUR (=Wavria domineerde het spel tegen Koningshooikt) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen