zeggen

werkw.
Uitspraak:  zɛxə(n)]
Vervoegingen:  zei (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gezegd (volt.deelw.)

1) met woorden informeren
Voorbeelden:  `ja zeggen`,
`Hij heeft gezegd dat hij morgen zal terugbellen.`
Het Burgerlijke Wetboek zegt hierover ...  (in het Burgerlijk Wetboek staat hierover ...)
eerlijk gezegd  (<met deze woorden verzacht je een beetje dat je iemand iets onaangenaams gaat zeggen>)
Dat mag je wel zeggen!  (inderdaad)
Daar is veel voor te zeggen.  (dat is een goed idee)
Ik heb het hier voor het zeggen.  (ik ben hier de baas)
Zeg dat wel!  (inderdaad)
Net wat je zegt!  (inderdaad)
Dat moet ik zeggen.  (dat moet ik erkennen)
Wie zal het zeggen?  (dat weet niemand)
Laten we zeggen: tien uur.  (laten we uitgaan van tien uur)
Ik zeg maar zo, ik zeg maar niks.  (<hiermee zeg je dat je geen commentaar wil leveren>)
iets niet te hard zeggen  (iets niet te stellig beweren)
Zeggen en doen zijn twee.  (je kunt iets wel zeggen, maar het doen is lastiger)

2) een bepaalde betekenis hebben
Voorbeelden:  `Wat wil dat zeggen?`,
`Dat zegt niets.`
Dat zegt heel wat.  (dat is van grote betekenis)
Die politicus zegt mij niets.  (die politicus ken ik niet)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aanmerken aannemen beduiden beloven beschrijven bevelen bewust maken informeren kennisgeven van mededelen meedelen menen naar voren brengen opmerken opzeggen ter sprake brengen uiteenzetten verhalen verklaring vertellen verwoorden voorschrijven

Spreekwoorden en zegswijzen
zeggen wat je doet en doen wat je zegt. (=pro-actief communiceren en je houden aan toezeggingen)
• uitstel is geen afstel. als je iets uitstelt wil dat nog niet zeggen dat je het nooit meer gaat doen (=)
• ongezouten de waarheid zeggen (=onverbloemd de waarheid zeggen)
• ongesuikerd zeggen waar het op staat (=onverbloemd de waarheid zeggen)
• ja en amen zeggen (=kritiekloos instemmen)
Toon alle 18 spreekwoorden die zeggen bevatten

Taaladvies
  1. Wat is correct: zij zegdenofzij zeiden? Zie Zegden / zeiden
  2. Is `t Is te zeggen correct? Zie `t Is te zeggen / dat wil zeggen
  3. Wat is correct: zeggen aan of zeggen tegen? Zie Zeggen aan / tegen


Intensiveringen
Hoe kun je zeggen krachtiger uitdrukken?
onomwonden de waarheid zeggen; onverbloemd de waarheid zeggen;

4 definities op Encyclo
  • •mondeling mededelen, spreken, betuigen.
  • het mondeling onder woorden brengen vb: hij zegt dat hij geen tijd heeft zo gezegd, zo gedaan [het is gebeurd zoals het was afgesproken] zeg .... [luister eens] zeg dat w...
  • 1) Aanmerken 2) Aannemen 3) Beduiden 4) Beloven 5) Beschrijven 6) Betogen 7) Bevelen 8) Beweren 9) Bieden 10) In woorden uiten 11) Informeren 12) Kletsen 13) Kouten 14) M...
  • spreken Jaar van herkomst: 1260-1270 (CG II 1 Boeve )
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met zeggen:
    zeggenschapzeggenschapsrechtzeggenschapsrechtenzeggenschapsverhoudingzeggenschapsverhoudingen

    Deze woorden eindigen op zeggen:
    aanzeggenafzeggennazeggenontzeggenopzeggentoezeggenwaarzeggen

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    zeggen (spreken)