opzeggen

werkw.
Uitspraak:  ɔpsɛxə(n)]
Vervoegingen:  zegde op, zei op (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft opgezegd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) (een afspraak of overeenkomst) beëindigen
Voorbeeld:  `een abonnement op een krant opzeggen`

2) (een tekst) hardop uitspreken
Voorbeeld:  `De kleine wilde met Moederdag per se een gedichtje opzeggen.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
beëindigen declameren ontslagaanvraag opzegging reciteren voordragen zeggen

4 definities op Encyclo
  1. een eind maken aan een afspraak die er was vb: we hebben de huur van het huis opgezegd het uit je hoofd zeggen of navertellen vb: Susan heeft een gedicht opgezegd Synonie...
  2. [Mil. Woordenboek, spelling van 1861 ``Opzeggen``] eenen wapenstilstand. Zie Wapenstilstand
  3. 1) Afdanken 2) Afzeggen 3) Bedanken 4) Beëindigen 5) Declameren 6) Een verbintenis verbreken 7) Luid voordragen 8) Ontslaan 9) Ontslagaanvraag 10) Opbrabbelen 11) Oplepe...
  4. [verbintenissenrecht] de eenzijdige rechtshandeling die, mits tijdig en correct, leidt tot beëindiging van de wederzijdse overeenkomst Art 72 Boek 3 B…
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `opzeggen` kennen.