informeren

werkw.
Uitspraak:  [ɪnfɔrˈmerə(n)]
Vervoegingen:  informeerde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft geïnformeerd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) informatie geven
Voorbeeld:  `Hij informeerde ons over de nadelen van het product.`
Synoniemen:  inlichten, voorlichten

2) zorgen dat je informatie krijgt
Voorbeelden:  `Wij informeerden naar de toestand van de patiënt.`,
`Wij informeerden of we nog toegangskaarten konden krijgen.`
Synoniem:  vragen naar

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aankondigen aanzeggen berichten inlichten kennisgeven kennisgeven van kennisgeving kond doen konde doen meedelen melden navraag doen navragen rapporteren tippen van iets in kennis stellen verwittigen voorlichten voorlichting vragen vragen naar waarschuwen zeggen

7 definities op Encyclo
  1. Het overbrengen van informatie, met name feiten of gebeurtenissen, aan anderen. Categorie: Functionele activiteiten > communicatiefuncties.
  2. Een klant inlichten over de eigenschappen of kenmerken van een artikel.
  3. vragen hoe het zit, gegevens opvragen vb: je kunt daar informeren hoe laat de trein vertrekt gegevens geven vb: de leraar informeert de leerlingen over het examen Synonie...
  4. Def.: op de hoogte stellen
  5. •vragen; inlichten
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
informeren (berichten of kennis geven van iets; vragen naar)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `informeren` kennen.