de Hagenees

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [haxə'nes]
Verbuigingen:  Hagenezen (meerv.)

iemand die geboren en getogen is in Den Haag
Voorbeelden:  `Hagenezen beheersen het plat Haags, Hagenaren spreken Nederlands.`,
`Hagenaren wonen op het zand, Hagenezen op het veen.`


2 definities op Encyclo
  • 1) Hagenaar 2) Hagenaar (schertsend) 3) Inwoner van ''s-Gravenhage 4) Inwoner van den haag 5) Inwoner van Zuid-Holland
  • van Den Haag; uit Den Haag; in Den Haag; behorend bij Hagenaars; kenmerkend voor Hagenaars van een een sportclub, vereniging of andere groep uit Den Haag iemand die afkomstig is uit Den Haag; inwoner van Den Haag iemand die lid of aanhanger is van een sportclub, vereniging of andere groep uit Den Haag Meestal...
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
hagenees

Taaladvies
Wat is het meervoud van Hagenaar: Hagenaars of Hagenaren? Zie Hagenaars / Hagenaren

Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Is het 'de Hagenees' of 'het Hagenees'?
Het is 'de Hagenees', want Hagenees is mannelijk. Als je het aanwijst is het 'die Hagenees'.
Wat is het meervoud van Hagenees?
Het meervoud van Hagenees is 'Hagenezen'. Eén Hagenees, twee Hagenezen.
Wat betekent Hagenees?
'iemand die geboren en getogen is in Den Haag'
Hoe spel je Hagenees?
Hagenees spel je Hoofdletter-H A G E N E E S

Op andere websites
Zoek Hagenees in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek Hagenees op Google
Zoek Hagenees op Woordenlijst.org
Zoek Hagenees in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek Hagenees op Wikipedia