vliegen

werkw.
Uitspraak:  ['vlixə(n)]
Vervoegingen:  vloog (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft of is gevlogen (volt.deelw.)

1) met vleugels door de lucht bewegen
Voorbeelden:  `In oktober vliegen de vogels naar het zuiden.`,
`Het vliegtuig vloog laag boven de huizen.`,
`In mei zijn we naar Portugal gevlogen.`
Ik heb nog nooit gevlogen.  (ik heb nog nooit met een vliegtuig gereisd)

2) zich heel snel verplaatsen
Voorbeelden:  `Het begon als een gewone ruzie, maar even later vloog het servies door de kamer.`,
`Toen hij de geur van aangebrande aardappelen rook, vloog hij naar de keuken.`
De tijd vliegt.  (de tijd gaat heel snel <dit zeg je bijvoorbeeld als je merkt dat het tijd is om iets anders te gaan doen>)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
fladderen ijlen jachten jagen jakkeren luchtvaart luchtverkeer opschieten per vliegtuig reizen reppen scheren schieten snellen spoeden stuiven suizen zich haasten zich spoeden

Spreekwoorden en zegswijzen
• willen vliegen eer men vleugels heeft (=iets willen doen nog voor men het geleerd heeft)
• twee vliegen in een klap slaan (=twee problemen gelijktijdig oplossen)
• om vliegen te vangen (=om te luieren (niets te doen))
• niets afslaan behalve vliegen (=alles aannemen)
• naar de keel vliegen (=aanvallen)
Toon alle 18 spreekwoorden die vliegen bevatten

Taaladvies
  1. Staat co- nog duidelijk op zichzelf of gaat het op in het geheel? Zie Co-piloot / copiloot
  2. Wat is juist: eenmotorig of éénmotorig? Zie eenmotorig / éénmotorig
  3. Waar komt met kunst- en vliegwerk vandaan? Zie Met kunst- en vliegwerk


Intensiveringen
Hoe kun je met vliegen een ander begrip versterken?
vliegensvlug; sterven als vliegen; vliegende storm; erop afkomen als vliegen op de stroop; als vliegen op de stroop afkomen; vliegende tering;

8 definities op Encyclo
  • • [inerg] zich door de lucht voortbewegen.
  • met vleugels door de lucht voortbewegen vb: alle vogels vliegen hij ziet ze vliegen [is gek] erin vliegen [beetgenomen worden]
  • [dieren] - De vliegen (Brachycera) vormen een onderorde van de tweevleugeligen (Diptera). De onderorde omvat zo`n 120 families. De belangrijkste karakteristiek van vlieg...
  • Let op: Spelling van 1914 Zie DIPTERA.
  • Uit `De lagere vaktalen: Taal der bouwbedrijven` 1914 't vliegen van een muur: het schijnen vooroverhellen van een loodrechten muur.
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met vliegen:
    vliegende visvliegenmeppervliegenmeppersvliegenstripvliegensvlugvliegenvangervliegenzwamvliegenzwammen

    Deze woorden eindigen op vliegen:
    aanvliegenaasvliegenbevliegenbromvliegendeltavliegeneendagsvliegeninvliegenlaagvliegenmeevliegenmodelvliegennachtvliegenomvliegenopvliegenovervliegenschermvliegenuitvliegenvervliegenvuurvliegenwegvliegenzweefvliegen

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    vliegen (zich in de lucht voortbewegen, zich haasten)