jakkeren

werkw.
Uitspraak:  [ˈjɑkərə(n)]
Afbreekpatroon:  jak·ke·ren
Vervoegingen:  jakkerde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gejakkerd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

je erg haasten
Voorbeeld:  `Ik loop de hele dag al te jakkeren om mijn werk klaar te krijgen.`


Synoniemen
drijven   ijlen   jachten   jagen   opschieten   reppen   snellen   spoeden   vliegen   zich haasten   zich spoeden   

4 definities op Encyclo
  • 1) Spoeden 2) Hard rijden 3) Reppen 4) Hard autorijden 5) Haasten 6) Vliegen 7) Voortjagen 8) IJlen 9) Opjagen 10) Gejaagd autorijden 11) Jagen 12) Opschieten 13) Drijven 14) Snellen 15) Snel rijden 16) Hard werken 17) Jachten 18) Onbehoorlijk hard rijden 19) Woest rijden 20) Rakken
  • voortjagen
  • voortjagen Jaar van herkomst: 1850 (WNT )
  • zich zeer gehaast en overmatig snel voortbewegen, veelal al rijdend, fietsend of lopend met grote snelheid en kracht waaien; snel en krachtig waaien gejaagd met iets bezig zijn of naar iets streven
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op jakkeren:
afjakkeren

Herkomst volgens etymologiebank.nl
jakkeren (driftig voortjagen)

Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Wat is de verleden tijd van jakkeren?
De verleden tijd van jakkeren is 'jakkerde'. Het voltooid deelwoord is 'heeft gejakkerd'.
Wat betekent jakkeren?
'je erg haasten'
Hoe spel je jakkeren?
jakkeren spel je J A K K E R E N
Wat is een ander woord voor jakkeren?
Andere woorden voor jakkeren zijn drijven, ijlen, jachten, jagen, opschieten, reppen, snellen, spoeden, vliegen, zich haasten en zich spoeden.

Op andere websites
Zoek jakkeren in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek jakkeren op Google
Zoek jakkeren op Woordenlijst.org
Zoek jakkeren in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek jakkeren op Wikipedia