uitvliegen

werkw.
Verbuigingen:  vloog uit
Verbuigingen:  uitgevlogen

1) vertrekken
Voorbeeld:  `als u die kant uitvliegt, loopt u op elk moment gevaar`

2) naar buiten (uit nest of hok) vliegen


Bron: WikiWoordenboek.

2 definities op Encyclo
  1. 1) Emaneren 2) Het nest verlaten 3) Uitzwermen 4) Verlaten
  2. Belgisch Nederlands uitvaren
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `uitvliegen` kennen.