uittrekken

werkw.
Uitspraak:  œytrɛkə(n)]
Vervoegingen:  trok uit (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft uitgetrokken (volt.deelw.)

(kleren of schoenen) van je lichaam afhalen
Voorbeeld:  `je trui uitdoen`
Antoniem:  aantrekken (1)
Synoniem:  uitdoen (1)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aanhouden afdoen afleggen afzetten bestemmen emigreren extraheren loskrijgen losmaken lostornen ontkleden rooien samenvatten tornen uitdoen uithalen uitkleden uitkrijgen uitstellen verdagen verschuiven

Spreekwoorden en zegswijzen
• een kies uittrekken (=veel geld afhandig maken)
• de slagpen uittrekken (=van zijn macht beroven)
Naar de spreekwoorden

4 definities op Encyclo
  • •kleding afleggen. (+audio)
  • van je lichaam af halen vb: trek die natte jas maar uit Synoniem: uitdoen Tegenstellingen: aandoen aantrekken er tijd of geld voor beschikbaar stellen vb: ik trek 5000 eu...
  • 1) Aanhouden 2) Afdoen 3) Afleggen 4) Afzetten 5) Bestemmen 6) Deplaceren 7) Emigreren 8) Extraheren 9) Loskrijgen 10) Losmaken 11) Lostornen 12) Niet aanhouden 13) Ontkl...
  • Uittrekken is het berekenen van de benodigde hoeveelheden aan materialen aan de hand van (de tekeningen van) het bestek. Eng. to take off, to take quantities from drawi...
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met uittrekken:
    uittrekken voor

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    uittrekken