uithalen

werkw.
Uitspraak:  œythalə(n)]
Vervoegingen:  haalde uit (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft uitgehaald (volt.deelw.)

1) doen wat niet mag
Voorbeeld:  `kattenkwaad uithalen`
Synoniemen:  uitspoken, uitvreten

2) wat je hebt gebreid, gehaakt of genaaid weer ongedaan maken
Voorbeeld:  `de laatste steken uithalen`

3) helpen
Voorbeeld:  `Ik ben bang dat die maatregelen weinig zullen uithalen.`
Synoniem:  baten

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aanvallen baten begaan doen krabben ledigen leeghalen leegmaken loshalen loskrijgen losmaken lostornen naar buiten halen ontbinden plegen tornen uitnemen uitsparen uitspoken uittrekken

Intensiveringen
Hoe kun je uithalen krachtiger uitdrukken?
fel uithalen;

8 definities op Encyclo
  • (1) Het van de werf of uit het dok in het vaarwater brengen van een (nieuw) schip. (2) Losraken of losmaken van een knoop. (3) Harder roeien.
  • •("iets ~") een opmerkelijke daad plegen. •("iets ~") een brei- of haakwerkje ontdoen. •("~ naar") een slag doen, al of niet overdrachtelijk.
  • doen wat niet mag vb: wat heb jij uitgehaald, stoute jongen? kattenkwaad uithalen [doen wat niet mag]
  • Def.: het van de werf of uit het dok in het vaarwater brengen van een (nieuw) schip.
  • Uit `De lagere vaktalen: Diamantbewerking` 1914 den ruwen grond uithalen, de eerste bewerking, die de schijf ondergaat, wanneer zij geschuurd wordt.
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met uithalen:
    uithalen naar

    Deze woorden eindigen op uithalen:
    onderuithalen