uitvallen

werkw.
Uitspraak:  ['œytfɑlə(n)]
Vervoegingen:  viel uit (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  is uitgevallen (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) (van haar en veren) loslaten van de huid
Voorbeeld:  `Mijn haar valt uit.`

2) niet meer mee kunnen doen of niet meer functioneren
Voorbeelden:  `Bij de Nijmeegse Vierdaagse vallen altijd honderden mensen uit.`,
`Er is een trein uitgevallen door een storing.`,
`De stroom is uitgevallen en nu zitten we in het donker.`

3) je plotseling en onbeheerst uiten
Voorbeeld:  `driftig uitvallen tegen je kind omdat het maar blijft huilen`

4) genoemde afloop of uitkomst hebben
Voorbeelden:  `De jaarcijfers van het bedrijf zijn beter uitgevallen dan verwacht.`,
`De veranderingen op het werk vallen in haar nadeel uit.`

5)
... uitgevallen zijn  (... zijn) `Van hem kun je niet veel verwachten, want hij is nogal lui uitgevallen.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
losbarsten loslaten uitkomen wegvallen

3 definities op Encyclo
  1. • [erga] niet langer functioneren. • [erga] het verliezen van haar, naalden, bloembaden enz. • [copl] uiteindelijk worden. • tweede betekenisomschrijving • enz.
  2. plotseling en heftig tegen iemand praten vb: toen dat gebeurde, is zij wel tegen hem uitgevallen loslaten of afvallen vb: die hond is in de rui, zijn haren vallen uit nie...
  3. 1) Begeven 2) Losbarsten 3) Loslaten 4) Niet meer meedoen 5) Slagen 6) Snauwen 7) Tekeergaan 8) Uithalen 9) Uitkomen 10) Uitmeten 11) Uitrijzen 12) Uitschieten 13) Verdwi...
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `uitvallen` kennen.