emigreren

werkw.
Uitspraak:  [emiˈxrerə(n)]
Vervoegingen:  emigreerde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  is geëmigreerd (volt.deelw.)

je eigen land verlaten om in een ander land te gaan wonen
Antoniem:  immigreren

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
landverhuizen uittrekken uitwijken

Taaladvies
Wat is juist: `Katrien is verhuist naar Norg` of `Katrien is verhuisd naar Norg`? Zie Verhuizen: verhuisd / verhuist

6 definities op Encyclo
  • •"(onovergankelijk)" naar het buitenland verhuizen.
  • verhuizen naar een ander land vb: veel Nederlanders emigreerden naar Canada Tegenstelling: immigreren
  • 1) Landverhuizen 2) Naar het buitenland verhuizen 3) Uittrekken 4) Uitwijken 5) Verhuizen naar een ander land 6) Verhuizen naar het buitenland
  • personen- en familierecht: vertrekken uit het eigen woonland met de bedoeling zich permanent in het buitenland te vesti ...
  • uitwijken naar ander land Jaar van herkomst: 1650 (Claes )
  • Toon uitgebreidere definities

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    emigreren (het land verlaten)