namens
voorzetsel
| Uitspraak: | [ˈnaməns] |
| Afbreekpatroon: | na·mens |
in plaats van (iemand anders) | Voorbeelden: | `Namens de minister heette de ambtenaar ons welkom.`, `Ze bedankte iedereen ook namens haar dochter, die er niet bij kon zijn.` | |
4 definities op Encyclo
- •iemand in naam vertegenwoordigend.
- uit naam van, als vertegenwoordiger van vb: ik feliciteer je namens de hele groep
- 1) Uit naam van 2) Voorzetsel 3) Vanwege 4) Betreffende 5) Uit naam van alles 6) In plaats van 7) In opdracht van 8) In opdracht 9) In naam van
- voorzetsel Jaar van herkomst: 1829 (H. Martin, Beredeneerd Nederduitsch Wrdb. )
Toon uitgebreidere definitiesHerkomst volgens etymologiebank.nl
namens (uit naam van)Taaladvies
Wat is correct in de slotformule van een brief:
namens dezen of
namens deze?
Zie Namens dezen / dezeVraag & Antwoord voor je slimme speaker
Wat betekent namens?
'in plaats van (iemand anders)'
Hoe spel je namens?
namens spel je N A M E N S Op andere websites
Zoek namens in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek namens op
Google
Zoek namens op
Woordenlijst.org
Zoek namens in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek namens op
Wikipedia