namens

voorzetsel
Uitspraak:  [ˈnaməns]

in plaats van (iemand anders)
Voorbeelden:  `Namens de minister heette de ambtenaar ons welkom.`,
`Ze bedankte iedereen ook namens haar dochter, die er niet bij kon zijn.`

© Kernerman Dictionaries.

Taaladvies
Namens dezen / deze: Wat is correct in de slotformule van een brief: namens dezen of namens deze?

4 definities op Encyclo
  1. voorzetsel Jaar van herkomst: 1829 (H. Martin, Beredeneerd Nederduitsch Wrdb. )
  2. uit naam van, als vertegenwoordiger van vb: ik feliciteer je namens de hele groep
  3. •iemand in naam vertegenwoordigend.
  4. 1) Betreffende 2) In naam van 3) In opdracht 4) In opdracht van 5) In plaats van 6) Uit naam van 7) Uit naam van alles 8) Uit Namen 9) Vanwege 10) Voorzetsel
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
namens (uit naam van)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `namens`.