uitspringen

werkw.
Verbuigingen:  sprong uit
Verbuigingen:  uitgesprongen

1) naar buiten, vooruitsteken.
Voorbeeld:  `Die punt springt een stukje uit.`

2) met een sprong naar buiten gaan
Voorbeeld:  `Hij was het raam uitgesprongen.`


Bron: WikiWoordenboek.

Synoniemen
afsteken opvallen uitstaan uitsteken vooruitspringen vooruitsteken

1 definitie op Encyclo
  1. 1) Afsteken 2) Opvallen 3) Uitstaan 4) Uitsteken 5) Vooruitspringen 6) Vooruitsteken
Toon uitgebreidere definities