aanspreken

werkw.
Uitspraak:  ansprekə(n)]
Vervoegingen:  sprak aan (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft aangesproken (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) beginnen te praten tegen (iemand)
Voorbeeld:  `De automobilist sprak me aan en vroeg waar de garage was.`

2) zo zijn dat iemand het mooi of aangenaam vindt
Voorbeeld:  `Dit sieraad spreekt me erg aan.`
Synoniemen:  bevallen, aanstaan

3) (een reserve) gaan gebruiken
Voorbeeld:  `je spaargeld aanspreken`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aanbreken aanklampen appelleren appelleren aan het gevoel begroeting benaderen spreken tot

Spreekwoorden en zegswijzen
• de kan aanspreken (=drinken)
Naar de spreekwoorden

Taaladvies
In / tot betaling aanspreken: Is het iemand in betaling aanspreken of iemand tot betaling aanspreken als bedoeld wordt 'iemand manen een rekening te betalen'?

3 definities op Encyclo
  1. tegen iemand beginnen te praten vb: ik werd bij de ingang aangesproken door de portier iemand ergens verantwoordelijk voor stellen vb: we hebben hem erop aangesproken dat...
  2. •spreken tot om te krijgen of om terecht te wijzen of om rekenschap te vragen. •beginnen uit de voorraad te gebruiken.
  3. 1) Aanbreken 2) Aanklampen 3) Aanprijzen 4) Aanschieten 5) Aborderen 6) Accosteren 7) Adiëren 8) Appeleren 9) Attaqueren 10) Begroeting 11) Benaderen 12) Bevallen 13) He...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met aanspreken:
aanspreken op

Herkomst volgens etymologiebank.nl
aanspreken

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `aanspreken`.