de stang

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [stɑŋ]
Verbuigingen:  stang|en (meerv.)

1) langwerpig dun metalen voorwerp
Voorbeeld:  `op de stang van een herenfiets zitten`

2)
op stang jagen  ((iemand) boos maken)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
baton roede staaf staf stok

Spreekwoorden en zegswijzen
• op stang jagen/rijden (=boos maken)
• op de stang rijden (=scherp controleren)
• iemand op stang jagen/rijden (=iemand kwaad maken, iemand strak in de gaten houden en controleren)
Naar de spreekwoorden

8 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: v. (-en), metalen staaf. ~LADDER, v. (-s), ladder met slechts éénen stijl. ~STEEN, m. (-en), topaas, edelgesteente.
  2. tak van het gewei. Zoo stangen vegen; de spitser, wiens stangen waren geveegd,....; zie gerekt en vegen
  3. lange dunne staaf van metaal vb: het kind zat op de stang van zijn vaders fiets Synoniem: roe
  4. [Mil. Woordenboek, spelling van 1861 ``Stang``] Zie Paardentuig
  5. •meestal metalen voorwerp in de vorm van een lange stijve cilinder. •tweede betekenisomschrijving. •enz.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met stang:
stangdestangdenstangenstangt

Deze woorden eindigen op stang:
mustangspoorstangzuigerstangdrijfstang

Herkomst volgens etymologiebank.nl
stang (spijl)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 98% van de Vlamingen het woord `stang`.