schrokken

werkw.
Uitspraak:  [ˈsxrɔkə(n)]
Vervoegingen:  schrokte (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft geschrokt (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

snel en met grote happen eten
Voorbeeld:  `De hond schrokte zijn bak leeg.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bikken buffelen bunkeren consumeren eten naar binnen werken nuttigen opeten schransen tegoed doen tot zich nemen verorberen vreten zitten proppen

3 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: ow. [gelijkvloeiend] (ik schrokte, heb geschrokt), gulzig eten, ten lijve slaan, slokken. *...KER, m., *...STER, v. (-s), gulzigaard...
  2. 1) Bikken 2) Buffelen 3) Bunkeren 4) Consumeren 5) Eten 6) Fretten 7) Gretig eten 8) Gulzig eten 9) Gulzig inslikken 10) Lappen 11) Nuttigen 12) Ongemanierd eten 13) Opet...
  3. gulzig eten Jaar van herkomst: 1715 (WNT )
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op schrokken:
onverschrokkenopschrokken

Herkomst volgens etymologiebank.nl
schrokken (gulzig eten)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `schrokken`.